Helft ambtenaren Onderwijs wil weg

ZOETERMEER, 11 SEPT. De helft van de 3.500 ambtenaren die over het hele land verspreid voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen werken, zou wel een andere baan willen. Ongeveer 1.200 ambtenaren heeft vorig jaar ook daadwerkelijk gezocht naar een andere betrekking.

Dit blijkt uit een enquête die het onderzoeksbureau IVA in Tilburg in opdracht van het ministerie van OC & W onder de ambtenaren heeft uitgevoerd. Het ministerie had het bureau opdracht gegeven de werkdruk onder de ambtenaren in kaart brengen. Tweederde van de ambtenaren beaamt dat het tempo te hoog ligt, maar driekwart zegt daarentegen de baan niet 'te moeilijk' te vinden.

Van de 3.500 ambtenaren werkten 2.000 mee aan het onderzoek. P.H. Holthuis, secretaris-generaal op het ministerie van Onderwijs, zegt “niet gelukkig” te zijn met de uitslag van de personeelsenquête. “Maar daar was het ons ook niet om te doen. Het ging ons erom informatie te krijgen waarmee wij het personeelsbeleid kunnen verbeteren”, aldus Holthuis.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs is het “heel gezond” dat ambtenaren om zich heen kijken op zoek naar een andere werkplek. “Het ministerie heeft ook een mobiliteitsplan en er wordt gestimuleerd om van baan te wisselen”, aldus een woordvoerder.

Ongeveer 45 procent van de ambtenaren zegt ook binnen het ministerie een andere betrekking te ambiëren. Daarvan wil 43 procent “zich verbreden” en 23 procent “zich verdiepen”. Eén op de vijf ambtenaren die willen veranderen van werkplek, streeft een leidinggevende functie na.

Op de vraag of er op de eigen afdeling groot vertrouwen is in de ambtelijke leiding van het departement, zegt slechts 19 procent het daarmee eens te zijn. Vooral lagere ambtenaren hebben geen groot vertrouwen in de ambtelijke leiding van het ministerie. De helft van de ondervraagden zegt bovendien dat het bij OC & W ontbreekt aan voldoende dagelijkse leiding.

Het ministerie zal in dit najaar een aantal maatregelen nemen om de mobiliteit binnen het ministerie te vergroten en om het leidinggeven te verbeteren.