Magistraat

Van oudsher werden niet alleen leden van de rechterlijke macht, maar ook andere overheidsdienaren, met name stadsbestuurders, aangeduid als magistraten. Die wijze van aanduiden, die recht doet aan het respect dat stadsbestuurders verdienen, is wat in ongebruik geraakt. De juistheid van deze ontwikkeling in ons taalgebruik wordt onderstreept door de wijze waarop de burgemeester van Rotterdam meent te moeten reageren op de uitspraak van de Haagse rechter in de beroepszaak die is aangespannen door de (voormalige?) hoofdcommissaris Brinkman van Rotterdam: “grillige rechtspraak”. (NRC Handelsblad, 4 september).

Het past overheidsdienaren respect te tonen voor uitspraken van de onafhankelijke rechter, ook, ja zelfs juist, als die uitspraken hun onwelgevallig zijn. Burgemeester Peper verweet de heer Brinkman gebrek aan inzicht in bestuurlijke verhoudingen door zijn mening te uiten (tijdens de vergadering van de betrokken burgemeesters) over een voorstel van de burgemeester van Rotterdam. Zeker iemand die daar zo'n punt van maakt (mijns inziens in het geval Brinkman overigens niet terecht), zou zich zo niet moeten uiten over een rechterlijke uitspraak.

Ik erger mij al een poos aan de onbesuisde wijze waarop de burgemeester van Rotterdam zich in deze zaak meent te kunnen gedragen en heb met instemming kennis genomen van de uitspraak van de Haagse rechter. Die instemming hoeft de voorzitter van de gemeenteraad van Rotterdam en van het college van burgemeesters niet met me te delen. Een grillige reactie op een uitspraak van de onafhankelijke rechter getuigt mijns inziens echter van een ergerlijk gebrek aan inzicht in de bestuurlijke en staatsrechtelijke verhoudingen in ons land.