Onderzoek naar officier van justitie in drugszaak

De onderschepping van een grote partij cocaïne biedt mogelijk een inkijkje in een wijdvertakt netwerk. De officier van justitie zou hierbij hebben gehandeld “in strijd met een goede procesorde”.

HAARLEM, 11 SEPT. De Haarlemse rechtbank heeft een onderzoek gelast naar het handelen van J.W.P. Snijders, de officier van justitie die verantwoordelijk is voor de CID, de criminele inlichtingendienst.

Op verzoek van de Amsterdamse advocaten C. Korvinus en J. Verhoef heeft de president van de Haarlemse strafkamer, E.J. Hofstee, afgelopen dinsdag bepaald dat de rechter-commissaris Snijders moet horen over diens handelen in een onderzoek naar grootschalige cocaïnehandel. Volgens genoemde raadslieden is Snijders in het geheim bezig met een onderzoek naar de banden die een aantal cocaïneverdachten zouden hebben onderhouden met de voormalige Haarlemse politiemensen Langendoen en Van Vondel, het zogeheten koningskoppel uit de IRT-affaire. Over de onderzoeksactiviteiten die Snijders in dit kader verricht, worden de advocaten niet geïnformeerd. Dat is volgens de raadslieden in strijd met een goede procesorde.

In juni werden in Zaandam drie Nederlanders aangehouden die 400 kilo cocaïne vervoerden. Snijders - die al jaren probeert zicht te krijgen op de nooit opgehelderde rol die de Haarlemse CID speelde bij de import van drugs in de IRT-affaire - kwam in actie toen bleek dat er opvallende connecties bestonden tussen de verdachten en oude bekenden uit de IRT-affaire. Zo bleken de drugs uit België verzonden te zijn door de voormalige zakelijke partner van een man - sapman geheten - die in de IRT-onderzoeken door Langendoen en Van Vondel gebruikt werd als infiltrant. De verzender, de eveneens in België werkzame sapproducent Napoleon De M., is bovendien sinds enige maanden eigenaar van het bedrijf van een andere man die een hoofdrol speelde in de onderzoeken van de voormalige Haarlemse CID'ers. Die man heeft in de IRT-rapporten de codenaam Taartman, wat staat voor een banketbakker uit Amsterdam.

Een van de Nederlandse verdachten die de 400 kilo cocaïne vervoerden, Berend R., heeft zijn raadsman Verhoef verteld dat hij de afgelopen maanden herhaaldelijk in zijn cel is bezocht door CID-officier Snijders, die al verscheidene verhoren op de band zou hebben laten opnemen over de rol van Langendoen en Van Vondel bij drugstransporten.

“In ruil voor zijn medewerking is mijn cliënt toegezegd dat hij maar twee jaar gevangenisstraf zou hoeven uit te zitten en de meeste weekeinden naar huis mag gaan”, aldus advocaat Verhoef.

Volgens de verdachte R. heeft officier Snijders toegezegd een kroongetuigeregeling te willen treffen met de verdachte inclusief een getuigebeschermingsprogramma. Volgens Snijders zou het wachten alleen nog zijn op de instemming van minister Sorgdrager van Justitie.

De behandelend zaaksofficier van justitie, M. Heutink, wilde eergisteren tijdens een pro forma behandeling van de zaak niet ingaan op het werk van haar collega Snijders. Wel gaf ze toe dat justitie “de mogelijkheden van een deal” met verdachte R. aan het bekijken is. Tot nu ontkende het Haarlemse openbaar ministerie, na berichten in deze krant, dat Snijders bezig was met een onderzoek naar IRT-connecties met deze zaak.

Minister Sorgdrager heeft twee weken geleden laten weten dat ze geen antwoord wil geven op de vraag of het IRT-onderzoek is heropend “om een onderzoek naar een drugslijn niet te doorkruisen”. Ze beloofde over “enkele maanden” opheldering te kunnen verschaffen. Dat antwoordde zij op vragen van de Tweede-Kamerleden Koekkoek, Vos en Rabbae, voormalige leden van de enquêtecommissie opsporingsmethoden.

De cocaïne die in juni werd onderschept in Zaandam, is verzonden uit Venezuela. De afzender, Corvaia geheten, heeft in Venezuela vastgezeten maar is inmiddels vrijgelaten.

Volgens de beide advocaten zijn er aanwijzingen dat deze Venezolaan sapbedrijven in Nederland en België gebruikte als 'front store' voor drugstransporten. De raadslieden willen onderzocht zien of er banden zijn tussen Corvaia en Langendoen en Van Vondel.

De Rijkswacht in Gent onderzoekt wat precies de banden zijn tussen de in België aangehouden sapman Napoleon de M. en de Amsterdamse banketbakker Taartman. Al sinds 1991 deden Langendoen en Van Vondel onderzoek naar deze bakker wegens drugshandel, maar hij is nooit aangehouden. De banketbakker zat afgelopen dinsdag als toeschouwer in de rechtszaal en wisselde vriendelijke groeten uit met de Nederlandse verdachten. De Nederlandse politie heeft hem in deze zaak nog niet verhoord.

Advocaat Verhoef kondigt aan dat hij een strafklacht zal indienen bij de procureur-generaal van de Hoge Raad over het handelen van officier van justitie Snijders. Deze zou zijn cliënt herhaaldelijk onder druk hebben gezet om een andere advocaat dan Verhoef te nemen. Snijders zou hebben verteld dat advocaat Verhoef in werkelijkheid alleen de belangen wil dienen van Taartman, die een civiele cliënt is van Verhoef, en daarom buiten het overleg over een kroongetuigeregeling moet worden gehouden.

Snijders zegt desgevraagd geen commentaar te willen geven.

In het onderzoek naar de import van 400 kilo cocaïne is de voormalige 42-voudig voetbalinternational Johnny Rep door het Haarlemse openbaar ministerie aangemerkt als een van de verdachten die zaken deden met de drugsimporteurs.

Rep kwam als verdachte in beeld toen bleek dat hij cocaïne afnam van verdachte Willem de G. die in juni werd opgepakt en die door justitie beschouwd wordt als een grote drugshandelaar. Rep is inmiddels door de politie verhoord. Hij heeft toegegeven de afgelopen drie jaar zo'n tien keer cocaïne te hebben afgenomen van De G. Het gaat volgens Rep alleen om cocaïne voor eigen gebruik. Een woordvoerster van het openbaar ministerie zegt dat justitie onderzoekt of Rep inderdaad alleen kleine hoeveelheden cocaïne heeft afgenomen. Justitie heeft nog niet besloten of Rep zich voor de rechter moet verantwoorden.