De rol van de staat

BEHOORLIJK BESTUUR is geen luxe, maar een essentieel onderdeel van economische ontwikkeling. De afwezigheid van een behoorlijk overheidsbestuur, door corruptie, machteloosheid, ineffectiviteit of desintegratie, heeft dramatische gevolgen voor het leven en welzijn van de bevolking.

Extreme voorbeelden bieden de staten van volstrekte wetteloosheid in sommige ontwikkelingslanden, maar falende overheidsinstituties komen overal in de wereld voor. Als de spiraal van bestuurlijke ineenstorting eenmaal is begonnen, bestaan er geen oplossingen voor snelle verbetering meer.

Het belang van een behoorlijke overheid, van functionerende instituties in een kader van juridische regels en democratische verantwoording, vormt het thema van een recente studie van de Wereldbank, 'The state in a changing world'. “De staat vervult een centrale rol in de economische en sociale ontwikkeling, niet als de directe verschaffer van groei, maar als een partner, een aanbieder van kansen en mogelijkheden”, staat in dit World Development Report 1997.

Ja, stelt de Wereldbank, de overheid is van vitaal belang. Nee, het gaat niet om een terugkeer naar de allesbeheersende staat. De Wereldbank is niet van haar geloof in de markt afgevallen, maar beklemtoont dat voor een goed functionerende markteconomie een behoorlijk publiek bestuur onontbeerlijk is. Sterker: het economische succes van landen wordt voor een belangrijk deel bepaald door de mate waarin de bestuurlijke instituties functioneren.

Deze boodschap is niet alleen van belang voor landen die de overgang van plan- naar markteconomie maken of voor ontwikkelingslanden, maar evenzeer voor welvarende industrielanden die worstelen met de hervormingen van de verzorgingsstaat.

DE WERELDBANK signaleert vier crises in het denken over de rol van de staat:de ineenstorting van de centraal geleide commando-economieën de onbetaalbaarheid van de verzorgingsstaat in de industrielanden de rol van de staat in het economische succes van de Oost-Aziatische landen de ineenstorting van staatsinstellingen en de humanitaire tragedies in een groeiend aantal ontwikkelingslanden.

Een effectieve staat biedt regels en instituties voor de verstrekking van goederen en diensten, stelt markten in staat om te bloeien en verstrekt mensen de mogelijkheid om een gezonder, beter leven te leiden. Als dit vanzelfsprekend klinkt, is de vraag waarom staten zo vaak falen, waarom instituties niet werken, hervormingen worden geblokkeerd of regels niet worden nageleefd.

In ontwikkelingslanden is het 'door de staat geleide' ontwikkelingsmodel mislukt, in de communistische landen heeft de staat gefaald als monopolistische producent en verdelingsmechanisme van goederen, in geïndustrialiseerde landen zijn de arrangementen van de verzorgingsstaat vastgelopen. Hierdoor zijn nieuwe problemen ontstaan: de wetteloosheid in landen van West-Afrika waar het gezag is weggevallen, het diefstalkapitalisme in de voormalige Sovjet-Unie waar het staatsbezit is geplunderd, en de weerstand tegen aanpassingen van de sociale zekerheid in West-Europa.

De Wereldbank stelt hier twee uitgangspunten tegenover. De staat moet zich beperken tot de uitoefening van taken die hij aankan. Daarnaast dient de staat zijn institutionele capaciteit te versterken. Een compacte, efficiënte overheid is beter dan een overheidsapparaat dat nergens greep op heeft, verstikkend werkt of zich bemoeit met zaken waar het geen verstand van heeft en die beter aan de markt kunnen worden overgelaten. De staat, aldus de Wereldbank, moet zich toeleggen op handhaving van de rechtsstaat, op het voeren van een stabiel macro-economisch beleid, op het doen van investeringen in de infrastructuur, op bescherming van de sociaal zwakken en van het milieu. Hieraan mogen de bescherming van de integriteit van het individu en van het grondgebied wel als kerntaken van de staat worden toegevoegd.

Ook bij het Internationale Monetaire Fonds, de zusterorganisatie van de Wereldbank, is de aandacht voor het openbare bestuur toegenomen. Het IMF, dat zich traditioneel bezighoudt met de correctie van economische onevenwichtigheden en monetaire stabilisatie, heeft zich deze zomer uitgesproken over het belang van een goed functionerende overheid. Een falend bestuur, corruptie en verspilling van overheidsgeld hebben niet alleen een negatief effect op de macro-economische ontwikkelingen in een land, maar ook op de effecten van de verleende hulp.

OVERHEIDSINSTELLINGEN zijn essentieel en de rol van de staat neemtallesbehalve in betekenis af. In de Westerse industrielanden legt de overheid beslag op ongeveer de helft van de nationale economieën, in ontwikkelingslanden op een kwart. En deze percentages verminderen niet - alle retoriek over de 'terugtredende overheid' ten spijt. Het gaat om de manier waarop overheden zich van hun taken kwijten, hoe de verantwoordelijkheden zijn geregeld en hoe de regels worden nageleefd. Het is een voor de hand liggende conclusie, maar niet minder relevant als het over de beoordeling van de rol van de staat gaat: in landen waar overheden een verstandig beleid voeren, zijn de economische resultaten beter. Goed beleid loont.

WEST IV 3C