Wereldmarkt dwingt zuivel tot concentratie

Coberco, Friesland Dairy Foods en de kaasproducenten Twee Provinciën en Zuid-Oost-Hoek hebben gisteren aangekondigd te gaan fuseren en zich zo te scharen onder Europa's grootste ondernemingen in de zuivelsector.

ROTTERDAM, 10 SEPT. “Nederland is het zuivelland bij uitstek en wordt - in het buitenland - beschouwd als 's werelds eerste zuivelland,” sprak toenmalig voorzitter drs. H. Schelhaas van het Produktschap voor Zuivel in zijn nieuwjaarsrede op 3 januari 1995.

Ruim tweeënhalf jaar later, na een spervuur van fusies en overnemingen leert een blik op de toptien van Europese bedrijven dat Nederland daar met slechts twee ondernemingen - Campina Melkunie en Friesland Dairy Foods - in voorkomt, Coberco volgt op een elfde plaats. Die toptien wijzigt niet alleen snel, hij wordt bovendien steeds sterker. Realiseerden deze bedrijven in 1995 nog een gezamenlijke omzet van 67 miljard gulden, vorig jaar was dat bedrag opgelopen tot 73 miljard gulden. Als de toptien van de wereld in ogenschouw wordt genomen volgt na Campina een aantal Japanse bedrijven - zoals Snow Brand, Meiji en Morinaga - en Amerikaanse als Mid American Dairymen, Kraft en Associated Milk Producers. Friesland Dairy komt daar al niet meer in voor. Als het gaat om 'het eerste zuivelland in de wereld', dan hebben Frankrijk, Denemarken en Zwitserland inmiddels meer recht op de titel.

Ook als wordt gekeken naar de nationale productie kan niemand Nederland nog serieus als 'eerste zuivelland' kwalificeren. Duitsland produceert meer dan twee maal zoveel kaas als Nederland, Frankrijk ook. Die twee landen produceren ook meer dan drie maal zoveel boter. Zelfs als wordt gekeken naar het verbruik van zuivelproducten kan Nederland nergens aanspraak op maken. Belgen, Luxemburgers, Duitsers, Fransen en Grieken eten bijvoorbeeld beduidend meer kaas dan wij.

Om op de internationale markt een rol van betekenis te blijven spelen is een fusie als die tussen Coberco, Friesland Dairy Foods en de kaasproducenten Twee Provinciën en Zuid-Oost-Hoek die gisteren werd aangekondigd dus de gewoonste zaak van de wereld, zoals concurrent Campina-Melkunie uit Zaltbommel gisteren in een eerste reactie liet weten. “Het verbaast ons niet gezien de roep om een grotere krachtenbundeling in de zuivel,” aldus een Campina-woordvoerder. Concentratie is onvermijdelijk bij de opkomende internationale concurrentie op de voorheen afgeschermde Europese melkmarkt. Daarbij is een verlaging van de productiekosten evenzeer van grote betekenis.

Bij de ontwikkeling van de internationale zuivelmarkt spelen enkele factoren een cruciale rol. In de eerste plaats willen coöperaties hun leden/toeleveranciers blijvend een goede prijs betalen voor de melk. Dat is bovendien belangrijk voor de continuiïteit. Die prijs is tussen 1992 en vorig jaar voortdurend teruggelopen, in totaal met meer dan acht procent. “De grenzen van het aanvaardbare komen in zicht,” zei Schelhaas' opvolger ir. G. van den Berg in januari in zijn nieuwjaarsrede. Die voortdurend lagere opbrengst is ook niet zonder gevolgen gebleven. De werkgelegenheid in de zuivelsector daalde vorig jaar opnieuw, met vijf procent. Het aantal melkveehouders nam af met rond 1.200, een daling met 3,2 procent.

Het creëren van sterke exportmarkten is bij dat alles van het grootste belang, vooral omdat de thuismarkt het steeds meer laat afweten. Het gebruik van melk, karnemelk, chocolademelk, yoghurt, pap, vla, room en koffiemelk is in Nederland tussen 1990 en nu alleen maar teruggelopen. We eten nog net evenveel boter en iets meer kaas. De verzadiging bij de Nederlandse consument is echter niet uniek, in heel West-Europa stagneert de afzet al een aantal jaren.

De export van melk is tussen 1990 en nu dan ook opgelopen van 175.000 ton naar 294.000 ton, die van kaas van 433.000 naar 547.000 ton. Maar het is lastig nieuwe markten te exploreren. Het voormalige Oostblok vormt een kans, de opbloeiende economieën in Zuid-Oost Azië en Latijns-Amerika ook, zo blijkt uit de expansiedrift van 's werelds grootste bedrijven. Nestlé heeft zich in Rusland gevestigd, Besnier schiet wortel in de Oekraïne en Polen, waar ook Campina Melkunie kansen ziet. Het Franse Sodiaal richt zich op Tsjechië en Bongrain, een minder bekende Franse onderneming met een omzet van rond drie miljard gulden, stort zich op de Hongaarse markt.

China blijkt een gewilde markt te zijn voor Friesland Dairy, dat trouwens ook vestigingen heeft in Indonesië, Hongkong en Vietnam, maar ook Nestlé en Danone zijn actief op de Chinese markt.

Pagina 20: Wereldmarkt wordt maar weinig vrijer

Zuid-Amerika is een groeimarkt voor bijvoorbeeld Danone, dat fabrieken heeft in Brazilië en Argentinië. Friesland Dairy heeft Colombia en Peru uitverkoren. Dat het goed kan gaan met bedrijven die in deze regio opereren blijkt bij het Italiaanse Parmalat, dat vorig jaar een omzetstijging boekte van 42 procent, vooral door 72 procent omzetgroei in Zuid-Amerika. Nederlandse bedrijven lijken vooralsnog niet genoeg te profiteren van die markten. De opbrengst van hun zuivelexport bleef vorig jaar met 6,6 miljard gulden praktisch gelijk aan die van 1995.

Zorgelijker is nog dat de gevolgen van het wereldhandelsverdrag GATT - tegenwoordig WTO - zich manifesteren. Zo kreeg Nederland vorig jaar uit Brussel nog slechts 0,7 miljard gulden aan restituties op in Nederland geproduceerde zuivelproducten. In 1995 was dat nog 1,2 miljard gulden.

De grote vraag voor melkveehouders, de coöperaties waarbij zij zijn aangesloten en de grote zuivelondernemingen in Europa is hoe Brussel het WTO-akkoord verder implementeert. De primaire sector weet al sinds de Uruguay-ronde in 1986 dat de steun uit Brussel ooit zou afnemen. Daarvoor werd niet al te zeer gevreesd omdat tegenover lagere exportsteun een toegankelijker wereldmarkt zou staan. Wat te denken van de export van Europese kaas naar de VS?

Inmiddels is echter al een hoge prijs betaald, vindt de zuivelsector, maar blijft werkelijke liberalisatie van de wereldmarkt uit. Besloten is de geldelijke exportsteun in zes jaar te verlagen met 36 procent, de omvang van gesubisieerde uitvoer met 21 procent. De beperkingen gelden voor kaas, boter, mager melkpoeder en 'overige producten'. Voor bulkproducten als boter en melkpoeder werd wel ruimte gecreëerd, maar daar zit de wereldmarkt nou net niet om te springen. Naar een product met hoge toegevoegde waarde als kaas is wel groeiende vraag, maar de export hiervan wordt gefrustreerd door WTO-beperkingen. Van den Berg noemt dat 'een perverse ontwikkeling'.

De mogelijkheden die zuivelondernemingen zien op de wereldmarkt en de beperkingen die Brussel en de WTO stellen kunnen in de nabije toekomst tot forse fricties leiden. Dat is dan ook de belangrijkste reden voor schaalvergroting; beleidsmakers luisteren beter naar 'grote spelers' op de markt dan naar kleintjes.