Acosta's wil is wet in volleyballand

'Koning' Ruben Acosta, voorzitter van de internationale volleybalfederatie, is op staatsbezoek in Nederland. De Mexicaan regeert met straffe hand. “Hij is een dictator eerste klas.”

EINDHOVEN, 11 SEPT. Herman van Zwieten, de voorzitter van de Nederlandse volleybalbond (NeVoBo), vloog vorige week even op en neer naar Lausanne om met Ruben Acosta het programma van diens verblijf in Nederland door te nemen. Meneer de president stelt er nu eenmaal hoge prijs op dat er aandacht aan zijn bezoek worden besteed. Hij eist een hotelsuite en een auto met chauffeur. En een land dat hem niet goed behandelt kan het berouwen, dat weet iedereen in de volleybalwereld.

De Mexicaan Acosta, 63 jaar, is de koning van het volleybal. Zijn wil is wet. “Hij drijft altijd zijn zin door. Wie hem durft tegen te werken die wordt in zijn rug geschoten en kan het verder vergeten. Hij heeft al zo'n acht secretaresses en vier directeuren versleten”, zegt voormalig bestuurder Piet de Bruin die Acosta vele jaren meemaakte. De Amsterdammer noemt de FIVB-president “een dictator eerste klas”.

De Bruin zegt echter ook diep voor Acosta te willen buigen. “Hij heeft van volleybal een grote sport gemaakt. Toen hij aantrad werd de FIVB vanuit een achterkamer geleid. Nu is het een bond met een hoofdkantoor met zo'n vijftien medewerkers.” Onder het bewind van Acosta werden grote veranderingen doorgevoerd, zowel in spelregels als in de speelagenda. Dat beachvolleybal op het olympisch programma kwam, is ongetwijfeld zijn grootste succes.

Acosta, een advocaat en groot bewonderaar van Napoleon, raakte als kind al enthousiast voor het volleybal. Op school was hij spelverdeler, maar hij miste de lengte om een echte goede speler te kunnen worden. Maar op een andere wijze haalde hij wel de top. Eerst als scheidsrechter en later als bestuurder. De kleine man nam in 1984 het voorzitterschap van de internationale volleybalfederatie over van de Fransman Paul Libaud die vanaf de oprichting in 1947 aan het roer was geweest.

Wie het over Ruben Acosta heeft, moet ook zijn (tweede) echtgenote noemen: Malu - in het Nederlandse volleybal omgedoopt tot Mamalou, naar de vrouw van Pipo de Clown. De Acosta's vormen een twee-eenheid en reizen altijd samen. Mevrouw heeft een eigen kamer op het chique hoofdkantoor van de FIVB en wordt gezien als de grote regisseur. Vol bewondering kijkt Malu Acosta altijd op naar de lange topvolleyballers. De imposante Fries Ronald Zoodsma was haar grote favoriet. Na de wedstrijden van Nederland liet ze zich altijd naar de spelersbus brengen om hem even te bekijken. Zoodsma speelt niet meer in de nationale ploeg, maar toch informeerde Mamalou vorige week bij Van Zwieten naar het welzijn van de Nederlandse volleyballers. “How are the boys?”

De Acosta's zijn een ijdel duo. Als ze naar een toernooi komen, moet er op het vliegveld een tweede auto klaarstaan om de vele koffers met kleding te vervoeren. “Hij wilde in Nederland altijd de koningin ontmoeten”, weet De Bruin. “Zoiets gaat in Mali misschien makkelijk, maar bij ons niet. Meer dan een etentje met Lubbers kon ik destijds niet voor hem regelen. En Anton Geesink is een keer met prins Willem Alexander bij hem in Lausanne op bezoek geweest. Dus hij heeft niet te klagen gehad.”

De Bruin zegt dat hij goed met Acosta kon opschieten. “Ik kende zijn gebruiksaanwijzing ook een beetje. In het openbaar moest je 'meneer de president' zeggen en hem netjes voor laten gaan.” Van Zwieten: “Hij luistert ook wel naar je ideeën, maar als hij ze wat vindt, brengt hij ze later als zijn voorstellen.”

Acosta zal tijdens zijn bliksembezoek aan Nederland vanavond naar de EK-wedstrijd van het thuisland gaan kijken en woont morgen het congres van de Europese volleybalfederatie (CEV) bij. Hij zal de vergadering om één uur verlaten, want hij moet naar Los Angeles vliegen om daar de prijzen van het WK beachvolleybal uit te reiken. De FIVB-voorzitter maakt er een gewoonte van bij gelegenheden tussentijds te vertrekken. “Hij zegt altijd dat hij moet rusten”, weet Van Zwieten.

De Bruin: “Ik heb hem 25 jaar lang meegemaakt, soms dag en nacht. Maar hij neemt niet de moeite om even een briefje naar me te schrijven of te bellen. Zo is hij. Ik ben niet meer bruikbaar voor hem. Dus flikker dan maar op!”