Palestijnen verarmen door Israels wurggreep

De Israelische afgrendeling van de Palestijnse gebieden heeft desastreuze gevolgen voor voor de Palestijnse economie. Ook door de bevolkingsgroei is de levensstandaard sterk gedaald. Bovendien bezetten steeds vaker andere buitenlanders Palestijnse arbeidsplaatsen in Israel.

TEL AVIV, 9 SEPT. De hoogleraar Chaim Ben Shahar, een van Israels gezaghebbendste economen, waarschuwde afgelopen week in een artikel in Haarets dat de snelle daling van de Palestijnse levensstandaard een broeinest voor Palestijnse terreur is.

In dat opzicht heeft de afgrendelingspolitiek van de Palestijnse gebieden om veiligheidsredenen na ernstige aanslagen in Israel een boemerangeffect : Israels onveiligheid wordt er groter door. De analyse van de economische ontwikkeling op de Westelijke Jordaanoever en in de strook van Gaza door professor Ben Shahar is een synthese van bronnenmateriaal van de VN, de Wereldbank en het Palestijnse zelfbestuur.

Op grond van statistische verwerking van de gegevens is hij tot de conclusie gekomen dat de levensstandaard van de Palestijnen van 1992 tot 1996 met 36.2 procent is gezakt. Terwijl in die jaren het inkomen per hoofd van de bevolking in Israel tot boven de 16.000 dollar per jaar steeg, zakte dat bij de Palestijnen van 2.700 tot 1.700 dollar per hoofd van de bevolking.

De verantwoordelijkheid voor de val van de Palestijnse economie ligt niet volledig bij Israel. De buitengewoon snelle groei van de Palestijnse bevolking met 27,8 procent in de periode van 1992 tot 1996 is volgens professor Ben Shahar een van de belangrijkste factoren die de Palestijnse economische malaise verklaart. In 1967, toen Israel de Westelijke Jordaanoever en strook van Gaza veroverde, woonden er nauwelijkse een miljoen Palestijnen. De Palestijnse bevolking telde in 1996 al 2,4 miljoen zielen. Als de Palestijnse bevolkingsgroei met 6 procent - het tempo van de afgelopen jaren - aanhoudt, zal volgens de berekeningen van professor Ben Shahar de Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever en in de strook van Gaza nog voor het jaar 2010 tegen de vijf miljoen sterk zijn. De opvallende snelle groei van de Palestijnse bevolking van de afgelopen jaren is niet alleen toe te schrijven aan het hoge geboortecijfer. Immigratie van Palestijnen naar de Palestijnse gebieden uit omliggende Arabische landen verklaart volgens de professor eveneens de Palestijnse bevolkingsexplosie. Hoewel het 'recht op terugkeer' een van de twistpunten is in het Israelisch-Palestijnse vredesoverleg blijkt dat Israel in de praktijk niet bij machte is Palestijnse immigratie naar de Palestijnse gebieden tegen te houden.

In de periode van 1992 tot 1996 is het Palestijnse bnp met 18,4 procent gezakt. Deze scherpe daling wordt in het artikel in Haarets voor een belangrijke deel op rekening geschreven van de Israelische afgrendelingspolitiek. Dertig procent van de Palestijnse economie is afhankelijk van Palestijnse arbeid in Israel. Het karakter en de duur van deze Israelische straf/veiligheidsmaatregel is bepalend voor het effect ervan op de ontregeling van de Palestijnse economie.

Zelfs bij hele of gedeeltelijke opheffing van de afgrendeling van de Palestijnse gebieden is de Israelische arbeidsmarkt voor de Palestijnse arbeiders geen zekere bron van inkomsten meer. Israel heeft tienduizenden buitenlandse arbeiders uit Thailand, China, Roemenië, Polen, Turkije, Egypte en Jordanië “geïmporteerd” om de onzeker geworden Palestijnse arbeid te vervangen.

Een Israelische aannemer voelt er niets voor zware verliezen te leiden tot de grenzen weer opengaan. Het aantal buitenlandse arbeiders in Israel wordt op tegen de tweehonderdduizend geschat. Als gevolg van de stortvloed van buitenlandse arbeid hebben de Palestijnen minstens 80.000 banen in Israel verloren. In 1992 werkten nog 120.000 Palestijnen in Israel; tot juli 1997 waren het er niet meer dan 40.000.

Als gevolg hiervan is, volgens gegevens van het Palestijnse zelfbestuur, de werkloosheid in de Palestijnse gebieden tot 29 procent gestegen. De tijden dat de Palestijnse economie op in Israel verkregen inkomen kon drijven lijken voorbij te zijn. Alleen een dramatische omslag van de politieke situatie van diep geworteld wederzijds wantrouwen naar samenwerking kan de situatie voor de Palestijnen verbeteren.

Professor Ben Shahar heeft bijzondere scherpe kritiek op de totale afgrendeling van de Palestijnse gebieden en de interne afgrendeling (van dorpen en steden) waartoe premier Benjamin Netanyahu besloot na de dubbele zelfmoordaanslag op 30 juli op een drukke markt in (West)Jeruzalem. De Palestijnse economie werd in het bijzonder zwaar getroffen doordat ook de import en export door de afgrendeling werd afgeknepen.

Intussen heeft Israel met het oog op de komst van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, het 'ijzeren gordijn' om de Palestijnse gebieden wat opgelicht. Vierduizend Palestijnse arbeiders en handelaren mogen Israel weer in.

Professor Ben Shahar wijst erop dat snelle groei van de Palestijnse economie noodzakelijk is om de Palestijnse werkloosheid te kunnen bestrijden en de levensstandaard op te voeren. In tal van opzichten - havens, vervoer - zijn de Palestijnse gebieden zo afhankelijk van de 'grote Israelische broer' dat de Palestijnse economie alleen kan gaan bloeien als Israel en de Palestijnen hun politieke problemen weten op te lossen. Zoniet dan gaat de Palestijnse economie van slecht naar slechter, met ernstige veiligheidsrico's voor Israel en de Palestijnse bestuursautonomie. Want de combinatie van armoede en wanhoop is de ideale voedingsbodem voor het islamitisch fundamentalisme in de Palestijnse maatschappij.