Rots in de branding der onbenulligheid

Van de Nederlandse omroepen doet alleen de VPRO nog wel eens iets aan de zwijgende cinema. In het vorige seizoen was daar bijvoorbeeld de onvolprezen serie Cinéma perdu te zien, waarin Peter Delpeut, tot voor kort programmeur van het Filmmuseum in Amsterdam, onvermoede rijkdommen aan beeld opdiepte uit de archieven.

Gelukkig is de serie uitzendingen - nogal onhandig geprogrammeerd op steeds andere tijdstippen op zondagavond - inmiddels als koopvideo verschenen, samen met een boekje waarin de veelal geestige stukken van Delpeut die in de VPRO-gids de uitzendingen begeleidden, staan afgedrukt.

Maar verder kan de liefhebber van zwijgende films het wel vergeten op de Nederlandse televisie.

Ook al zijn door het vervallen van de auteursrechten na vijftig jaar de uitzendkosten van deze films veelal bescheiden, en ook al wordt er - door de hausse van restauratie en onderzoek op dit gebied in de laatste jaren - het ene meesterwerk na het andere ontdekt of in oude luister hersteld, de Nederlandse televisiebazen zijn kennelijk veel te druk met andere dingen om op de gedachte te komen deze films uit te zenden.

Nee, dan de Frans-Duitse cultuurzender Arte. Ook voor de zwijgende film is deze zowel in Duitse als in Franse versie in heel Europa per satelliet beschikbare zender, een rots in de branding der onbenulligheid en culturele desinteresse.

Morgenavond kunnen de Arte-kijkers Greed van Erich von Stroheim uit 1928 zien. De programmering van de afgelopen maanden omvatte onder meer The Black Bird van Tod Browning uit 1926, Two Stars in the Milky Way van Tomsie Sze (Shanghai, 1931), de lange originele versie van Dr. Mabuse van Fritz Lang uit 1933 (meer dan zes uur!), Lulu van Pabst uit 1928 (gerestaureerde versie) en The Iron Horse van John Ford uit 1924, een vroege western dus. Mijn persoonlijke favoriet was Asphalt van Joe May uit 1923, die begint met een prachtige evocatie van de drukte in de Berlijnse Friedrichsstrasse.

Mij dunkt dat deze opsomming een beetje filmfanaat stapelgek van verlangen maakt en dat is ook precies de bedoeling. Want het is te gek dat Nederlandse filmliefhebbers er nog langer vrede mee hebben dat de Nederlandse televisie hen op cinefiel gebied bijna niets te bieden heeft.

Wat voor zwijgende films geldt, geldt immers eigenlijk voor heel het bereik van de cinefilie. Bij tijd en wijle willen de NPS of de VPRO nog wel eens iets van filmhistorische betekenis voorschotelen. Maar waar is de serie onmisbare films uit de filmgeschiedenis? Waar zijn de series retrospectieven van kunstzinnige films voor een klein publiek, desnoods op een nachtelijk uur?

Dat de Nederlandse publieke omroep, tot wier taken cultuurverspreiding behoort, bij gebrek aan een duidelijk verlangen uit het publiek de zwijgende film, en in het algemeen de filmgeschiedenis grotendeels links laat liggen, is veelzeggend voor de verloedering van dit instituut. Het is ook een houding die op den duur voor die publieke omroep kostbaar zal blijken.

In Frankrijk bestaat al een televisiezender, Ciné Cinéfil, die op commerciële basis 24 uur per dag historische films (bijna altijd zwart-wit) uitzendt. Haastig heeft de Franse publieke televisie omroep France Télévision ook zijn cycli historische films ingesteld, maar het cinefiele publiek weet inmiddels al dat het elders wordt bediend.

Arte is in Duitse versie te zien via Astra (19,2 graden oost): 10.714, h. In Franse versie via Hot Bird (16 graden oost) 11.080, v., of Télécom 2 B (5 graden west): 12.606, v., in Secam. Cinéma Perdu is verschenen bij Uitgeverij Bas Lubberhuizen als een boek en video voor F.32,50.