'Een goed lied vindt vanzelf publiek'

De wereld van Tindersticks is er een van trage driekwartsmaten en melancholieke strijkjes. 'Wij doen niet mee aan de Engelse gewoonte om te beweren dat we de belang- rijkste popgroep ter wereld zijn'.

Tindersticks: Curtains (This Way Up/Mercury 524 3442). 13 sept Crossing Border, Congresgebouw Den Haag.

LONDEN, 10 SEPT. Nadrukkelijk vermelden de leden van de Engelse groep Tindersticks de naam van hun kleermaker op de verpakking van de laatstverschenen cd Curtains. De Londense gentleman's outfitter Timothy Everest is verantwoordelijk voor de klassieke, goed gesneden krijtstreepkostuums waarmee de zes heren van Tindersticks zich op het podium en in het openbaar begeven. Zelfs de onberispelijke vrijetijdskleding waarin zanger Stuart Staples zich aan de interviewtafel meldt, draagt de signatuur van de vakman. “Het geeft mij een bijzonder gevoel”, zegt Staples, “dat deze kleren alleen mij passen. Zoals mijn muziek alleen bij mij hoort. Noem het maar individualisme, want met een typisch Brits gevoel voor stijl heeft het volgens mij niet zo veel te maken.”

Dure maatkleding is de enige luxe die Stuart Staples zich permitteert. Van de gebruikelijke verlokkingen van het popsterrenbestaan moet hij niets hebben. Als illustratie dient The Ballad Of Tindersticks, een weemoedig parlando van zeven minuten waarin hij de draak steekt met de ontvangst die Tindersticks te wachten stond in Los Angeles. Daar wordt van een artiest verwacht dat hij zich te buiten gaat aan drank, drugs en kappersrekeningen van tweeduizend dollar: 'We are artists, we are sensitive and important.' De ironie druipt er vanaf, want alle lof die Tindersticks op grond van drie prachtige cd's en een sfeervolle soundtrack bij de Franse speelfilm Nénette et Boni mocht ontvangen, wordt door Staples weggewoven. “Wij doen niet mee aan de Engelse gewoonte om te beweren dat we de belangrijkste popgroep ter wereld zijn. Een goed lied vindt vanzelf een publiek.”

Weltschmerz en weemoed maken de muziek van Tindersticks onweerstaanbaar droevig en mooi. De voor de hand liggende vergelijkingen met Leonard Cohen en Nick Cave gaan niet op, vindt Staples. Hij ziet meer in de artistieke erfenis van het Franse enfant terrible Serge Gainsbourg en de Amerikaanse seventies-groep Big Star. Het album Sister Lovers van laatstgenoemde, misschien wel de meest wanhopig klinkende rockplaat aller tijden, behoort tot zijn favorieten. De wereld van Tindersticks is er een van trage driekwartsmaten, melancholieke strijkjes en een vibrafoon als een motregenbui op een najaarsmiddag. Wie Stuart Staples in Don't Look Down met zijn donkere en onvaste timbre heeft horen zingen hoe het hart hem uit het lijf werd gerukt, weet dat de Apocalyps nooit ver weg meer kan zijn.

Toch is Tindersticks geen verbond van sombere mannen, zegt de zanger. “Onderling hebben we veel plezier. De band is als een masker om achter te schuilen. In zekere zin lijken we op een jongensclub die het prachtig vindt om verkleedpartijen te organiseren en in een collectieve vermomming naar een vreemde stad of naar het buitenland te reizen. De mensen denken al snel dat je een chagrijn moet zijn om zulke melancholieke muziek te maken als de onze, maar zo is het beslist niet.” Aan de traditionele manier van liedjes schrijven heeft hij een broertje dood. “Wij zijn niet het type songschrijvers dat in een kamertje met een piano zit en dat elke tien minuten met een nieuw lied naar buiten komt. Bij ons gaat alles geleidelijk; iemand neuriet een melodie en daaruit vormt zich het idee voor een song. De woorden dienen zichzelf aan en de songtekst groeit met de muziek. Als ik met pen en papier aan een tafel ga zitten, levert dat niets op. Liever vertel ik een verhaal dat me ter plekke te binnen schiet.”

Onlangs trad Tindersticks op als begeleidingsorkest van actrice Isabella Rosselini, met wie de groep een opname maakte die nog niet op Curtains terug is te vinden. De gedachte achter het Crossing Border-festival, dat muzikanten en auteurs uit verschillende kunstdisciplines samenbrengt, spreekt Stuart Staples wel aan. “Ik wil mijn teksten niet tot de literatuur rekenen, maar op onze manier zijn we bezig om onze grenzen te verkennen. Filmmuziek zoals we voor Nénette et Boni hebben gemaakt, past ons beter dan Britpop of een willekeurige andere beweging in de popmuziek. Ik beschouw het als een groot compliment als we in één adem genoemd worden met Serge Gainsbourg. Hij liet zich nooit vastpinnen op een bepaalde muziekstijl en hij ging altijd zijn eigen gang.”

Nu ze zelf arrangementen voor violen en cello bedenken en ze al verschillende malen met orkest hebben opgetreden, lijkt Tindersticks steeds minder op een gewone popgroep.

“Aan een plaat uit de jaren tachtig kun je meestal precies horen dat het een plaat uit de jaren tachtig is. Nieuwe productietechnieken werden in de opnamestudio altijd ten volle benut. Zo'n plaat klinkt nu al gedateerd, omdat de techniek van toen allang weer is achterhaald. Wij maken ons niet druk om de mogelijkheden die de studio ons biedt. We spelen alles zoveel mogelijk live en we nemen het zo eerlijk en eenvoudig mogelijk op. Alleen op die manier maak je kans op muziek met eeuwigheidswaarde.”