Mark Dion speelt met evolutietheorie

Mark Dion: 'Natural History and other Fictions'. Tot 19/10 in De Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10, Amsterdam, di t/m zo 12-17u.

Mark Dion (Massachusetts, 1961) speelt als beeldende kunstenaar de rol van bioloog, verzamelaar, ontdekkingsreiziger en milieuactivist. Dit geeft direct het probleem aan van zijn werk: wat beoogt hij ermee? Wat wil hij eigenlijk verbeelden? Als protest tegen de milieuvervuiling en het economisch misbruik van de aarde zijn Dions installaties te clichématig om enig effect te hebben. Van het beeld van een zwartgeteerde boom met daaraan dieren die met pek zijn besmeurd ligt allang niemand meer wakker. En om iets te laten zien over de in de loop van de geschiedenis veranderde opvattingen over het leven op aarde, daarvoor zijn de tableaux van verzamelde objecten in De Appel in Amsterdam veel te oppervlakkig.

Scala Naturae bijvoorbeeld is een trap waarop voorwerpen uit de natuur zijn gerangschikt, volgens de hiërarchie van Arthur O. Lovejoy in zijn boek The Great Chain of Being (1936). Op de onderste trede plaatste Dion als allegoriën van de tijd: een wekker, een halfopgebrande kaars, een wiel, een pijl. Daarboven een verzameling mineralen en paddestoelen, dan planten, plantdieren als zeester en zeeanemoon, weekdieren en andere ongewervelde dieren, koudbloedige dieren, warmbloedige dieren, zoogdieren, vogels en boven de mens, gepersonifieerd door een buste van Aristoteles. Een 20ste eeuwse, maar snel achterhaalde De Rerum Naturae; aardig om te bekijken vanwege die mooie schelpen en pompoenen, maar verder bepaald niet opzienbarend.

De evolutietheorie is op de tentoonstelling aanwezig in het werk The Delirium of Alfred Russel Wallace. Wallace was, aldus de begeleidende tekst, een jungle-reiziger en onderzoeker die nog vóór Darwins Origin of Species en geheel op eigen kracht de principes van de evolutietheorie bedacht zou hebben. Maar hij was zo dom om in brieven vanuit het oerwoud zijn bevindingen uiteen te zetten aan Charles Darwin, die vervolgens grote haast maakte met de publicatie van zijn boek. Wallace is door Dion weergegeven als een vos die koortsig in een hangmat ligt, omringd door hutkoffers en wetenschappelijke instrumenten. Zielig voor die Wallace, denk je als je het ziet, maar what's new? Bovendien is het simpeler en doeltreffender om dit soort dingen even na te slaan in een boek of encyclopedie, voor wie zich erin verdiepen wil.

Zo is de tentoonstelling van Dion één grote open deur. Dat onze ideeën over de natuur en het ontstaan van het leven tijdelijk en ontoereikend zijn mag toch vanaf de basisschool als algemeen bekend worden verondersteld. Evenals de vaststelling, in de catalogus, dat de westerse wetenschap misplaatste aanspraken tot algemeengeldigheid had of nog heeft, en dat de wetenschap lange tijd hand in hand ging met imperialisme.

En passant worden nog analogieën getrokken tussen de classificerende en conserverende bezigheden van de onderzoeker en die van de museummedewerker. Ook het 'Lexicon van relevante termen' achterin de catalogus is te willekeurig en oppervlakkig om iets op te leveren. Misschien bedoeld als spel, maar dan van een zodanige kinderachtigheid dat eventueel plezier er heel snel vanaf is. Dion verbeeldt niets en vertelt ons niets.