Onder paarse coalitie; Koopkracht steeg met 2 à 8 procent

DEN HAAG, 11 SEPT. De koopkracht voor de burgers is in de afgelopen kabinetsperiode tussen de twee en de acht procent gestegen. Dat blijkt uit berekeningen van het Centraal Planbureau over de periode 1995-1998 die volgende week op Prinsjesdag officieel worden gepubliceerd.

Alleenstaande AOW'ers zonder aanvullend pensioen zien hun koopkracht met acht procent toenemen. AOW'ers met een aanvullend pensioen van ongeveer 30.000 gulden hebben 2,3 procent meer te besteden. De sociale minima zien de koopkracht met 2,8 procent stijgen; minima met kinderen hebben 4,5 procent meer te besteden. Werknemers met een modaal inkomen (48.000 gulden) en kinderen hebben volgens het CPB drie procent meer te besteden; twee keer modaal gaat er iets meer dan twee procent op vooruit.

Eerder was al bekend geworden dat mensen volgend jaar tussen de één en vier procent meer hebben te besteden. Alleenstaande bejaarden met een AOW-uitkering zonder of met een klein aanvullend pensioen gaan er het meest op vooruit: vier procent. Daartegenover staan de sociale minima, mensen met een uitkering en alleenstaanden met een minimaal inkomen. Zij gaan er volgend jaar één procent op vooruit. Voor gehuwde bejaarden stijgt de koopkracht met twee procent. Met hetzelfde percentage stijgt de koopkracht voor gezinnen met een laag inkomen.

De koopkracht van de burgers is gestegen omdat het kabinet de lasten met ongeveer 17 miljard gulden heeft verlicht; bijna twee keer zo groot als bij het aantreden van het kabinet in 1994 werd aangekondigd. De koopkracht stijgt volgend jaar bijvoorbeeld door een verlaging van de lokale lasten met honderd gulden per huishouden. Het kabinet heeft hier in de Miljoenennota van volgend jaar 700 miljoen gulden voor vrijgemaakt.

Naast extra lastenverlichting heeft het kabinet een paar miljard gulden meer bezuinigd dan in het regeerakkoord was afgesproken. Ook was er meer geld voor nieuw beleid. PvdA, VVD en D66 gingen bij het opstellen van het regeerakkoord uit van een groei van iets meer dan twee procent. Volgens berekeningen van het CPB bedroeg de gemiddelde groei drie procent.

Het begrotingstekort daalt, volgens de definitie die geldt voor toelating tot de Economische en Monetaire Unie, van 3,7 procent in 1994 naar 1,7 procent volgend jaar. De staatsschuld zakt van tachtig naar zeventig procent van het bruto nationaal product. Met een verdere daling wordt rekening gehouden .