'Minister moet kiezen voor staatssecretaris(sen) van de eigen partij'; Wallage wil onderministers

In de volgende kabinetsperiode moet de staatssecretaris onderminister worden, vindt J. Wallage, fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer.

DEN HAAG, 11 SEPT. Hij gelooft heilig in zijn idee. Het is beter voor het kabinet, beter voor de staatssecretaris en beter voor de politiek, zegt hij uitdagend.

Wallage wil dat in een volgend kabinet ministers op hun departement alleen nog staatssecretarissen krijgen van hun eigen partij.

Bij de vorming van een tweede paarse coalitie ziet hij goede mogelijkheden. “Ik denk dat we zo'n verandering kunnen realiseren. Het denken hierover is de afgelopen jaren opgeschoven”, zegt hij. Vorig jaar pleitte VVD-fractieleider Bolkestein al voor een systeem waarbij ministers en staatssecretarissen op ieder departement uit één partij worden gerecruteerd.

Het idee is een breuk met de Nederlandse coalitiecultuur, waarbij staatssecretarissen overwegend een andere kleur hebben dan hun minister. Coalitiekabinetten van uiteenlopende samenstelling hielden hieraan vast om het interne evenwicht tussen de partijen te bewaren. Regelmatig zijn staatssecretarissen van de ene partij bij een minister van de andere partij geplaatst als een waakhond, iemand die er op moest toezien dat de minister geen 'foute' beslissingen nam. Een bekende waakhond was de CDA'er W. Deetman, die in het tweede kabinet Van Agt ('81-'82) op het departement van Onderwijs was toegevoegd aan PvdA-minister J. van Kemenade.

Bij de vorming van een nieuw kabinet moet volgens Wallage zakelijker naar de verdeling van portefeuilles worden gekeken. “Ik denk dat je eerst heel beleidsmatig moet kijken waar staatssecretarissen nodig zijn. Vervolgens zouden de partijen tegen elkaar moeten zeggen: welke minister heeft de beste claim op één of meer staatssecretarissen.”

Waarom moeten minister en staatssecretaris op één departement zonodig partijgenoten zijn?

“Als minister en staatssecretaris dezelfde partijkleur hebben, kunnen ze makkelijker een team vormen; ze kunnen de verantwoordelijkheden eenvoudiger verdelen. Maar dan moet de staatssecretaris wel de positie van onderminister krijgen. Hij moet zijn minister binnen en buiten het departement kunnen vervangen.”

De waakhond wordt afgeschaft. Functioneert hij niet meer?

“Dat idee heeft nooit gewerkt. Als er echt malheur is, kun je weinig uitrichten. Dan kun je wel blaffen, maar niet bijten. In wezen is hij ongevaarlijk.”

Vertrouwen ministers alleen partijgenoten?

“Nee, ik had op Sociale Zaken met Bert de Vries (een minister van CDA-huize, red.) een uitstekende relatie. Maar je werkt gewoon makkelijker als je uit dezelfde partij voortkomt. De staatssecretaris is er nu toch vooral om zijn partij te helpen: kijk naar Frank de Grave. Die moet op Sociale Zaken af en toe iets roepen om zijn partij tevreden te stellen. In mijn idee is de staatssecretaris er om zijn minister te helpen.

Maar de staatssecretaris heeft toch nauwelijks een positie?

“Ik heb nooit geloofd in die zielige verhalen over de staatssecretaris. Van belang is dat hij een goede werkrelatie heeft met zijn minister. Ambtenaren zeiden ook wel eens tegen mij: hier moet de minister nog een oordeel geven. Dan zei ik: 'de minister heeft mij die verantwoordelijkheid gegeven. Op dit terrein doe ik de zaken.' Je moet zelf wel zorgen dat de minister jouw besluiten kan dragen.”

“Maar het is waar, soms verkeert de staatssecretaris in een ongemakkelijke positie. Daarom ben ik ook voor een versterking van de functie. Een staatssecretaris die wordt opgewaardeerd tot onderminister komt vooral tegenover de bureaucratie sterker te staan.”

Hoe verloopt die verdeling van posten straks?

“Je verdeelt bij de formatie de ministers en de ministers kiezen hun staatssecretaris. Als D66 bijvoorbeeld Buitenlandse Zaken krijgt, dan komt de staatssecretaris ook uit die partij. Je hebt dan niet meer een situatie dat de VVD er zonodig een staatssecretaris tegenaan moet zetten.”

“Het kan ook zijn dat een minister zegt: 'ik doe het liever zonder'. Het ligt eraan hoe de betrokkene wil functioneren. En het kan zijn dat een minister taken op zich neemt die nu nog onder een staatssecretaris vallen; het kan zijn dat de nieuwe minister van Economische Zaken zegt: 'het exportbeleid, dat vind ik zo interressant, dat doe ik zelf.' ”

De post van staatssecretaris wordt aantrekkelijker. Zullen partijen daarmee sneller eigen mensen gaan belonen?

“Het systeem: 'meneer of mevrouw X moet zo nodig staatssecretaris worden' is een doodlopende straat. Ik ben er geen voorstander van om partijgenoten staatssecretaris te maken als beloning voor bewezen diensten. Maar ik vind wel dat goede parlementariërs ook eens een andere ervaring op moeten kunnen doen, zo goed als ze daarna ook weer terug moeten kunnen keren in de Kamer. In mijn fractie ben ik momenteel de enige met kabinetservaring, dat is niet goed.”