Meg Ryan

In een reeks korte profielen van gezichtsbepalende sterren deze week Meg Ryan, die een van de twee hoofdrollen speelt in de film Addicted to Love: 'een Amerikaanse huisvrouw die wel eens whoopee doet'.

Het moet wel heel raar lopen met de verdere carrière van Meg Ryan, een van de meest onwaarschijnlijke sterren van dit moment, als niet die ene scène uit When Harry Met Sally (Rob Reiner, 1989) op haar grafsteen zal prijken. Zittend tegenover dan nog platonische vriend Billy Crystal in een New-Yorks restaurant demonstreert Ryan luidkeels en met grote overtuigingskracht hoe eenvoudig het voor een vrouw is om een orgasme te fingeren. En gaat over tot de orde van de dag.

Dat laatste is de grote kracht van Meg Ryan. Hoewel haar bereik grosso modo niet verder gaat dan dat van de romantic comedy, een genre dat zelden Oscarnominaties oplevert, is ze een meester in de kleine verschuivingen. Meg Ryan speelt meestal een vrouw die niet is wat ze op het eerste gezicht lijkt, en met cool panache en perfecte timing ons triomfantelijk op het verkeerde been zet. Wat je bewondert is niet de verandering zelf, want die varieert doorgaans op de vierkante centimeter tussen muizig dametje en gelegenheidsvamp, maar die ontroerende zelfingenomenheid nadat ze ons getoond heeft hoe dapper ze is.

Ik aarzel altijd even tussen ergernis en gecharmeerdheid. Meg Ryan, geboren als Margaret Mary Emily Anne Hyra (Fairfield, Connecticut, 19 november 1961), debuteerde als dochter van Candice Bergen in Rich and Famous (George Cukor, 1981) en ontpopte zich daarna als ster van de soapserie As the World Turns. Minder nuffig en geraffineerd dan het voor de hand liggende voorbeeld Goldie Hawn, heeft Ryan altijd iets van een Amerikaanse huisvrouw, die wel eens whoopee doet. Onverdraaglijk wordt dat tegenover het savoir vivre van de Franse wijnboer Kevin Kline in French Kiss, en ongeloofwaardig als een heimelijke alcoholiste in When a Man Loves a Woman. Het werkt daarentegen sterk binnen de beperking van een simpel romantisch dilemma, zoals in Sleepless in Seattle (Nora Ephron, 1993) of in het eveneens door Ephron geschreven When Harry Met Sally: wat zijn de voor- en nadelen van seks in een vriendschap? Ook als ik me een film lang erger aan de Doris Day-achtige alledaagsheid van Ryans erotische uitstraling (hoe kan iemand daar in de jaren negentig nog een ster mee worden?), is er altijd wel een seconde dat ze me in het hart treft. In Addicted to Love is dat het moment dat ze haar motorhelm afzet, onthult dat er een vrouw in de lederen verpakking zit en je dan aankijkt met die blik van 'had-je-niet-gedacht!'. Een onthulling van niks, maar de echte onthulling, namelijk die van Megs quasi-geëmancipeerde ijdelheid, neemt me wel weer voor haar in, omdat die haar echt kwetsbaar maakt.

De ideale tegenspeler van Meg Ryan is niet haar echtgenoot Dennis Quaid, met wie ze in drie weinig opzienbarende films speelde (Innerspace, D.O.A. en Flesh and Bone), maar die andere onwaarschijnlijke huis-, tuin- en keukenster van de jaren negentig, Tom Hanks (Joe vs. the Volcano, Sleepless in Seattle). Sentimenteel, kinderlijk, narcistisch en futiel zijn sleutelwoorden voor beiden, en toch werkt de combinatie. Dit is geen epoque voor sterke en mysterieuze vrouwen, maar voor prinsessen die dicht bij het volk staan. Ze mogen ijdel zijn en fouten maken, als ze maar een hart van goud hebben.