Geld verdienen

In de bijdrage van Marcella Breedveld (NRC Handelsblad, 30 augustus) over de prijs en het aanbod van de vakbonden wordt de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) op één hoop geveegd met andere vakbonden. Logisch dat de NVJ-contributie van 0,9 procent van het jaarinkomen dan hoog lijkt.

In de globale analyse is geen aandacht besteed aan de taak die de NVJ ook als beroepsvereniging heeft bij het hoeden van de persvrijheid en de journalistieke onafhankelijkheid. Een paar voorbeelden.

Persvrijheid is een fenomeen dat onderhoud vergt. De NVJ vecht geregeld, al of niet samen met de desbetreffende media, conflicten uit met de overheid op het punt van bronbescherming en informatievrijheid. Sprong een decennium geleden het parlement snel op de bres voor de informatievrijheid, tegenwoordig zijn gevechten als het publicatierecht bij het doden van de biggen onderwerp van geldverslindende processen bij de rechter.

De financiële bijdrage aan de NVJ om de Raad voor de Journalistiek in stand te houden is net zo hoog als die van de brancheorganisaties van media waar miljarden over de toonbank gaan.

Wat betreft de vakbondsservice heeft de NVJ begin jaren tachtig al de noodzaak onderkend van professionele juridische bijstand. Eigen en externe advocaten staan zonodig leden bij. Service als kogelvrije vesten en beroepsmolestverzekeringen kent de NVJ al een jaar of zes.