Duif moet dood

Mijn ene buurman schrobt wekelijks zijn terras met chloor. De andere boent om de dag zijn auto schoon. En bijna alle bewoners van de Haagse wijk waarin ik woon, hebben nepvogels, rinkelbellen, of in de wind klapperende plastic zakken opgehangen. Of hebben hun balkon of terras met gaas en netten beschermd.

Beschermd waartegen? Tegen duiven, ook wel vliegende ratten genoemd, die alles onderpoepen. Geleidelijk, bijna ongemerkt, heeft de Columba livia domestica oftewel de tamme duif de macht in onze tuinen overgenomen. Mussen, merels en andere huis-, tuin- en keukenvogels zien en horen wij nauwelijks meer. Daarvoor in de plaats schalt de hele dag het roekoeë, roekoeë van de alomtegenwoordige duif. Voor ons is de duif allang niet meer de vertederende fladdervogel die romantisch uit je hand eet, maar een plaag die zonder mededogen bestreden moet worden.

Gelukkig zijn er steeds meer die er zo over denken. Onlangs bracht de Rijksdienst voor Monumentenzorg een brochure over duivenoverlast uit. De Dienst betoogt hierin dat duivenpopulaties vaak op kunstmatige wijze in stand worden gehouden door overmatig voeren en alomtegenwoordige voedselresten. De duivenpoep die zij produceren, tast gebouwen aan en is hard op weg de hondenpoep als nationale ergernis van de eerste plaats te stoten.

Duivenpoep is extra schadelijk wegens de hoge zuurgraad: er zit onder andere 17,8 procent fosforzuur en 3,3 procent zwavelzuur in. Dit heeft tot gevolg dat natuur- en baksteen, koper, lood, zink en verflagen versneld worden aangetast. Maar dat is niet alles. Ook uit het oogpunt van volksgezondheid, zo waarschuwt de brochure, kunnen duiven gevaar opleveren. Niet alleen kunnen zij paratyfus en de voor de mens dodelijke papegaaienziekte (ornithosis) verspreiden, zij kunnen ook de bacterie Salmonella overdragen.

De nesten zijn een broedplaats voor ongedierte als duizendpoten, oorwurmen en mijten. Zelfs Venetië heeft inmiddels de duiven de oorlog verklaard omdat zij een gezondheidsrisico vormen voor jonge kinderen met een aangetast afweersysteem.

Maar ook ons eigen Roermond heeft er genoeg van, zoals ik daar hoorde. Deze zomer heeft het gemeentebestuur een speciale ploeg duivenvangers aangesteld die de beesten weghaalt en doodt. “Als dat niet zou gebeuren, wordt de populatie veel te groot”, aldus een ambtenaar. De inwoners zijn tevreden: “De Roermondse Munsterkerk wordt niet meer ondergepoept en het beeld van architect Cuypers staat minder bevlekt op zijn sokkel.”

In Maastricht is juist het tegenovergestelde besloten: sinds begin juli mag valkenier J. van Aelst niet langer de duiven van het Gouvernement (Provinciehuis) met zijn twee haviken verjagen. In 1990 was hij met dit werk begonnen. Het Gouvernement werd toen geteisterd door een opdringerige en vervuilende duivenkolonie. Op een effectieve en milieuvriendelijke manier wist de valkenier de duiven sedertdien weg te houden. Maar nu heeft de provincie Limburg het contract opgezegd: het aldus schoonhouden van het gebouw zou in strijd zijn met artikel 10 van de vogelwet, dat bepaalt dat het verboden is vogels te verontrusten.

Monumentenzorg is niet zo bangelijk. De brochure stelt onomwonden vast 'dat de balans tussen natuur- en cultuurwaarden op grote schaal is verstoord door de aanwezigheid van duivenpopulaties in menig stads- en dorpscentrum'. Daartegen moet opgetreden worden. De brochure somt dan ook diverse maatregelen met al hun voor- en nadelen op om duiven van have en goed te weren. Je kunt ze verjagen, vangen, afschieten, steriliseren, vergiftigen ('sterk ontraden') en nog veel meer. Je kunt ze ook afschrikken met wiebelstrips, duivenschrikpasta of gaashorren, dan wel ontmoedigen door niet meer te voeren (zeer effectief), het steken van eieren, het wegnemen van nesten of het inzetten van roofvogels. Laten we hopen op een ruime toepassing van deze maatregelen, zodat de mussen in de toekomst misschien weer echt van het dak vallen.

De brochure 'Overlast door duiven' is aan te vragen bij de Rijksdienst Monumentenzorg, Zeist.