'Babystapjes' van VS in het Midden-Oosten

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, staat voor een vuurproef tijdens haar eerste bezoek aan het Midden-Oosten. Kan zij met haar activisme iets uitrichten?

ROTTERDAM, 10 SEPT. Het echte delicate werk van Madeleine Albright als Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken begint in zekere zin vandaag nu zij haar eerste reis door het Midden-Oosten onderneemt. De afgelopen acht maanden legde zij zich vooral toe op de uitbreiding van de NAVO en op toespraken in eigen land om het Amerikaanse buitenlandse beleid aan de man te brengen. Maar dit waren geen politieke mijnenvelden of acute crisissituaties zoals in het Midden-Oosten, de meningsverschillen met Rusland over een grotere NAVO ten spijt.

Albright reisde wel naar voormalig Joegoslavië om daar leiders tot uitvoering van het vredesakkoord van Dayton te manen en zelfs de les te lezen. De begeleiding van het verstoorde vredesproces in het Midden-Oosten daarentegen liet ze over aan haar speciale gezant, Dennis Ross. Albright hield zich op afstand, twijfelend over het juiste moment wanneer ze zelf moest gaan. Ze hoopte naar voren te kunnen treden als Israel en de Palestijnen vooruitgang hadden geboekt en dichtbij een akkoord waren, dat zij dan kon bezegelen.

President Clinton besloot deze zomer, mede op verzoek van andere leiders tijdens de top van zeven rijkste industrielanden in Denver, het vredesproces actief ter hand te nemen. Het tot dan toe gevoerde beleid om dit aan de partijen zelf over te laten en 'autonoom' te laten verlopen, had bijgedragen tot de stilstand in het overleg en verslapping van de Amerikaanse rol, oordeelden Clinton en Albright.

De recente terreuraanslagen doorkruisten de nieuwe Amerikaanse strategie nog voor zij in praktijk was gebracht. En daardoor staat Albright de komende dagen op haar al eerder geplande reis naar Israel, de Westelijke Jordaanoever, Syrië, Egypte, Saoedi-Arabië, Jordanië en mogelijk Libanon, voor een vuurproef: kan zij weer voldoende vertrouwen opbouwen tussen Israel en de Palestijnen, zodat beide partijen hun onderhandelingen hervatten? Kan zij met haar activisme en recht-door-zee aanpak, waarmee zij zich profileert, iets uitrichten in deze regio? Of is één bezoek te weinig en een geduldiger aanpak nodig? Bij een mislukking ligt de rekening meteen klaar: als ze faalt, is het leiderschap van de Verenigde Staten in het vredesproces nog verder uitgehold.

Albright heeft zich niet alleen terdege voorbereid door vier voorgangers te consulteren: Henry Kissinger, George Shultz, James Baker en Warren Christopher, die allen wisselende resultaten boekten bij hun vredesmissies naar het Midden-Oosten. De minister en haar staf hebben ook op voorhand de verwachtingen getemperd over de haalbaarheid van concrete resultaten tijdens het bezoek van deze week. Zelf onderstreepte ze gisteren dat zij “een realist” is; haar medewerkers noemden haar “geen tovenaar”.

Om de vertrouwenscrisis tussen Israel en de Palestijnen te bezweren moet volgens Amerikaanse diplomaten eerst overeenstemming worden bereikt over de “uitgangspunten” van beide partijen in het vredesproces om zo het pad voor definitieve vredesgesprekken op termijn te effenen. “Terug naar de fundamenten”, omschreef een Amerikaanse regeringsfunctionaris maandag Albright's missie. Of vrij naar een andere term uit vredesgesprekken: het zetten van 'babystapjes' is al heel wat.

Zij zal, aldus haar medewerkers, Arafat aanmanen tot harde strijd tegen de terreur en ervoor moeten zorgen dat hij zich verplicht tot vrede met Israel en “ophoudt van twee walletjes te eten”. Tegelijk moet ze ervoor zorgen dat Netanyahu “veiligheid niet als een excuus gebruikt” om niet te hoeven praten over Israels eigen verantwoordelijkheid voor de breuk in het vertrouwen.

Albright zei gisteren erop te staan dat Netanyahu zijn aangegane verplichting tot terugtrekking van de Westelijke Jordaanoever nakomt. De Israelische premier heeft deze gedeeltelijke terugtrekking, vastgelegd in het Oslo-akkoord uit 1993, uitgesteld met als argument dat zijn land eerst beschermd moet worden tegen terreur. “Ik zal het vooral hebben over het belang van het dragen van wederzijdse verantwoordelijkheden om het vertrouwen weer op te bouwen”, zei Albright gisteren.

Dit ritueel van geven en nemen vergt evenwichtskunst van Albright. Niet alleen kijkt het Midden-Oosten over haar schouders mee, bijvoorbeeld hoe ze omgaat met Netanyahu's schorsing van Israels verplichtingen in het vredesakkoord. Maar Albright ontkomt ook niet aan een ander ritueel: de druk vanuit het Congres en de Amerikaanse binnenlandse politiek op het beleid van de VS in het Midden-Oosten, gevoed door een sterke pro-Israel-lobby.

Het is in Amerikaanse politieke termen gemeten te gemakkelijk voor Albright, menen haar medewerkers, om slechts van Arafat te eisen dat hij Hamas aanpakt, zoals Republikeinen en Democraten verlangen. Dat is lang niet genoeg om het vertrouwen te herstellen. Maar wat wèl genoeg is, laat zich evenmin voorspellen. Ook als Albright's missie deze week niet mislukt, zal het moeilijk genoeg zijn om te bepalen of zij succes heeft geboekt.