Gestolen tekeningen terug in VS

NEW YORK, 11 SEPT. In New York is een Japanner gearresteerd die probeerde twaalf tekeningen van onder anderen Rembrandt, Dürer, Jacob van Ruisdael en Annibale Carracci te verkopen. De werken, waaronder Badende vrouw van Dürer en Rembrandts Staande vrouw met geheven handen hebben een geschatte totale waarde van 20 miljoen gulden.

Zeker acht van de stukken behoren toe aan de Kunsthalle in Bremen. Dit museum liet de werken gedurende de Tweede Wereldoorlog opslaan in het Kasteel van Karnzow, in Duitsland. Nadat het Rode Leger aan het eind van de oorlog dat kasteel had veroverd, verdwenen ze. In 1993 doken de tekeningen weer op in het Nationale Museum van Baku, dat beweerde ze van de KGB betrokken te hebben. Toen Duitsland formeel vroeg de kunstwerken te retourneren, meldde het museum dat ze inmiddels waren gestolen.

In april van dit jaar meldde de Japanner zich met de tekeningen bij de Duitse cultureel attaché in Tokio, met het verhaal dat ze behoorden tot de privé-collectie van zijn familie. Hij vroeg er bijna 25 miljoen gulden voor, geld dat hij zei nodig te hebben voor een niertransplantatie.

Nadat de man erop was gewezen dat de tekeningen aan de Kunsthalle van Bremen behoorden, bood hij aan ze in New York door experts uit Bremen te laten inspecteren. Bij de ontmoeting, op 8 september op een hotelkamer in Manhattan, was ook een vermomde Amerikaanse douanebeambte aanwezig. Nadat was vastgesteld dat het om de gestolen tekeningen ging, en dat Koga ze desondanks wilde verkopen, werd hij ingerekend. Volgens een woordvoerder van de Kunsthalle in Bremen, zal het museum “alles doen om de tekeningen nu terug te krijgen”. “We zijn al meer dan negen jaar bezig om ze op te sporen en zijn blij dat ze nu eindelijk zijn opgedoken.”