Rapport Nyfer

Wat was het beste kabinet in de afgelopen 25 jaar en hoe goed of slecht deed het kabinet-Kok het? Het instituut Nyfer, dat in opdracht van NRC Handelsblad de de resultaten van het huidige kabinet in de afgelopen jaren onderzocht, heeft uit zijn bevindingen een aantal conclusies getrokken. Op deze pagina: opinies en suggesties.

'Melkertbanen' zijn nu alom geaccepteerd en begrotingen worden in alle rust gemaakt. Maar de kosten voor de infrastructuur rijzen de pan uit en van de IRT-enquête lijkt het kabinet niets te hebben geleerd. Prikkelende stellingen over de grootste successen èn de grootste fouten van het kabinet.

VIJF MISLUKKINGEN

1. Sociale zekerheid Het idee 'één loket' te vormen voor arbeidsbureaus, sociale diensten en uitvoerders van sociale verzekeringen (zoals het GAK) krijgt pas vorm alle betrokken partijen akkoord gaan met de details. Een heel goed idee uit het regeerakkoord is zo verwaterd. Voormalig Kamerlid Buurmeijer, nu o.a. adviseur van minister Melkert en staatssecretaris De Grave, heeft dat bedacht. Maar de werklozen en de belasting- en premiebetalende burgers en bedrijven zijn te weinig gehoord.

2. Grote-stedenbeleid In de jaren tachtig betekende grote-stedenbeleid dat tienduizenden oudere huurwoningen tegen hoge kosten werden opgeknapt. Het resultaat: de steden zagen er heel wat beter uit, maar de woningen vielen haast alleen nog te verhuren als de huurders hoge individuele huursubsidie kregen. Intussen gaat de trek van gezinnen met kinderen en mensen met een dikkere portemonnee uit de grote stad voort. Dit kabinet probeert de steden te helpen met zwaar gesubsidieerde woningbouw er dichtbij en gaat daarmee voorbij aan de woonwensen van burgers.

3. Infrastructuur De verlanglijst voor toekomstige infrastructuur is opgelopen tot 130 miljard gulden. Discipline is nodig, zowel in het debat als in de uitvoering. Om de Betuwelijn door de Kamer te krijgen moest minister Jorritsma concessies doen voor meer dan twee miljard gulden aan bezorgde inwoners langs de geplande route. Natuurlijk is geluidsoverlast een serieuze zaak maar waarom dan niet in Delft waar de spoorlijn al meer dan honderd jaar de stad doorsnijdt? Ook de tunnel onder het Groene Hart ten behoeve van de hogesnelheidslijn had nooit de hoogste prioriteit mogen krijgen. Discipline zou kunnen komen van een veel grotere en tijdige inbreng door de private sector. Als banken hadden moeten meebetalen aan de tweede metrolijn in Amsterdam was zeker de eis gesteld eerst het vervoersbedrijf GVB te privatiseren.

4. Bijstand en gemeenten Grote gemeenten lijden vaak financieel nadeel wanneer een bijstandontvanger werk vindt. Een ambtelijke commissie documenteerde de dwaasheid van de huidige regeling waarbij het de gemeente niets oplevert wanneer het aantal bijstandstrekkers minder wordt.

Sterker nog, de gemeente die speciale inspanningen verricht om bijvoorbeeld fraude in de Bijstandswet te bestrijden moet alle kosten zelf dragen, maar ziet negentig procent van de opbrengsten of nog meer wegvloeien naar het rijk. Bij zulke spelregels is het heel moeilijk voor gemeenten om efficiënt te werken aan het omzetten van uitkeringsgeld in werk.

5. PolitieTwee tekenen aan de wand: een complete parlementaire enquête leidde (nog) niet tot nieuwe wetgeving om de politie beter te kunnen aansturen en de vertoning in Rotterdam waar korpschef Brinkman eerst werd binnengehaald om de vakbonden een toontje lager te laten zingen en daarna werd voorgedragen voor ontslag toen hij aan die taak was begonnen. Het bevestigt hoeveel er mis is met het management van de politie.

VIJF SUCCESSEN

1. Arbeidsmarkt Veel is waardevol in de Europese traditie van sociale bescherming van werknemers, maar niet het idee dat uitzendbureaus in sommige sectoren niet zijn toegestaan en dat bedrijven uitsluitend na heel lange en kostbare procedures werknemers mogen ontslaan. In een snel veranderende, internationaal concurrerende economie moeten bedrijven flexibel kunnen reageren. Daarom is het grootste succes van het kabinet-Kok dat minister Melkert de koopkracht van de uitkeringen beter heeft kunnen handhaven dan sommige van zijn voorgangers en tegelijkertijd de arbeidsmarkt in Nederland wat minder Europees en wat meer Engels/Amerikaans heeft gemaakt.

2. Melkertbanen Hadden in het begin vooral de werkgeversorganisaties nog grote aarzelingen over de Melkertbanen, nu accepteert iedereen dat gemeenten een menu aan mogelijkheden moeten kunnen bieden aan hun werkloze burgers. Lagere werkgeverslasten zijn cruciaal, maar het is ook goed dat gemeenten een functie kunnen aanbieden aan mensen die anders nog jarenlang zouden wegblijven van de arbeidsmarkt. Hoe meer alternatieven er zijn voor een uitkering, met des te meer recht kan een volgend kabinet dan in praktijk brengen dat bij een uitkering niet alleen rechten maar ook plichten horen.

3. HSL en Betuwelijn De hogesnelheidslijn en de Betuwelijn zijn door de Tweede Kamer aanvaard. Nadat in twintig jaar de jaarlijkse uitgaven van de overheid aan investeringen waren gedaald van bijna acht procent in 1970 tot twee procent in 1990 is het kabinet erin geslaagd de infrastructuur weer hoog op de agenda te krijgen. De regering heeft een grote meerderheid verworven voor een beleid dat ruimte schept voor de mainports van Amsterdam en Rotterdam en Nederland aansluiting biedt op nieuwe vormen van transport in West-Europa.

4. Winkeltijden Met de nieuwe winkeltijdenwet is het niet meer nodig om tegen vijf voor zes een sprintje te trekken naar de supermarkt of 's avonds het benzinestation op te zoeken voor de boodschappen. Dat is winst. Ook loodste minister Wijers een nieuwe mededingingswet door de Tweede Kamer en werden vestigingseisen in de middenstand verruimd. Hoe dynamischer en efficiënter de economie, des te groter is de kans dat Nederland zich de verzorgingsstaat kan blijven permitteren.

5. Begrotingen Onder minister Ruding was het haast elke week Prinsjesdag. Steeds weer moesten de collega-ministers worden aangespoord tot extra bezuinigingen. Ruding werkte met een vierjarenplan voor het maximaal toegestane tekort van de overheid, maar dat veroorzaakte in de loop van het begrotingsjaar voortdurende onzekerheid of de norm wel werd gehaald. De huidige minister van Financiën, Zalm, werkt met een vierjarenplan voor de uitgaven. Dat leidt tot veel minder nervositeit in de coalitie. Sinds mensenheugenis heeft geen kabinet in zo weinig tijd en met zo weinig spanning ieder jaar overeenstemming bereikt over de begroting.