Langman wil geld aardgas terugpompen in het Noorden

De Commissie Langman, een jaar geleden aangesteld door minister De Boer (VROM), presenteert vandaag in Den Haag zijn eindrapport. De commissie heeft een aantal concrete voorstellen om de economische positie van het noorden te versterken.

ROTTERDAM, 11 SEPT. Er moet een nieuw centraal stimuleringsfonds voor het noorden worden opgericht, dat voor een deel gevoed wordt uit de noordelijke aardgasopbrengsten. In dit fonds zou tot 2010 ruim tien miljard gulden gestort moeten worden, nodig voor stimulering van de noordelijke economie en verbetering van de infrastructuur. Een en ander moet leiden tot 43.000 extra banen. Dit is de belangrijkste conclusie van de Commissie Langman, voluit de Commissie Ruimtelijk-Economisch Perspectief Noord-Nederland.

Volgens voorzitter H. Langman, oud-minister van Economische Zaken, zijn de structureel hoge werkloosheid en lage arbeidsparticipatie, gecombineerd met een ijle economische structuur, de grootste problemen van het noorden. Het sterkste punt is de rijkdom aan bodemschatten. Langman: “Als het noorden zijn aardgasinkomsten voor een deel kan gebruiken voor dit fonds, kan het op eigen benen staan. Nu zijn die aardgasopbrengsten nog nodig voor blijkbaar niet al te rendabele investeringen in het westen.”

Langman pakt het meer dan honderd pagina's dikke rapport en leest hardop een zin uit het voorwoord. “Het is opmerkelijk dat de 'motor van onze nationale welvaart', de Randstad, kennelijk onvoldoende toegevoegde waarde voor de overheid genereert om de investeringen aldaar te financieren en dat voor die financiering een beroep op de 'achtergebleven gebieden' moet worden gedaan. Wanneer het noorden middelen vraagt om de eigen economische ontwikkeling te versnellen, constateren Haagse politici dat het noorden nu eens moet ophouden de hand op te houden.” Deze redenering komt vreemd over, meent Langman. “Het is goed dit te constateren, juist om het noorden van het zieligheidsperspectief te verlossen.” Een apart fonds, zoals Langeman voorstelt zal volgens hem voorkomen dat steunmaatregelen steeds ter discussie staan. “Dat is een voordeel. Uitgaven voor het noorden mogen niet elk jaar na een afweging sneuvelen.”

Bij het bedrag van tien miljard voor het noorden is inbegrepen drie miljard aan IPR (Investeringspremieregeling, bedrijven krijgen een premie van tussen de 15 en 25 procent op investeringen) en ISP (Integraal Structuurplan Noorden des Lands, een overheidssubsidie voor plattelandsgebieden). Voortzetting van deze steunprogramma's na 1999 is een grote wens van noordelijke bestuurders.

De commissie is zelfs voor verruiming voor de IPR. Verder wordt geadviseerd 2,75 miljard te reserveren voor regionale scholingsprogramma's voor langdurig werklozen, ruim een miljard voor een investeringsprogramma voor land- en tuinbouw, bijna 2,5 miljard voor betere verbindingen met het Duitse achterland, de Randstad en een betere ontsluiting van de noordelijke havens Harlingen, Delfzijl en de Eemshaven. De commissie stelt verder voor ruim 850 miljoen te besteden aan ruimtelijke inrichting zoals de verbetering van naoorlogse wijken, toerisme, de Blauwe Stad (een 800 hectare groot merengebied ten noorden van Winschoten) en versterking van natuurgebieden.

Het pakket aan maatregelen is nodig omdat het noorden nog steeds een 'perifeer gebied' is met een 'iele' economische structuur, meent Langman. “Het noorden is geen centrum van economische activiteit, maar moet het hebben van goede verbindingen. Ondernemers die zich er willen vestigen moeten niet afgeschrikt worden door het idee dat het onbereikbaar en ver weg is.” De commissie wil afrekenen met 'het noorden op afstand'. Er wordt onder meer geadviseerd de Hanzelijn (Zwolle-Lelystad) niet in 2007, maar al in 2004 te realiseren. Opmerkelijk is dat een oude wens van noordelijke bestuurders, de aanleg van de Zuiderzeelijn (tussen Lelystad, Heerenveen, Drachten en Groningen) niet wordt genoemd in het rapport. In het noorden wordt deze spoorverbinding, die er in 2010 moet liggen, gezien als een belangrijke schakel tussen de Randstad en Noord-Duitsland.

Uit een onderzoek van de Universiteit van Oldenburg blijkt dat het economisch belang van een dergelijke spoorlijn niet groot is, gezien de stagnerende economie in dit deel van Duitsland. Langeman: “Er zijn geen verkeersstromen van enig belang tussen Amsterdam en Hamburg. Een supersnelle verbinding tussen Groningen en Amsterdam is, zeker als de Hanzelijn er ligt, niet nodig”. De wens voor een Zuiderzeelijn in het noorden is in zijn ogen “erg imago-gedreven”. “Men denkt dat als er maar een hogesnelheidslijn ligt, het noorden dichterbij komt te liggen. Maar de afweging van kosten en opbrengsten slaat negatief uit. Vervroegde aanleg is niet verantwoord.”

De commissie heeft zich door bestuurders en ondernemers wel laten overtuigen van het belang van de aanleg van een tweede nationale luchthaven in de Markerwaard. Langman pleit tevens voor de vestiging van nieuwe rijksdiensten in het noorden. Ook zou de overheid ondernemers nadrukkelijker moeten wijzen op de mogelijkheid van vestiging in het noorden. “Glastuinbouw kan net zo goed in Noord-Nederland plaatsvinden.” Het noorden is aan ondernemers “heel wel te verkopen”, aldus Langman. “Maar onbekend maakt onbemind.”

Hij geeft toe dat het een “hele heis” zal zijn om 43.000 banen extra te creëren. “We hopen dat het met dit pakket maatregelen lukt. Qua economische groei doet het noorden niet onder voor de rest van het land. Maar de hoge werkloosheid is zorgelijk. Het gebied mag niet verder achterop raken.” De rijksoverheid kan echter slechts beperkt sturen, beseft hij. “Je kunt geen sociale werkplaats van het noorden maken. Dan gaat niemand er zitten.”