Rechter oordeelt: Gümüs moet land definitief verlaten

AMSTERDAM, 11 SEPT. De illegale familie Gümüs uit Amsterdam moet definitief Nederland uit. De laatste mogelijkheid om te mogen blijven, een kort geding bij de president van de Amsterdamse rechtbank, heeft het gezin geen uitkomst geboden.

De rechter oordeelde gisteren dat Gümüs in het kort geding niet heeft aangetoond dat in zijn geval sprake is van “zeer schrijnende individuele feiten en omstandigheden”. Er zijn volgens de rechter geen klemmende humanitaire redenen dat Gümüs, zijn vrouw en twee zonen in Nederland mogen blijven. Vorige week besloot de Tweede Kamer al dat het gezin moet worden uitgezet. Het parlement stemde tegen versoepeling van het 'witte-illegalen-beleid'.

Advocaat F. Bruggink voerde tijdens de zitting aan dat het gezin in Nederland zou kunnen blijven uit humanitaire overwegingen voor de kinderen. De schoolgaande zonen (7 en 13) zouden zich zó in de samenleving hebben geworteld, dat terugkeer hen ernstig psychische en intellectuele schade berokkent. Volgens de rechter is dit niet aangetoond.

De advocaat van Gümüs deed eveneens een beroep op het Europees Vestigingsverdrag. Onderdanen van de verdragslanden mogen in die landen “op winst gerichte activiteiten” uitoefenen. Nederland en Turkije hebben het verdrag ondertekend. Volgens de rechter is in het verdrag de bepaling opgenomen dat de landen een eigen vreemdelingenbeleid voeren. Daarin heeft Nederland geregeld dat de bedrijfsactiviteit een wezenlijk economisch belang belang moet dienen. Voor confectie-ateliers, waaronder de kleermakerij van Gümüs wordt geschaard, is dit niet het geval. Het ministerie van Economische Zaken heeft bij de beoordeling van de zaak-Gümüs volgens de rechter voldoende rekening gehouden met de situatie in Amsterdam. “De bijzondere positie die het bedrijf zou innemen in de Pijp kan daar niets aan afdoen.”

De grote aandacht van de politiek en de media voor het gezin Gümüs kunnen volgens de rechter niet tot een andere oordeel leiden. Dat zou rechtsongelijkheid betekenen, omdat gezinnen in een vergelijkbare positie wel worden teruggezonden, aldus het vonnis.

Minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) heeft afstand genomen van het gevoerde uitzettingbeleid. In het PvdA-blad Vlugschrift zegt hij dat de “humaniteit zoek raakt in dit land”. De uitkomst van het Kamerdebat noemde Pronk “een staaltje van bureaucratische hardheid”. De minister maakt zelf deel uit van het kabinet dat eerder zei “geen nieuwe gezichtspunten te hebben” over de uitzetting van Gümüs.