Kroniek van 'n aangekondigde wisselkoers

BRUSSEL/ROTTERDAM, 11 SEPT. Weg met de onzekerheid over de Economische en Monetaire Unie. Dat was de boodschap waarmee de voorzitter van de Europese Commissie, Jaques Santer, gisteren het nieuwe 'werkjaar' in Brussel opende. Komende zaterdag kunnen de ministers van financiën en centrale-bankpresidenten van de lidstaten van de EU hun steentje bijdragen aan het verminderen van de onzekerheid rond de EMU.

Dan komen zij bijeen in het Luxemburgse plaatsje Mondorf-les-Bains voor hun halfjaarlijkse Informele Ecofin-raad.

Onzekerheden omtrent de EMU komen in soorten en maten. De Europese economie trekt eindelijk aan, waardoor de kans dat de grote landen, zoals nu ook Duitsland, hun begrotingstekorten tot dichtbij de voor toetreding tot de muntunie vereiste 3 procent kunnen brengen, is toegenomen.

De Ecofin zal zich zaterdag vooral richten op het verminderen van technische en beleidsmatige onzekerheden rond de EMU. Een van hoofdrollen zal zijn weggelegd voor de vraag tegen welke wisselkoersen de nationale munten straks opgaan in de ene Europese munt, de euro. In maart volgend jaar geven de lidstaten duidelijkheid over hun staatshuishouding over 1997. Na consultaties en adviezen wordt op basis van die cijfers begin mei besloten welke landen zich kwalificeren voor de muntunie. Acht maanden later, per 1999, gaan de munten onlosmakelijk op in de ene Europese munt de euro, die aanvankelijk alleen giraal bestaat en per 2002 als munt en biljet in circulatie komt.

Nog steeds is evenwel niet besloten tegen welke koers de munten in de euro opgaan, en hoe die koers wordt vastgesteld. Zo dreigt een periode van acht maanden te ontstaan die uitnodigt tot hevige speculatie op de valutamarkt: de valutahandel kent vanaf mei wel de lidstaten die meedoen, en zal proberen zelf de koersen van de nationale munten te sturen. Dat wordt in Brussel als hoogst onwenselijk gezien. Een scenario waarin de valutahandel de Duitse mark bijvoorbeeld hoog opstuwt waardoor de Duitse industrie een onomkeerbaar verlies aan concurrentiekracht moet incasseren, zou het hele EMU-project in gevaar kunnen brengen.

Voorzitter Jacques Santer van de Europese Commissie zei gisteren dat hij in Mondorf-les-Bains geen beslissingen verwacht over de manier waarop de koersen van de nationale munten van de vermoedelijke deelnemers aan de EMU worden vastgelegd ten opzichte van de euro. Hij ontkrachtte hiermee hardnekkige speculaties dat op de bijeenkomst dit weekeinde van de minister van financiën (ecofin) besluiten genomen worden over het bepalen van de koersen van nationale munten ten opzicht van de euro.

Premier Jean-Claude Juncker van Luxemburg, dat dit halfjaar voorzitter is van de EU, verklaarde vorige week tegenover het Economisch en Sociaal Comite van het Europees Parlement dat het “onomkeerbaar vaststellen van de pariteiten in de derde fase van de EMU” op de agenda van de bijeenkomst zou staan. Volgens hem moet niet gewacht worden tot de vooravond van 1 januari 1999, de datum waarop de EMU van start moet gaan, maar op zijn laatst in mei, wanneer bekend is welke landen deelnemen. Hij sprak tegen dat er al een Luxemburgs plan zou zijn om dit najaar indicatieve wisselkoersen vast te leggen voor de munten die zich kwalificeren voor de EMU.

Een plan mag het dan genoemd worden van Juncker, hij heeft al wel openbaar aan de gedachtenvorming over een methode bijgedragen, die zich laat samenvatten als een 'Kroniek van een aangekondigde wisselkoers'. Juncker zelf ventileerde eerder dit jaar het plan om in mei 1998, als besloten wordt welke landen deelnemen, dan meteen ook aan te kondigen tegen welke koers hun munten aan het einde van het jaar in de euro opgaan.

Deze 'vooraankondiging' lijkt hoge ogen te gooien bij de centrale bankiers. Valuta-speculaties in de acht maanden tot 1999 hebben dan weinig zin meer. W. Duisenberg, voorzitter van het Europese Monetaire Instituut, zei in april van dit jaar dat de spilkoersen (centraal afgesproken wisselkoersen) die op dit moment gelden in het Europese Monetaire Stelsel, een rol kunnen spelen. De meeste Europese munten zijn, na omzwervingen tijdens de valuta-onrust van de afgelopen jaren, hun spilkoers weer dicht genaderd. Een ander probleem is dat de onzekerheid op de valutamarkt niet wegebt als er tot mei onduidelijkheid blijft bestaan over de wisselkoers-methodiek. De onrust zou er alleen maar naar voren door worden gehaald: de spannende maanden vóór mei 1998.

Vandaar dat Juncker al heeft geopperd de methode van 'vooraankondiging' zelf ook 'voor aan te kondigen'. Dan weet de valutamarkt al vroeg waar hij aan toe is. Mogelijk gebeurt dat de komende maanden. Misschien - en dat verklaart de speculatieve sfeer rond aanstaande zaterdag - wel dit weekeinde. De Ecofin moet echter waken voor een schokeffect op de valutamarkt. De meeste munten noteren op dit moment niet exact hun op spilkoers. Het Ierse punt is het grootste probleem. De munt is het afgelopen jaar mee omhooggezogen door de koersstijging van het Britse pond. De Ierse munt noteert nu meer dan 10 procent boven zijn spilkoers, zodat een plompverloren aankondiging van de Juncker-methode op dit moment voor een chaos op de valutamarkt zou zorgen.

Dat laat, volgens een bankier, wel de mogelijkheid open om zoetjes door te laten sijpelen van welke wisselkoersmethode de ecofin-deelnemers het meest gecharmeerd zijn. Een stille vooraankondiging dus, van de naderende vooraankondiging van de vooraankondiging van de wisselkoersen per 1999.