Keuze bepaald voor uitbreiding Tweede Kamer

DEN HAAG, 10 SEPT. De verbouwing van enkele historische panden aan het Plein in Den Haag ten behoeve van de Tweede Kamer wordt in handen gegeven van de 32-jarige architect E. Knippers. Rijksbouwmeester W. Patijn, een commissie van deskundigen en een groep gebruikers van het Kamergebouw vonden van zes inzendingen zijn ontwerp het beste. Dit is gisteren bekendgemaakt.

De restauratie, vernieuwing en uitbreiding van het voormalige ministerie van Buitenlandse Zaken en het daarachter gelegen voormalige Algemeen Rijksarchief kost ongeveer 30 miljoen gulden. Het project moet omstreeks het jaar 2000 zijn voltooid.

Knippers, die eerder de restauratie van de Utrechtste Stadsschouwburg voor zijn rekening nam, heeft “de monumenten met respect behandeld”, aldus de jury. Zijn ontwerp is samen met de andere ontwerpen te bezichtigen in het gebouw van de Tweede Kamer.

De ministerraad is vorig jaar al akkoord gegaan met de voorgenomen uitbreiding van de Tweede Kamer. Het huidige complex is volgens de gebruikers te krap, hoewel het pas in 1992 is opgeleverd en de verbouwing van het voormalige ministerie van Koloniën nog niet eens is afgerond.

Woordvoerder J. Jochemsen wijst er echter op dat de arbeidsomstandigheden in het gebouw Vijverhof, waar een aantal ondersteunende diensten en het Kamerlid Mateman (CDA) huizen, te wensen overlaten. Sinds een week heeft Mateman overigens gezelschap gekregen van zijn zojuist beëdigde fractiegenoot Heeringa, wat wel zegt hoe nijpend het ruimtegebrek is, want Vijverhof is volgens Jochemsen “afgekeurd”.

Een andere oorzaak van de behoefte aan extra ruimte is het toenemende aantal parlementaire onderzoeken. Elke keer moet ruimte worden gezocht om het extra ingehuurde personeel te huisvesten. Architect Knippers heeft daarvoor nu een speciaal 'theater' ontworpen. Ook ligt er een oud verlangen van de Nederlandse Europarlementariërs, in totaal 31, naar een eigen plek in Den Haag. En ten slotte hebben niet alle 150 Kamerleden op dit moment een werkkamer voor zich alleen.

De omvang en uitstraling van de kamers lopen ook meer uiteen dan de formele gelijkwaardigheid van de Kamerleden zou doen vermoeden. De kleinste kamer is die van Pastoors (VVD). “Dertien vierkante meter, zeiden ze, maar nadat ik op papier de meubels had ingetekend, bleken ze in werkelijkheid niet te passen. Het moet dus nog minder zijn”, zegt Pastoors zelf. Hij zit samen met zijn medewerkster geklemd tussen twee naar elkaar toelopende muren en een raam waarachter trams voorbijdenderen. De kasten van Pastoors staan op de gang.

Zijn fractiegenoot Blauw daarentegen heeft 48 vierkante meter tot zijn beschikking. Te Veldhuis zit ook zeer ruim. Te Veldhuis heeft een representatieve kamer nodig, omdat hij regelmatig bezoek ontvangt, hij doet de burgemeestersbenoemingen, zo wordt bij de VVD verklaard. En Blauw zit nu eenmaal al sinds 1981 in de Kamer, terwijl Pastoors pas in 1995 tussentijds is beëdigd. Toen waren alle kamers al vergeven.

Het parlementaire gebruik wil dat de fracties naar rato van het aantal Kamerleden ruimte toebedeeld krijgen. Zij kunnen vervolgens zelf bepalen hoe ze die onder hun afgevaardigden en medewerkers verdelen. Zo heeft bij het CDA de fractievoorzitter de monumentale kamer waar vroeger de minister van Justitie zat.

Bij de PvdA beschikt fractievoorzitter Wallage ook over een monumentale werkruimte, maar bij de VVD heeft Bolkestein de historische kamer van legendarische voorgangers als Oud en Wiegel aan zich voorbij laten gaan. De kamer ligt nogal centraal in de gang en dat leek hem te druk. Er zit nu de fractiebibliotheek in, terwijl Bolkestein aan het eind van een doodlopend gangetje zit.

Pi de Bruijn was overigens bij zijn in 1992 gereedgekomen nieuwbouw uitgegaan van de traditionele verhoudingen in de politiek. De opkomst van de ouderenpartijen, de drie zetels voor Janmaat en de verdubbeling van D66 tot 24 zetels had hij niet voorzien. Een aantal Democraten zit aan een gangetje waar ze elkaar nauwelijks kunnen passeren. Janmaat moet zich een verdieping onder het CDA van de buitenwereld afschermen met inderhaast aangebrachte tussenwandjes.