Maleisische crisis

DE KRONIEK van de financiële zomercrisis in Zuidoost-Azië heeft een onverwachte wending gekregen. De problemen begonnen op 2 juli met de devaluatie van de Thaise bath. Daarna verspreidden de koersdalingen zich naar de valutamarkten van de omringende landen en vervolgens sloeg de paniek over naar de effectenbeurzen.

Het epicentrum van de crisis heeft zich inmiddels verplaatst van Thailand naar Maleisië. Beide landen hebben te kampen met een oplopend tekort op hun betalingsbalans. Dit betekent dat deze landen dankzij de toestroom van buitenlands kapitaal economisch gezien boven hun stand hebben geleefd. Daaraan is nu een hardhandig einde gekomen.

Mahathir Mohamad, de autocratische arts die al zestien jaar premier van Maleisië is, wist wel wie de muntcrisis van de ringgit en de koersval op de beurs van Kuala Lumpur had veroorzaakt. Hij haalde uit naar “racistische Westerse speculanten” die jaloers waren op het onmiskenbare economische succes van Maleisië (vernegenvoudiging van het inkomen per hoofd van de bevolking in veertig jaar onafhankelijkheid) en die Maleisië als een bedreiging zouden ervaren. Hij kondigde aan Maleisië te zullen afschermen van “de jungle van rondzwervende roofdieren” in de financiële markten. Verder gaf hij opdracht om tientallen miljarden dollars aan staatsfondsen te gebruiken om de beurskoersen op te krikken en kondigde hij een verbod af op het aangaan van 'short-posities' door verkopers van effecten te verplichten de aandelen onmiddellijk te leveren.

MALEISIË HEEFT onder dr. Mahathir wel vaker standpunten ingenomen die als een militante vorm van 'Derde Wereld-ideologie' kunnen worden gekenschetst, bijvoorbeeld over grondstoffen, economische zeggenschap en de superioriteit van 'Aziatische waarden' als verklaring voor het succes van de 'Aziatische tijgers'. Zijn verbale uitvallen hadden een voorspelbaar averechts gevolg. Grote buitenlandse beleggers trokken zich en masse terug, waardoor de koersdalingen alleen maar werden versterkt. Internationale kapitaalmarkten laten zich niet met scheldpartijen paaien.

De Maleisische gevoeligheid blijkt ook uit de ontwikkelingsprojecten die Mahathir in gang heeft gezet: de bouw van een nieuwe hoofdstad, de aanleg van een 'informatie- en technologiestad' met high tech-industrie, en de bouw van een stuwdam op Sarawak, het Maleisische deel van Borneo. Voor deze geldverslindende projecten waren reusachtige bedragen nodig, waardoor de kredietverlening door de banken tot uitzonderlijke hoogte was opgelopen. Dit maakte Maleisië dubbel kwetsbaar voor een financiële crisis: de uitstroom van de buitenlandse investeerders en de koersval dreigden een nationale bankcrisis te veroorzaken.

IN EEN ABRUPTE ommekeer van het beleid kondigde de regering vorige week aan dat de restricties op de beurshandel worden ingetrokken en dat een aantal grote infrastructurele projecten - waaronder de omstreden stuwdam op Sarawak - worden geschrapt. Het is een late erkenning van dr. Mahathir dat Maleisië niet als succesvol opkomend land kan profiteren van de integratie in de wereldeconomie zonder zich iets van de wereld aan te trekken. Dat heeft niets met een 'Westerse samenzwering' te maken. Integendeel, hoe meer opkomende landen geïntegreerd zijn in internationale handels- en kapitaalmarkten, des te beter dat is voor het betrokken land.