Oplaaiende emoties in VS over vrijere wereldhandel

In de VS begint opnieuw een bitter debat over liberalisering van de wereldhandel. President Clinton wil een vergaand onderhandelingsmandaat. Maar Congres, vakbeweging en milieulobby liggen dwars.

WASHINGTON, 11 SEPT. Vier jaar na de moeizame ratificatie van NAFTA, het omstreden Noordamerikaanse vrijhandelsakkoord tussen de VS Canada en Mexico, heeft president Clinton gisteren het startsein gegeven voor een campagne die tot nieuwe handelsakkoorden moet leiden.

Clinton wil dat het Congres hem de bevoegdheid geeft nu ook met andere landen te onderhandelen over dergelijk akkoorden. Maar of hij daarvoor voldoende steun krijgt op Capitol Hill, is nog hoogst onzeker. Vooral de Democratische partij, Clintons eigen achterban, is ernstig verdeeld over de kwestie. De vakbonden en de milieubewegingen zijn fel tegen Clintons plan gekant en hebben een intensieve tegencampagne aangekondigd.

Gisteren bleek hoe gevoelig de kwestie zelfs binnen het Witte Huis ligt. De president had na maandenlange voorbereidingen eindelijk het wetsvoorstel bij het Congres zullen indienen, dat hem in staat moet stellen om onderhandelingen over nieuwe handelsakkoorden aan te gaan. Maar op het laatste moment zag het Witte Huis daarvan af. Er was na maanden van besprekingen met Congresleden nog altijd geen formulering gevonden die ook maar een kans maakt om door een meerderheid van het Congres te worden goedgekeurd.

Wèl hield president Clinton voor een gehoor van Congresleden en zakenlieden zijn voorgenomen toespraak over de noodzaak om via handelsakkoorden nieuwe markten te openen voor Amerikaanse producten. Maar tot grote teleurstelling van zijn politieke bondgenoten en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, bleek het wetsvoorstel dat daar de weg toe moet openen nog niet beschikbaar. De langverwachte campagne van de president voor meer vrijhandel, die dit najaar naar verwachting de politieke agenda zal domineren, begon daardoor wat halfhartig.

De bevoegdheid die Clinton van het Congres wil, aangeduid met de term fast track authority, geeft de president de mogelijkheid om met andere landen handelsakkoorden af te sluiten die het Congres vervolgens alleen nog kan goedkeuren of verwerpen, maar niet meer kan amenderen. Alle presidenten sinds Gerald Ford (1974-1977) beschikten over dat instrument. Maar in 1994 verliep de termijn die het Congres eraan had verbonden.

Twee jaar geleden al probeerde Clinton het Congres ertoe te bewegen hem de bevoegdheid terug te geven, maar die poging was vergeefs. De Amerikaanse regering stelt dat zij voor andere landen geen geloofwaardige onderhandelingspartner kan zijn, als ieder akkoord dat bereikt is vervolgens door het Congres nog eens herschreven kan worden.

Clinton noemde het gisteren “absoluut noodzakelijk voor ons leiderschap in de wereld” dat hij de gewenste onderhandelingsbevoegdheid krijgt. “Het gaat om de vraag of we voorop zullen lopen, of achteraan”, aldus de president. Hij zeidat de Amerikaanse economie eenderde van haar groei over de afgelopen viereneenhalf jaar, dankt aan de uitbreiding van de handel.

De hoog oplaaiende emoties in het debat over verdere liberalisering van de handel doen denken aan de discussies in 1993 over NAFTA. Opnieuw staat Clinton, die destijds hard heeft gevochten voor goedkeuring van NAFTA, tegenover de vakbonden, die vrezen voor banenverlies naar landen met lagere lonen en voor een neerwaartse druk op de lonen van Amerikaanse werknemers.

De milieubeweging vreest dat nieuwe vrijhandelsakkoorden zullen leiden tot een ongecontroleerde groei van industrieën in landen waar weinig milieuwetgeving bestaat. Bonden en milieubeweging, en ook veel Democraten in het Congres, willen dat Clinton belooft om in elk nieuw handelsakkoord harde afspraken te maken over gelijktrekking van arbeidsvoorwaarden en milieuregels, anders blijven ze zich tegen verdere liberalisering verzetten. De meeste Republikeinen vinden juist dat milieu en arbeidsvoorwaarden niet in handelsverdragen thuishoren.

Net als vier jaar geleden vindt Clinton ook nu Richard Gephart tegenover zich, de leider van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden die indertijd de oppositie tegen NAFTA aanvoerde en het verdrag nu “een grote mislukking” noemt. Gephart, die zich al warm loopt voor de presidentsverkiezingen van het jaar 2000, kondigde gisteren een harde strijd aan. Daarmee brengt hij vice-president Gore, die in 1993 een van de vurigste pleitbezorgers van NAFTA was, in een lastig parket. Ook Gore hoopt in 2000 als de Democratische kandidaat de presidentsverkiezingen te winnen. En daarbij kan hij de steun van de vakbonden en de milieulobby niet missen.

Opiniepeilingen geven aan dat de Amerikaanse bevolking in meerderheid gelooft dat NAFTA de Amerikaanse economie meer kwaad dan goed heeft gedaan. De politicus en zakenman Ross Perot voorspelde in 1993 een “reusachtig, zuigend geluid” ten gevolge van NAFTA: het geluid van miljoenen banen die weggezogen zouden worden naar Mexico. Wat het precieze effect van het akkoord is geweest, valt moeilijk te meten. Maar de meeste onafhankelijke economen geloven nu dat noch de hoge verwachtingen van de regering noch de afschrikwekkende voorspellingen van de tegenstanders van NAFTA zijn uitgekomen. Omdat het verdrag onder de bevolking echter zo'n slechte reputatie geniet vermijdt de regering in haar huidige campagne elke verwijzing naar NAFTA, ook al is uitbreiding van NAFTA met Chili een van de eerste doelstellingen van de president als het Congres hem eenmaal de fast track authority heeft gegeven.