Mediacode

Het is collegiaal hoe in het hoofdartikel van 6 september onder de kop 'Mediacode' zelfs de boulevardpers wordt verdedigd tegen de publieke verontwaardiging naar aanleiding van de dood van Diana. Maar het is weinig overtuigend.

Het komt er in het kort op neer, dat in de eerste plaats de kopers van de boulevardbladen dan maar niet moeten kopen. Ten tweede staan er serieuze redacties achter de media, bestaat er al sinds '54 een Code van Bordeaux en is er sinds '95 een handzame journalistieke gedragscode in ons land. Ook bestaat er een Raad van de Journalistiek. Dus alles is in orde.

Inderdaad is dit alles waar, maar volstrekt onvoldoende.

Wat de Raad van de Journalistiek betreft is bekend, dat die meer opinievormend dan corrigerend is. Er zijn geen sancties, geen publicatieplicht en de lange behandelingsduur van klachten is van weinig nut voor de betrokkenen.

Deze instrumenten zijn op zichzelf prima, maar nogmaals, absoluut onvoldoende. Immers in een goed ontwikkelde democratie is iedere functionaris van maatschappelijk belang - en journalisten zijn dat zeker - onderworpen aan controles, checks and balances, toetsen en visitaties. Het wordt de hoogste tijd, dat dit ook gebeurt voor journalisten, hetgeen zonder meer kan, ook met behoud van de noodzakelijke persvrijheid.

Wat zou er moeten komen?

Ten eerste een effectief werkende Tuchtraad, met erkenning van een uitgebreide gedragscode op grond waarvan ook sancties mogelijk zijn. Ten tweede een gedragscode, die niet ontworpen is door uitsluitend vakbroeders, die veelal nog steeds zelfs de noodzaak van een richtinggevende gedragscode bestrijden en niet wensen in te zien, dat een echte code niet bedoeld is voor de gewetensvolle maar juist voor de journalisten, die het niet zo nauw nemen.

Er zou een ombudsman moeten komen die zich bezig houdt met het serieus en snel behandelen van klachten. Tot slot zou er een wet moeten komen, die publicaties over het persoonlijk leven van wie dan ook, zonder toestemming, verbiedt.