Averechtse hulp

EEN ZWARE DELEGATIE uit Nederland heeft deze week een bezoek gebracht aan de Nederlandse Antillen. Maar liefst drie ministers (Voorhoeve, Wijers en Zalm) plus een staatssecretaris (Vermeend) hebben zich met vertegenwoordigers van de Antilliaanse regering gebogen over de financieel-economische toestand op de Koninkrijksdelen in de West.

Die toestand is zorgwekkend. De economie krimpt, de werkloosheid stijgt, de overheidsfinanciën zijn uit balans en de reserves van de centrale bank zijn bijna uitgeput. Alleen de betalingsbalans ziet er gezonder uit dan voorheen, dankzij herstel van het toerisme, vooral naar St. Maarten.

De toestand is al tijden zorgwekkend en daarom besloot de Antilliaanse regering anderhalf jaar geleden de hulp in te roepen van het Internationale Monetaire Fonds. Dat was een doortastend besluit. Na langdurige onderhandelingen bereikten het IMF en de Antillen in februari van dit jaar een akkoord over een aanpassingsprogramma. Op voorwaarde van uitvoering van dit IMF-programma zegde Nederland een bijstandslening van honderd miljoen gulden toe, plus nog eens 75 miljoen gulden voor een sociaal vangnet en uitstel van betaling van 96 miljoen gulden aan Antilliaanse schulden. Deze steun kwam boven op de ontwikkelingshulp aan de Antillen van een tweehonderd miljoen gulden per jaar.

DE REGERING van premier Miguel Pourier nam weliswaar een paar lastige maatregelen, maar vervolgens bleek dat de Antillen lang niet aan alle IMF-voorwaarden voldeden. Het IMF heeft daardoor nog steeds geen goedkeuring gehecht aan het aanpassingsprogramma en derhalve bleef de toegezegde Nederlandse financiële ondersteuning uit. De Nederlandse delegatie heeft deze week in Willemstad de druk op de Antillen verhoogd om aan de IMF-voorwaarden te voldoen. Tegelijkertijd bood Nederland 25 miljoen gulden extra ontwikkelingshulp plus 25 miljoen gulden aan belastingfaciliteiten om de investeringen van Nederlandse ondernemingen op de Antillen te bevorderen.

De moeilijkheid is alleen dat ondernemingen nauwelijks worden aangemoedigd tot investeren door de inertie van de lokale bureaucratie, de corruptie en soms ook de openlijke tegenwerking. De tweede moeilijkheid is dat de Antillen nog steeds het aanpassingsprogramma traineren. Men probeert de maatregelen over een langere periode uit te spreiden dan de drie jaar die het IMF gewoonlijk in al zijn programma's hanteert.

De ernst van de situatie blijkt uit het jongste kwartaalbericht van de Bank van de Nederlandse Antillen. E.D. Tromp, de alom gerespecteerde president van de centrale bank, schrijft in zijn voorwoord: “Vooruit kijkend is het duidelijk dat corrigerende maatregelen dringend nodig zijn om het (IMF-)programma weer op het goede spoor te krijgen. Deze maatregelen moeten gericht zijn op extra bezuinigingen (...) en privatiseringen.”

DE SITUATIE die nu is ontstaan is de slechtste van alle werelden. De Antillen erkennen de noodzaak van het aanpassingsprogramma, maar ze marchanderen met de uitvoering, verzekerd als ze nog altijd zijn van reguliere Nederlandse ontwikkelingshulp. Het IMF kan wel eisen stellen, maar is tamelijk machteloos omdat het geld voor het aanpassingsprogramma van Nederland moet komen. Nederland blijft delegaties sturen, verwijst naar het IMF en geeft toch weer wat extra geld. Ondertussen daalt de levensstandaard van de bevolking en blijft het herstel van de economie uit.