De jacht op vrouwen

Vrouwen zijn in het bedrijfsleven hard nodig vanwege allerlei kwaliteiten die mannen meestal missen. Voor bedrijven die daarvan overtuigd zijn, zijn er wervingsbureaus speciaal voor vrouwen. Ondernemingen die de waarheid van de bewering nog niet tenvolle beseffen worden benaderd door adviesbureaus. Beide soorten bureaus floreren - ook al omdat headhunters en adviesbureaus zich met een emancipatoire benadering van talloze anderen kunnen onderscheiden.

Sinds een aantal jaren ritselt het in Nederland van de adviesbureau's en organisaties die de positie van vrouwen in de top van het bedrijfsleven proberen te verbeteren. Sommige bedrijfjes zijn voortgekomen uit het feminisme, maar de meeste gooien het liever niet (meer) over de boeg van de emancipatie. “Wij denken in eerste instantie vanuit het bedrijfseconomisch belang”, zegt Liesbeth Pruijs, directeur van het eind vorig jaar opgerichte bureau Opportunity in Bedrijf in haar kantoor aan de Amsterdamse Herengracht, “en niet vanuit een achterstandssituatie. Dat laatste roept vaak een hoop weerstand op. Wij spreken vrouwen liever aan op hun professionaliteit dan op hun sekse.”

Pruijs is ervan overtuigd dat grotere diversiteit binnen een bedrijf tot betere resultaten leidt. “Er is ons gebleken dat teams bestaande uit mannen èn vrouwen beter presteren dan zogenaamde monoculturen. Ik heb dat zelf gemerkt toen ik bij Randstad werkte. In ben daar begonnen bij de bemiddelaars, waar 80 procent vrouw was. Mijn laatste functie was districtmanager, een niveau waar slechts 15 procent vrouw was. In beide gevallen gaf dat een geheel eigen sfeer. Mannen bevestigen elkaar vaak in hun gelijk over wat er goed gaat binnen een onderneming, vrouwen durven makkelijker te praten over problemen die een teruglopend marktaandeel veroorzaken. Je hoort ook zeggen dat vrouwen efficiënter vergaderen, of meer gericht zijn op hoe een gesprekspartner in zijn vel zit.” Dit rijtje kan naar believen worden aangevuld: vrouwen zouden teamgerichter zijn, macht kunnen delen en minder hiërarchisch zijn ingesteld.

Toon Moeskops, secretaris van de Unie (vakbond voor het middenkader), bevestigt dat “Nederlandse bedrijven steeds vaker op zoek gaan naar managers met vrouwelijke vaardigheden: mensen die goed zijn in communiceren, in sociaal gedrag. Dat wordt steeds belangrijker nu de afdelingen interne communicatie binnen ondernemingen groeien, en bedrijven zowel hun klantvriendelijkheid als hun corporate image steeds belangrijker vinden. In de luchtvaart kiest men bijvoorbeeld heel bewust voor meer vrouwelijke piloten en meer gemengde teams in de cockpit. Vroeger was de piloot altijd een man die meer op de techniek lette dan op klantvriendelijkheid. Ook bij banken zie je dat meer vrouwen op hoge posities een andere sfeer meebrengen.” Moeskops schrikt er zelfs niet voor terug het succes van het zogenaamde poldermodel voor een deel toe te schrijven aan “de gegroeide rol van vrouwen in het sociaal-economische overlegcircus. Bijvoorbeeld bij de FNV. Het gegroeide aantal vrouwen bij de vakbond heeft er toch toe bijgedragen dat we wat anders met elkaar zijn gaan omgaan. Niet alleen op basis van macht, maar ook eens op basis van vertrouwen.”

Bedrijven die zich bij Opportunity in Bedrijf aanmelden worden deelnemer in de gelijknamige stichting. Daarvoor betalen ze een contributie die is vastgesteld aan de hand van het werknemersaantal: 500 gulden per jaar voor bedrijven onder de honderd man, 25.000 per jaar voor ondernemingen boven de 2.500 werknemers. Vervolgens denken Pruijs of een van haar twee collega-adviseurs mee over mogelijke veranderingen, verwijzen het bedrijf door naar een organisatie-adviesbureau, of brengen het in contact met andere klanten van Opportunity waarvan ze iets kunnen leren. “Wij vervullen primair een vliegwielfunctie”, zegt Pruijs. “We maken het mogelijk dat bedrijven zelf met het onderwerp aan de gang gaan.”

Opportunity in Bedrijf draait voorlopig nog op een startsubsidie van de ministeries van Economische en Sociale zaken - 1 miljoen per jaar tot 2000 - maar in de toekomst verwacht het bureau zich te kunnen bedruipen met de contributies van bedrijven. Op dit moment brengen die eenderde van het subsidiebedrag binnen.

Inmiddels worden zo'n tachtig bedrijven en organisaties, waaronder Unilever, ABNAmro, Philips en ING, begeleid door Opportunity. ING was al langer bezig met het thema emancipatie binnen het bedrijf, vertelt Terry Bot, adviseur personeelsontwikkeling. “We hebben allerlei regelingen: kinderopvang, deeltijdwerk, een uitgebreider ouderschapsverlof dan wettelijk is vastgesteld. Maar toch merkte je dat daar minder gebruik van werd gemaakt dan verwacht. Dan bleek dat mannen dat erg moeilijk vonden omdat ze bang waren 'geen echte man meer te zijn'. Opportunity heeft bij ons een quick scan gemaakt waar uitkwam wat we zelf ook al aanvoelden: we moesten meer in de cultuur gaan veranderen.” Half juni organiseerde ING een werkconferentie over het onderwerp, op basis waarvan nu een plan van aanpak wordt opgesteld. Opportunity blijft als gesprekspartner zijdelings betrokken.

Bij ING is de verhouding man-vrouw ongeveer 2:1, met relatief de meeste vrouwen in lagere echelons. Net als Pruijs is Bot ervan overtuigd dat gemengde teams het meest productief zijn. “Maar wij hebben ook als een van de uitgangspunten in ons sociaal plan vastgelegd dat onze organisatie een afspiegeling moet zijn van de maatschappij. Dat vinden de klanten ook belangrijk. Je merkt toch dat vrouwelijke ondernemers graag door een vrouwelijke accountmanager geholpen willen worden.”

Pruijs wijst bedrijven vaak op de demografische vooruitzichten op de Nederlandse arbeidsmarkt. “De komende jaren zullen vergrijzing en ontgroening verder toenemen, en zullen er te weinig jongeren afstuderen om al die babyboomers op te volgen. Dat geldt met name voor hooggeschoold werk. Het Nederlandse bedrijfsleven zal het arbeidspotentieel van al die vrouwen die niet werken, of die na zes jaar al weer opstappen bij een bedrijf, nog hard nodig hebben. Zoveel vrouwen werken er niet in Nederland. Eind 1995 stond Nederland binnen de EU een na laatste op de lijst van arbeidsparticipatie van vrouwen.”

Pruijs' vooruitblik wordt gestaafd door onderzoek van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt uit Maastricht. Hieruit is gebleken dat in de komende jaren grote schaarste zal ontstaan aan de bovenkant van de arbeidsmarkt. Bedrijven zullen staan te springen om economen en accountants (geschat tekort: 15.000), medici (13.000), natuur- en wiskundigen (10.000) en laboratoriumpersoneel (9.000). Hoogopgeleide vrouwen zullen hard nodig zijn om te voorkomen dat grote ondernemingen hun gekwalificeerde personeel uit het buitenland gaan halen.

Volgens Ton de Korte, hoofd adviesgroep personeelsmanagement van Berenschot, is dit een belangrijke reden waarom er momenteel “veel aandacht bestaat voor vrouwen op de arbeidsmarkt. Dat is niet alleen omdat vrouwen andere kwaliteiten toevoegen, maar ook omdat het op de arbeidsmarkt pure noodzaak is geworden om het relatief weinig benutte potentieel aan vrouwen te benutten. Je ziet wel dat technische bedrijven met een sterke mannencultuur meer vrouwen proberen binnen te halen. Een voorbeeld is SKF, een bedrijf voor kogellagers uit Nieuwegein, dat zich erg heeft ingespannen om meer vrouwen op hoge posities te krijgen.”

Diverse adviesbureaus gebruiken het 'schaarste-argument' om meer bedrijven over de streep te trekken. Maar het werkt niet altijd. “Ondernemers moeten vrouwen nog wel zien als een oplossing voor die schaarste”, zegt Anneke van Doorne, van het in vrouwen gespecialiseerde bureau De Jong & Van Doorne-Huiskes. “Wij gaan natuurlijk de boer op met dit probleem. Maar vaak zegt men in het bedrijfsleven: 'Waar zijn al die vrouwen in de bouw, en in de off-shore?' Ze moeten die schaarste echt persoonlijk voelen voordat ze gaan meedenken om bijvoorbeeld meer vrouwen op de betreffende opleidingen te krijgen.”

Naast adviesbureaus komen er in Nederland steeds meer wervings- en selectiebureaus die in vrouwen gespecialiseerd zijn. Bureaus als De Jong & Van Doorne-Huiskes (eveneens gericht op organisatie-advies) en Dimp, Nelemans & Partners bestaan al zo'n tien jaar, maar Ymago en Female Functions BV werden in 1993 en 1994 opgericht. Een aantal hiervan kwam voort uit de vrouwenbeweging, andere bureaus zagen emancipatie simpelweg als een gat in de markt. Zoals VB Magazine eind 1995 al schreef: “'Jagen op vrouwen' is ook een handige manier je te onderscheiden van de ruim 600 andere headhunters in het land.”

Een van de meest recent opgerichte bureaus is het Haagse Toplink, dat in tegenstelling tot veel andere bureaus geheel gesubsidieerd wordt door de rijksoverheid. Toplink werd in 1995 opgericht door de ministeries van Sociale en Binnenlandse Zaken als onderdeel van het emancipatiebeleid. Uit het onderzoek 'Het maatschappelijk tekort' (december 1995) bleek dat slechts één op de vijf bestuursleden van maatschappelijke organisaties een vrouw was.

Volgens Jeannine Molier, directeur van Toplink, zorgden “allerlei factoren in werving en selectie ervoor dat vrouwen niet doordrongen in die gremia. Het bekende Old Boys Network, inderdaad. Wij zijn toen opgericht om vraag en aanbod aan elkaar te linken. Wij kennen veel vrouwennetwerken en hebben inmiddels een databestand met circa duizend vrouwen.”

Het bureau werkt niet alleen voor het maatschappelijk middenveld, maar bemiddelt ook voor de overheid (de adviesraden van het kabinet) en het bedrijfsleven (raden van commissarissen). “Er is een aantal koplopers”, vertelt Molier. “De vakbeweging, energiebedrijven en suikermaatschappij CSM hebben een aantal vacatures bij ons gemeld. Over het algemeen krijgen wij de meeste aanvragen van maatschappelijke organisaties. Het bedrijfsleven loopt ver achter. Drie jaar geleden was zo'n drie procent van alle commissarissen vrouw, en dat moet nog altijd gaan veranderen. Ahold heeft wel eens bij ons aangeklopt, maar het blijft bij een handjevol ondernemingen. Hun cultuur is toch behoudend. Wij horen in dat soort kringen vaak dat 'kwaliteit vanzelf boven komt drijven'. Dat vind ik een beetje kortzichtig. Ik denk dat werving & selectie professioneler moet plaatsvinden dan in een informeel circuit waarbij je elkaar selecteert aan de borreltafel en waarbij het belangrijkste is of je elkaar aardig vindt.”

Het Betuwse kasteel Ophemert baadt in de zomerzon. Binnen zijn de adviseurs van Targetpoint International bijeen voor een dagje evaluatie en bezinning. Targetpoint is een organisatie-adviesbureau, gerund door zes vrouwen, dat bedrijven adviseert over vrijere, meer 'vrouwelijke' organisatievormen - zonder dat overigens zo te benoemen. Waar andere adviesbureaus het woord 'emancipatie' niet meer in de mond nemen omdat het zo zeurderig klinkt, praten de medewerkers van Targetpoint naar buiten toe liever niet meer over 'vrouwen'.Het mocht eens sekte-achtig overkomen. “Dat man-vrouw verschil is volkomen passé”, zegt een van hen.

Toch valt het op dat Targetpoint alleen vrouwelijke adviseurs in dienst heeft. Volgens initiatiefneemster Angela van de Loo is dat toeval. “Ons credo is: We zoeken een goeie vent, maar we vinden altijd een betere vrouw.” Maar als zij de soort adviezen moet omschrijven die Targetpoint geeft aan klanten als ING en Schiphol Telematics, kan ook Van de Loo niet om het woord 'vrouwelijk' heen. “Wij adviseren bedrijven om meer vrijheid in hun systeem in te bouwen, een minder hiërarchische structuur aan te houden, meer ruimte te geven voor parttime werk, problemen makkelijker bespreekbaar te maken - een kijk op intern ondernemerschap die automatisch leidt tot een meer vrije, vrouwelijke manier van denken. Zodat er binnen een bedrijf vanzelf meer ruimte komt voor dingen die we meer aan vrouwen toeschrijven: meer delen in plaats van uitdelen, dingen combineren, niet altijd logisch denken maar ook je intuitie vertrouwen.”

Dat Targetpoint zichzelf bij uitstek geschikt acht om te adviseren over 'vrijere' organisatievormen heeft opnieuw veel te maken met het feit dat de adviseurs vrouwen zijn. “Wij roepen geen haantjesgedrag op”, zegt Van de Loo's collega Bodielle Nooitgedagt. “Als vrouw kun je bepaalde moeilijke dingen toch makkelijker zeggen.” Mariette Reijn licht toe: “Wij kunnen een machtsstrijd binnen een bedrijf makkelijker bespreekbaar maken dan mannelijke adviseurs die strak en vlak in het pak zitten. Vrouwen zijn minder bedreigend. Laatst waren we bij een bedrijf waar een grote stoelendans aan zat te komen. Alle werknemers wisten wel waar ze het liefst terecht wilden komen, maar niemand wilde tegenover de anderen zijn kaarten op tafel leggen. Wij hebben die mannen toen heel simpel gevraagd wat ze het liefst wilden doen. Uiteindelijk hebben ze dat ook allemaal voor elkaar gezegd.”

Tot de klanten van Targetpoint behoren ING, Schiphol Telematics en het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De hiërarchische wijze waarop een aantal van zulke bedrijven en instellingen is georganiseerd is volgens Van de Loo achterhaald. “Het is de verwachting dat een groter deel van het arbeidspotentieel straks uit vrouwen gehaald wordt. En dan zul je ook zien dat de manier van organiseren zal gaan veranderen. Shell, ING, de universiteiten: zulke organisatievormen zijn zo langzamerhand toch ancient history.”