De vrije loop

Het elleboogje van de koningin zegt eigenlijk alles. Ik bedoel Elizabeth, zoals zij zich beweegt tussen het volk, of beter gezegd tegenover het volk dat achter dranghekken naar haar staat te kijken. De vrijmoedigsten steken gretig hun handen in haar richting: schud mij! Met haar gehandschoende hand drukt de vorstin hier en daar wat vingers.

Maar haar eigen arm strekt zij daarbij nooit helemaal uit. Het elleboogje blijft dicht bij het lichaam, want dat hoort nu eenmaal voor een koningin.

Zij is de zelfbeheersing in persoon. Wat verwacht je anders van iemand die een koninkrijk moet beheersen? Die kan haar eigen ledematen toch niet vrijelijk laten zwieren? Zo'n beheerst elleboogje maakt weliswaar geen erg enthousiaste indruk, maar het is kiezen of delen. Als de vorstin zich kirrend en handengraaiend door de menigte liet voortstuwen, was zij een vulgaire popster of politicus, geen vorstin.

Zo sprak het ook vanzelf dat de kroonprins en zijn zonen geen publieke traan zouden plengen achter de baar van hun ex en moeder. Daar flink te zijn was de essentie van hun bestaan. Of waren zij helemaal niet verdrietig? Dat ging de wereld nu juist niets aan. Prinsen huilen niet met het volk; hun gevoelens zijn hun eigen zaak.

Het verband tussen emoties en sociale status zie je als kind van een redelijk democratische tijd makkelijk over het hoofd. Nooit werd dat mij duidelijker dan bij een tv-programma waarin een zeer gevarieerde groep mensen van jongs af aan eens in de zeven jaar uitvoerig wordt geïnterviewd over hun leven. De laatste keer, alweer lang geleden, hadden verschillende deelnemers één of beide ouders verloren.

De laagopgeleide, minder bevoorrechte geïnterviewden vertelden hier even moeizaam als uitvoerig over. Zij veegden tranen weg, zuchtten, grepen de hand van de partner naast hen op de pluche bank. De andere groep, succesvol in comfortabele huizen, deed veel afstandelijker verslag van het jaar dat moeder stierf, en van wat er toen nog meer was voorgevallen.

Het was een Engels programma. Maar ook bij ons heeft het tonen van emoties met klasse te maken. Zo was de schrijver van een ingezonden brief, zaterdag in deze krant, dertig jaar na dato nog boos op zijn 'nogal chique' familie, die het hem niet had vergund om te huilen over de dood van een aantal geliefde personen. Daarom had hij nu lekker zitten janken voor de BBC, schreef hij.

Dat de armen gemiddeld vaker tegenslagen hebben dan de bezitters van tafelzilver en een goede baan, wisten we al. Daar komt dus kennelijk nog bij dat ze dezelfde soort klappen verschillend verwerken, dat het verschil tussen 'hoog' en 'laag' dóórsnijdt tot in de ziel. De ene groep wordt het beheersen van zijn gevoelens met de paplepel ingegoten, de andere niet. Wie vervolgens in de beste positie verkeert om de baas te spelen, is geen vraag.

Maar de laatste tijd is de status van ijzeren zelfbeheersing aan het afkalven. In een wereld waar iedereen goed is verzekerd en waar verveling volksziekte nummer één is geworden, zijn emoties ineens een veelgevraagd artikel. Zichtbare emoties natuurlijk, anders kan de rest niet meegenieten. De echte flinkerd wordt niet bewonderd, maar uitgemaakt voor koude kikker.

Zelfs grote mijnheren met weinig tijd voor gevoelens gaan tegenwoordig graag eventjes door het lint, op een cursus of zo. Gewone mensen krijgen hulp van de media bij het breed uitmeten van eigen of andermans verdriet. Daarbij is duidelijk te zien dat gedeelde smart niet halve, maar dubbele smart is - en hoe fijn dat is.

Alleen de vorstenhuizen hebben nu een probleem. De prinses die zo te koop liep met haar warme hartje is begraven; maar wat moet de rest, die beter is gedrild in het op elkaar houden van de kiezen en bij het lijf houden van de ellebogen? Moet die leren wenen?

Het gekke is: op de een of andere manier denk ik niet dat onze Willem Alexander ermee zit. Volgens mij laat die zijn tranen gewoon de vrije loop, als het volk erom vraagt.