Schokkende aanklacht tegen Winnie Mandela

Een van de Nederlandse omroepen zou er goed aan doen de documentaire Winnie Mandela en de vermiste Getuige aan te kopen, die de BBC gisteravond uitzond.

Het is een hoogst opmerkelijke film, een echte blikopener, om het even in vertaald Engels te zeggen. En een vernietigende film voor Winnie, tenzij ze in staat is de belangrijkste beschuldigingen eruit te weerleggen. De maker, Fred Bridgland, had haar daartoe uitgenodigd, maar ze wilde er niet op ingaan.

De 'kroongetuige' van Bridgland is ene Katiza Cebekhulu, een zwarte jongen die in de jaren tachtig deel uitmaakte van Winnie's beruchte 'voetbalclub', een verzameling jonge mannen die als haar bodyguards een ware terreur in haar omgeving uitoefenden.

Cebekhulu had in 1992 met Winnie terecht moeten staan wegens de ontvoering van de later vermoorde Stompie, een ander lid van 'de voetbalclub', maar hij verdween aan de vooravond van het proces. Hij zou - omdat hij te veel wist - met medeweten van Nelson Mandela ijlings naar Zambia zijn overgebracht.

Deze Cebekhulu doet in de BBC-film zijn bloedstollende verhaal over de wantoestanden waarvan Winnie de spil was. Hij is een eenvoudige man, getekend door zijn ontberingen, maar juist door zijn eenvoud maakt zijn verhaal zo'n verpletterende indruk. Het is het verhaal van een verweesde jongeman van het platteland die door een toeval in een soort sekte terechtkomt - de sekte van Winnie Mandela.

Hij vindt er eindelijk een thuis, maar tegelijk weet hij zich afhankelijk van zijn weldoeners. Spoedig wordt hij aangezet tot chantagepraktijken waarmee Winnie een rivaal, de populaire blanke predikant Paul Verryn, probeert uit te schakelen. Hij moet Verryn tot seksueel misbruik verleiden, maar de poging mislukt. Dan probeert Winnie een arts, Asvat, zo ver te krijgen dat hij verwondingen vaststelt bij haar jongens die in het gezelschap van Verryn zijn geweest.

Asvat wil alleen zijn eigen ogen geloven en weigert medewerking. Cebekhulu beweert in de film dat Winnie ten slotte twee Zoeloes liet komen om Asvat te laten doodschieten.

Wat in de getuigenis van Cebekhulu opvalt, is de herhaalde bewering dat Winnie zélf steeds deelnam aan de mishandelingen van weerspannige jongens van haar 'voetbalclub'. Stompie zou zij zelfs eigenhandig hebben vermoord. “Ik zag haar tweemaal steken”, zegt Cebekhulu.

Op een dag vindt Cebekhulu naaktfoto's van Winnie, gemaakt tijdens een vrijpartij met haar jonge minnaar Dali (Mandela zit dan nog gevangen). Cebekhulu drukt een van de foto's achterover, maar hij maakt de fout van zijn leven door zijn mond voorbij te praten tegen een andere jongen. Winnie eist de foto terug, mishandelt hem en laat hem mishandelen, waarna Cebekhulu ontsnapt. Maar het ANC spoort hem op en besluit hem naar Zambia te transporteren, waar Emma Nicholson, een Brits Hogerhuislid, hem in een gevangenis zal ontdekken en zich over hem zal ontfermen.

Dat is in grote lijnen het verhaal van Cebekhulu, die nu ergens op een geheime plaats in ballingschap verkeert (Nicholson: “Het heeft drie jaar geduurd voordat een land hem wilde accepteren. John Major durfde het niet.”). Hij wil terug naar Zuid-Afrika, waar Nicholson deze week in Kaapstad pleitte voor zijn amnestie.

Wat moet je als journalist met zo'n verhaal? Die vraag zal Bridgland zich, hoop ik, wel herhaaldelijk hebben gesteld. Want zijn onthullingen berusten voor het belangrijkste deel op de getuigenis van Cebekhulu. Uit de film blijkt gelukkig dat Bridgland ook de nodige 'circumstantial evidence' bijeen heeft gesprokkeld. Er zijn ondersteunende citaten van anderen, zoals van een man die toegeeft dat hij voor de rechtbank gelogen heeft om Winnie een alibi te bezorgen voor het tijdstip waarop Stompie werd vermoord.

“De wereld moet weten wat voor een monster zij is”, zegt een zwarte moeder in de film. Aan Cebekhulu zal het niet liggen. De filmer legde zijn reacties vast terwijl hij naar gefilmde ontkenningen van Winnie zat te kijken. “Jij bent schuldig”, roept Cebekhulu in een soort naïeve verbijstering uit, “waarom zit ik anders hier?”