Nieuwe Amsterdamse korpschef Jelle Kuiper stapt uit schaduw van voorganger: Politie moet regie in buurten gaan voeren

De nieuwe chef van het Amsterdamse korps wil dat de politie nog dichter bij de burger gaat staan. Het vergroten van de leefbaarheid van de hoofdstad staat daarbij centraal, evenals de strijd tegen kleine criminaliteit met een grote impact.

AMSTERDAM, 11 SEPT. Zo bekend als zijn woordvoerder Klaas Wilting is, verwacht hij niet te zullen worden. “Klaas is wel heel bekend.” Toch is ook de nieuwe Amsterdamse korpschef Jelle Kuiper van plan het licht van de media op zich te laten schijnen. “Die rol neem je erbij. Je moet als korpschef de vinger op de zere plek durven leggen.” In tegenstelling tot zijn voorganger zal hij misschien niet zo makkelijk te vangen zijn in pakkende krantenkoppen. Tijdens een feestelijke bijeenkomst in het Concertgebouw is Kuiper vanmiddag geïnstalleerd.

“Het is niet gemakkelijk om tien jaar lang in mijn schaduw te staan”, had ex-korpschef Nordholt in zijn afscheidstoespraak gezegd over zijn opvolger. Tien jaar lang hadden ze gezamenlijk vorm gegeven aan het politiebeleid in Amsterdam. “Heel lief”, vindt Kuiper die woorden van Nordholt. “Vergis u niet in de dominantie van meneer Nordholt. Hij is een man die veel ruimte inneemt. In zijn afscheidstoespraak probeerde hij uit te drukken dat ik naast hem overeind ben gebleven. Ik ben geen kloon van Nordholt geworden.”

Vers van de politieacademie kwam Kuiper in 1966 bij het Amsterdamse politiekorps. Hij werkte onder meer als rechercheur bij bureau Warmoesstraat op de Amsterdamse Wallen en maakte als ME'er de grote krakersrellen mee. De laatste twaalf jaar heeft hij zich vooral op “de binnenkant van de organisatie” gericht. In politiekringen wordt hij gezien als de man die de Amsterdamse politie financieel weer gezond maakte. Rotterdam polste hem als opvolger van korpschef Hessing. Maar om “continuïteit binnen het korps” te garanderen, leek het Kuiper beter in Amsterdam te blijven.

Van een man die zo nauw heeft samengewerkt met zijn voorganger valt geen grote koerswijziging te verwachten. Maar waar Nordholt de geschiedenis in gaat als de korpschef die Amsterdam veiliger maakte, zet Kuiper nu vooral in op “de leefbaarheid van de stad”. “Leefbaarheid is een gevoelskwestie. In Amsterdam moet je op je fiets blijven zitten, anders wordt hij gejat. Om te voorkomen dat ze je jas pikken, moet je die in de klas hangen. Ouderen durven de straat niet meer op. Kinderen mogen niet meer alleen naar het sportveld fietsen. Het zijn angsten ingegeven door zogenoemde 'kleine' criminaliteit, maar door de massaliteit ervan is de impact op onschuldige burgers groot. Daar mag je je niet bij neerleggen.”

Hoe kan de politie de stad weer leefbaar maken?

“Door politiemensen op buurtniveau in te zetten. Wijkteams zijn nog steeds te grootschalig. In Amsterdam-West wonen zo'n 80.000 mensen, daar zijn drie wijkteams actief. Het idee dat leden van het wijkteam mensen uit de buurt kennen en zelf gekend worden, is niet haalbaar. Amsterdam moet opgedeeld worden in zo'n 150 tot tweehonderd 'dorpen in de stad' waar de politie de 'buurtregie' voert. Door initiatieven te nemen om de woonomgeving schoner te maken, met bewoners te praten en ze aan te moedigen, kan de weerbaarheid van zo'n buurt toenemen. Zeventig procent van de Amsterdamse bevolking doet bij kleine criminaliteit nog altijd geen aangifte daarvan.”

Kunnen stadswachten volgens u een bijdrage leveren aan die leefbaarheid?

“Nee. Toezichthouders moeten hun bevoegdheden kunnen hanteren, alleen dan kunnen ze status verkrijgen. Ik geloof wel in functionele toezichthouders: conducteurs op de tram, conciërges op scholen, flatwachten. Maar stadswachten hebben geen effect op de veiligheid in de stad. Burgers weten haarscherp dat je een verzoek van een stadswacht naast je neer kunt leggen.”

De politiek aarzelt over experimenten met gratis heroïneverstrekking aan criminele drugsverslaafden. Wat is uw idee daarover?

“Doen. Je moet dat rationeel bekijken. We hebben alles al geprobeerd met drugsverslaafden. Wij weten geen oplossing meer. Geef ze dan maar heroïne.”

Zijn er meer groepen in de stad waarop de politie geen greep meer heeft?

“In het centrum houden zich een paar honderd illegale criminelen uit Noord-Afrikaanse landen op die niet uitzetbaar zijn. Dat is een echt probleem. Ze zijn voortdurend crimineel bezig en hebben een gewelddadige invloed op de stad. In Amsterdam-Zuidoost is een groep Antilliaanse jongeren met wie we geen kant op kunnen. Ze zijn lastig te benaderen, ze bedreigen politiemensen. Zo'n groep heeft zich naast de samenleving geplaatst, handelt volledig autonoom en heeft een gewelddadig karakter. De politie weet zich ook geen raad met het groeiende aantal zwervers in de stad.”

Zijn die groepen als verloren te beschouwen?

“Die vraag moet de samenleving beantwoorden. Als je bijvoorbeeld tegen dwangverpleging bij drugsverslaafden of psychisch gestoorden bent, moet je ook de negatieve gevolgen accepteren. Persoonlijk vind ik dat je op deze groepen meer dwang zou moeten uitoefenen. De keuze dat niet te doen, beperkt namelijk wel de vrijheid van de grootste groep burgers. Die lopen rond met angst.”

De Haagse ex-korpschef Brand klaagde onlangs over de beperkte mogelijkheid van opsporingsmethoden sinds de IRT-enquête.

“Als je onderdeel van de schaduwwereld wordt, valt die schaduw ook over jou heen. Je loopt dan de kans je integriteit te verliezen. We hebben met pseudo-koop moeten stoppen, omdat er onaanvaardbare risico's aan vast zaten. Je offert mensen op. Dergelijke methoden wakkeren bovendien de luiheid aan. Met de specialiteit die er nu in het korps is, kunnen we de wedstrijd met de criminelen ook nog wel een tijdje volhouden.”

Tussen uw werkkamer en die van ex-korpschef en 'adviseur van de politie en de minister van Binnenlandse Zaken' Eric Nordholt zitten maar een paar deuren. Is dat handig?

“Heel gezellig dat hij daar zit. Overigens is het maar tijdelijk. Optisch komt het natuurlijk wat wonderlijk over.”