Barokke parade van demonen en schurken

Heaven's Prisoners. Regie: Phil Joanou. Met: Alec Baldwin, Mary Stuart Masterson, Kelly Lynch, Teri Hatcher, Eric Roberts, Vondie Curtis Hall. Uitgebracht op huurvideo door PolyGram Video.

Een film die begint met een biechtscène, met een hoofdpersoon die ooit zelf priester wilde worden en die ook nog eens Heaven's Prisoners heet, lijkt te schreeuwen om een religieuze duiding. Bij de uitbreng vorig jaar in Amerika kwam het daar echter niet van, omdat de recensenten over elkaar heen buitelden in het belachelijk maken van de, inderdaad, wat overdadige en onwaarschijnlijke plot. Je zou ook kunnen zeggen dat Alec Baldwin als Dave Robicheaux, de aan een serie boeken van James Lee Burke ontleende held met een alcoholprobleem, als Job bezocht wordt door een onmenselijke cumulatie van tegenslagen. De politieman uit New Orleans heeft zich na een misstap teruggetrokken in de bayou om vissersbenodigdheden te verkopen en vecht tegen de verleiding van de fles en zijn oude levensstijl van oog om oog, tand om tand.

Dan komt er een vliegtuig uit de hemel vallen met dode drugssmokkelaars en een springlevend schattig adoptiekindje. Binnen de kortste keren staat hij nolens volens weer op de stoep bij een oude vriendin, de stripper met een gouden hart (Mary Stuart Masterson), en een oude vriend, drugsbaron Eric Roberts, met louche paardestaartje. We weten uit veel andere films dat schurken nergens zo morbide en verdorven zijn als in het zweterige Louisiana, maar Baldwin treft het wel erg slecht: zijn vrouw (Kelly Lynch) wordt bij wijze van waarschuwing aan het adres van haar man doodgeschoten en Roberts' zwoele, heerlijk satanische echtgenote Teri Hatcher staat al naakt naar hem te lonken op haar veranda. Allemaal onzin natuurlijk, maar in de traditie van een zuidelijke film noir misstaat deze barokke parade van demonen geenszins.

Regisseur Phil Joanou, die eerder in State of Grace (1990) het geweten van Ierse katholieken onderzocht, is jonger (1962) dan de meeste van zijn acteurs, met uitzondering van Masterson, die juist een door de wol geverfde vrouw met een verleden speelt. Het is een van de vele ongerijmdheden in een curiosum dat na de Amerikaanse flop iets te gemakkelijk naar de mestvaalt van de filmgeschiedenis verwezen dreigt te worden. Juist de weelderigheid van de plot en de ranzige verschijningsvorm van het Kwaad maken Heaven's Prisoners tot een misdaadfilm die zich onderscheidt van de brave genreclichés. De bijnaam van Baldwins personage luidt Streak, naar een merkwaardig modieus wit streepje in zijn coiffure. Het is de zoveelste aanwijzing dat hij een uitverkorene moet verbeelden, en geen wraakzuchtige actieheld tout court. Zijn overwinning kan alleen maar gelegen zijn in behoud van morele integriteit. Wie de held van zijn film desondanks een flesje bier laat gieten in de bloedende hoofdwond van zojuist eigenhandig in elkaar geslagen uitschot (altijd beter dan in zijn eigen keel), is geen voor de hand liggende Hollywoodregisseur, maar een fascinerende sadist, ongetwijfeld met een katholieke jeugd.