Ter Beek wist niets van wangedrag

ASSEN, 9 SEPT. Toenmalig minister van Defensie Ter Beek is “nimmer iets gemeld over wangedrag van naar Angola uitgezonden militairen”. De bevelhebber van de landmacht destijds, generaal Couzy, heeft hem “daarover nooit bericht”. Ook heeft Ter Beek nooit de memorandums onder ogen gekregen van de Nederlandse ambassadeur in Luanda.

Ter Beek heeft dit gisteren verklaard naar aanleiding van het wangedrag van tien Nederlandse VN-militairen in Angola tussen 1991 en 1997. De Nederlandse ambassadeur had de misstanden op 13 juli 1994 gerapporteerd aan het ministerie van Buitenlandse Zaken, met het verzoek een afschrift te sturen naar generaal Pollé van de Landmacht.

Volgens Ter Beek is hem in rapportages echter “steeds gewezen op de goede en zeer betrouwbare wijze waarop het in Angola ingezette personeel de opgedragen taken uitvoerde”. Dat oordeel heeft de oud-bewindsman verwoord in brieven aan de Tweede Kamer, zo stelt hij in zijn schriftelijke verklaring.

Minister van Defensie Voorhoeve zei vrijdag al dat Couzy wist van het wangedrag, maar dat hij geen maatregelen had genomen en minister Ter Beek niet had ingelicht. Premier Kok noemde dat vrijdag “zeer ernstig”.

In een mondelinge toelichting op zijn verklaring zegt Ter Beek dat hij het oordeel van Kok deelt. “Couzy had mij natuurlijk moeten informeren. Dat is de taak van een bevelhebber. Door dat niet te doen, is hij tekort geschoten. Dat is zeer ernstig.”

Op de vraag waarom Couzy hem niet heeft geïnformeerd, wijst Ter Beek op de moeizame verhoudingen tussen de landmachtstaf en het ministerie van Defensie. Uit zijn boek Manoeuvres blijkt dat die contacten slecht waren. Daardoor kon het nodige misgaan.

Ter Beek is tegenwoordig commissaris van de koningin in Drenthe. Hij was minister van Defensie van 1989 tot 22 augustus 1994 in het derde kabinet-Lubbers.

Couzy was van 1992 tot 1996 bevelhebber der landstrijdkrachten. (ANP)