Armen en benen met een eigen leven

Voorstelling: De Rotterdamse Dansgroep met: Cargo X (1989), Choreografie: Merce Cunningham. Muziek: Takchisa Kosugi, licht- en kostuumontwerp: Dove Bradshaw; Through The Wall. Choreografie: Ton Simons. Muziek: The Matthew Shipp 'String' Trio, By The Law of Music. Lichtontwerp: Kees Knegjes. Kostuumontwerp: Nelly van de Velden, Ton Simons. Gezien: 10/9, Stadsschouwburg Utrecht. Tournee.

De Rotterdamse Dansgroep opent dit seizoen met Merce Cunninghams visie en ideeën op dans, met Cargo X (1989) van Cunningham zelf en Through The Wall, waarvoor Ton Simons, vaste gastchoreograaf van De Rotterdamse Dansgroep, zich door zijn gedachten liet inspireren. Cunningham is erg belangrijk geweest voor de ontwikkelingen binnen de moderne dans. Hij ziet dans als een autonome kunstvorm en zegt: 'Muziek is iets dat, als het al gebruikt wordt, toevallig tegelijkertijd gebeurt met dans.' Ook volgt hij geen dramatisch gegeven of emotie.

Deze uitgangspunten zijn duidelijk aanwezig in Cargo X (1989). De zeven dansers, in felgekleurde, nauw om het lichaam sluitende pakken, dansen zonder uiterlijke emotie hun solo's, duetten en groepsdelen op de 'begeleidende' geluiden van verwrongen stemmen en klanken die onder andere doen denken aan sambaballen en de test-tikken op een microfoon. Poses waarbij ze, de zwaartekracht tartend, op één been staan en zijwaarts leunen worden gevolgd door abrupte, hoekige bewegingen en snelle richtingsveranderingen. Armen, benen en hoofd lijken soms een eigen leven te leiden. Deze techniek vergt veel concentratie, timing en exactheid. De dansers voeren deze, soms bijna robotachtige, choreografie met kracht uit en beheersen de niet eenvoudige techniek volledig. Vooral Gaby Allard dwingt aandacht af door haar zeer directe en nauwkeurige vertolking.

Meer vaart zit er in Through the Wall van Simons. Na zijn opleiding aan de Rotterdamse Dansacademie studeerde Simons bij Merce Cunningham in New York en in zijn choreografieën zijn duidelijk de invloeden van de meester te zien. Maar in tegenstelling tot de 'non-muzikaliteit' van de choreografie van de Amerikaan wordt er in Through The Wall gedanst op swingende, soms snerpende en dan weer spannende jazzmuziek. De zwarte toneelvloer is met witte tape in vieren gedeeld. Boven elke kwart van het toneel hangt een grote aluminium lamp en coulissen ontbreken, zodat er een ruimtelijke sfeer ontstaat. TL-licht floept aan en de dansers barsten los in een georganiseerde chaos: veel snelle bewegingen, elk voor zich en tezamen. Er volgen solo's, duetten en trio's waarbij bewegingsfrasen in verschillende richtingen en op diverse plaatsen op het toneel worden herhaald, al dan niet in canon.

In de diverse duetten en trio's bedient Simons zich van mooi partnerwerk. De kostuums sluiten aan bij het toneelbeeld: de dansers zijn in zwarte, wederom strak om het lichaam zittende, kostuums gekleed, met witte lijnen op de linker en rechter zij. Deze lijnen leggen de nadruk op de holle ruggen, de gebogen knieën en de uitstekende heupen en brengen zo op subtiele manier de bewegingen onder de aandacht. De tien dansers maken op overtuigende en inspirerende wijze gebruik van de ruimte en dansen sterk, met veel energie. Maar Joke Zijlstra en opnieuw Gaby Allard blinken uit door hun interpretatie en de gearticuleerde manier van bewegen.