Zieke Mohammed Ali kan weer lachen

ROTTERDAM, 9 SEPT. De ziekte van Parkinson heeft Mohammed Ali alleen fysiek gevloerd. De 55-jarige voormalige wereldkampioen boksen in het zwaargewicht vertelde gisteren in Chicago met ogen vol vuur dat het gevecht in de ring zwaarder is geweest dan zijn strijd tegen Parkinson die nu al zestien jaar duurt. “Ik ben nog altijd de grootste”, verklaarde Ali op fluistertoon tijdens een persconferentie waar hij samen met zijn vrouw Lonnie de clown uithing.

De discussie over de gezondheid van de ex-bokser kwam op gang tijdens een bijeenkomst van farmaceutisch bedrijf Pharmacia & Upjohn over de medische vooruitgang in de aanpak van de ziekte van Parkinson. Ali is een gebruiker van een nieuw medicijn dat het bedrijf in juli op de Amerikaanse markt lanceerde.

De vrouw van de oud-kampioen vertelde echter dat een ander, vijftig jaar oud medicijn recent voor een spectaculaire verbetering in de gezondheid van haar man heeft gezorgd. Door het middel, waardoor 'bevroren' spieren zich weer ontspannen, kreeg Ali zijn vermogen om te lachen terug.

Zijn vrouw vertelde dat de ziekte, sinds die in 1981 bij Ali werd geconstateerd, niet helemaal is doorgebroken. Maar Ali leidt volgens zijn vrouw wel aan een volledig ontwikkelde ziekte van Parkinson en niet aan het Parkinson syndroom, de eerste tekenen van de stoornis, zoals doktoren het ziektebeeld van de bokser in eerste instantie noemden.

Parkinson, een ziekte waaraan alleen al in de Verenigde Staten één op de honderd mensen boven de zestig jaar leidt, wordt veroorzaakt door een tekort aan bepaalde neuronen in de hersenen. Deze neuronen zijn noodzakelijk voor het gebruik van spieren.

Volgens Ali's vrouw denken doktoren dat de stoornis van haar man niet veroorzaakt is door zijn bokscarriëre, al is het wel mogelijk dat de sport de symptomen eerder naar buiten heeft gebracht. “Er zijn anderhalf miljoen mensen met Parkinson die nooit hebben gebokst”, voegde de kampioen toe.

Het humeur van de oud-bokser was opperbest. Aan het einde van de bijeenkomst kregen hij en zijn vrouw een paar bokshandschoenen, om hun strijd met de ziekte te symboliseren. Ali stond vervolgens op en grapte: “Ik ben helemaal hier naartoe gekomen en heb leuk met jullie gesproken. Is dit dan alles wat ik krijg?” Daarna kwam hij met een kleine rode zakdoek op de proppen, die hij twee keer in zijn handen liet verdwijnen. “Hij is in zijn hart nog altijd een kind”, zei zijn vrouw. “We zegenen elke dag die we meemaken, want het had veel erger voor hem kunnen zijn.”