Kinkel wil zich etaleren als 'sterke man' in kabinet

Klaus Kinkel, de Duitse vice-kanselier en minister van Buitenlandse Zaken, was gisteren op bezoek bij de buitenlandse correspondenten in Bonn. Gedreven dicteerde hij de boodschap van zijn regering.

BONN, 9 SEPT. Klaus Kinkel, de liberale minister van Buitenlandse Zaken, gaat er goed voor zitten. De euro komt stipt op tijd. Duitsland betaalt te veel aan de Europese Unie. De minister heeft nog nooit “zoveel onzin” gehoord over de Amerikaans-Duitse betrekkingen. Vice-kanselier Kinkel (FDP) is voor de lunch op bezoek bij de vereniging van buitenlandse correspondenten. Onomwonden vertelt hij over de hete thema's in de politieke broeikas in Bonn.

“Het was een onzalige discussie”, die tijdens het zomerreces losbarstte, zegt Kinkel, nadat CSU-minister Theo Waigel van Financiën had aangedrongen op wijziging van het kabinet. Zou Waigel vice-kanselier in het kabinet worden in plaats van Kinkel? “Dat kunt u vergeten. Er komt geen reorganisatie.”

Er zijn heldere afspraken gemaakt. Kinkel kan het weten. In 1994 was hij voorzitter van de FDP en onderhandelde hij met Helmut Kohl over de samenstelling van het nieuwe centrum-rechtse kabinet van CDU/CSU en FDP. “U zult zien dat ik gelijk krijg. Anders maak ik een voettocht naar Italië.”

Zelf is hij sinds 1992 minister van Buitenlandse Zaken als opvolger van de vermaarde FDP-er Hans-Dietrich Genscher. De reputatie van zijn voorganger heeft hij nooit bereikt. Kinkel is geen “onafhankelijke en briljante” geest, maar een loyale medestander van de bondskanselier, beweren de commentaren.

Enkele jaren geleden moest Kinkel wegens interne kritiek de voorzittershamer afgeven aan Wolfgang Gerhardt. Als minister wordt hij een “boekhouder” in de wereldpolitiek” genoemd. Hij schuwt risico's en kiest liever voor “stille diplomatie”. Deze stijl werpt meer vruchten af, dan hardop te roepen wat je allemaal wilt. Zo spreekt hij regelmatig met zijn Amerikaanse collega Madeleine Albright over de situatie in het Midden-Oosten. “Wij Duitsers hebben er voor gepleit dat Albright juist nu toch naar Jeruzalem zou gaan.” Kinkel toonde zich “dankbaar” dat zij haar voornemen uitvoert.

Zelden heeft de minister zoveel “Blödsinn” gelezen over de verhoudingen tussen Amerika en Duitsland als de laatste tijd. Hij doelde op publicaties in de Duitse en Amerikaanse pers over verslechterde betrekkingen. Het duurde bijna anderhalf jaar voordat er een nieuwe Amerikaanse ambassadeur in Bonn werd benoemd. Menig expert interpreteerde de trage Amerikaanse besluitvorming als “verwaarlozing” van de belangrijkste Europese partner. Deze week overhandigt de nieuwe ambassadeur, John C. Kornblum - topdiplomaat van Duitse komaf en kenner van de Europese politiek -, zijn geloofsbrieven aan president Herzog. “Iemand schreef dat mijn verhouding met Albright slecht zou zijn”, baste Kinkel. Over zoveel onzin kan hij “hard lachen”. Hij wil de verhoudingen niet mooi praten, maar de transatlantische betrekkingen zijn van “centrale betekenis”. In die relatie is niets veranderd, al bouwt Amerika zijn troepenmacht in Duitsland af en is in Washington een generatie aangetreden die minder bekend is met de BRD.

“We voeren geen liefdesrelatie, we hebben een verstandshuwelijk”, zei Kinkel. De VS is de enige overgebleven wereldmacht, Duitsland slechts een middelgrote macht - waarschijnlijk voor de VS de belangrijkste partner in Europa. Bovendien, Duitsland is gevormd door de Amerikanen. “Eerst hebben ze geholpen ons te bevrijden van een tiran. Na 1945 stonden ze opnieuw op een bijzondere manier aan onze zijde.” Het zal niet lukken deze goede betrekkingen te verstoren, al wordt er in beide landen heus wel eens verschillend gedacht, bijvoorbeeld over de Scientology-kerk.

Waarom wordt er geen verschuiving van de nieuwe Europese munt voorbereid? Kinkel hoedde zich ervoor het woord uitstel in de mond te nemen. De minister zag een pad vol doorns voor zich liggen waarop hij níet zou trappen, bekende hij. “De euro komt er, op tijd en volgens de afgesproken criteria.”

Natuurlijk ergerde hij zich aan politici die “regelmatig en soms te lichtvaardig” het thema van verschuiving oprakelen. De houding van de Bondsrepubliek is “glashelder”. “Als oud-minister van Justitie zeg ik steeds: werp een blik op het Verdrag van Maastricht. Wie kan lezen, weet wat daar staat.” Europa, en vooral Duitsland, verliezen aanzien in de wereld en stuiten op onbegrip als de euro niet op tijd wordt ingevoerd. “Vergeet de discussie over verschuiving. Het gebeurt niet.”

Nadrukkelijk wilde Kinkel zich etaleren als de sterke man die de FDP in het kabinet gezicht geeft. Resoluut dicteerde hij de correspondenten de Duitse boodschap. Europa kost de Bondsrepubliek teveel geld, gaf hij toe. Ook collega-minister Waigel noemde het onlangs “niet rechtvaardig” dat Duitsland zestig procent van de EU-uitgaven opbrengt. Kinkel maakte er geen geheim van dat de Bondsrepubliek te weinig uit Brussel terugkrijgt.

“We beseffen heel goed dat we als lidstaat met de meeste inwoners - 24 miljoen meer dan de nummer twee - de grootste netto-betaler zullen blijven. Maar we willen graag naar een eerlijker verdeling van de lasten.” Vandaag praat hij hierover met zijn Britse collega Robin Cook.

Hoe komen sommigen er toch bij dat Duitsland zijn nationale belangen niet definieert? Hij mag dan geen “professor in de politicologie” zijn, zei Kinkel, als minister van Buitenlandse Zaken is hij nuchter en pragmatisch. “Wij willen in vrede en veiligheid met onze partners en vrienden in en buiten Europa leven”, zei hij.

Wat de veiligheid betreft wilde hij een dringend beroep doen op het buitenland. “Helpt u toch vooral mee dat de toleratie in dit land behouden blijft.” Kinkel doelde op de recente onrust, die is ontstaan over de uitwijzing van 130.000 Kosovo-Albanezen uit Duitsland.

Met zeven miljoen buitenlanders voert de Bondsrepubliek een “buitengewoon vriendelijk” beleid. Er zijn 300.000 Bosnische vluchtelingen opgenomen, het hoogste aantal in Europa. “Iedereen is welkom. Ze moeten zich wel aan de regels houden.” In zijn eigen kieskring Karlsruhe vangt de minister bezorgde signalen op over de snel toenemende criminaliteit door buitenlanders. Het is een extreme curve, en de Albanezen liggen op kop. “Hebt u er begrip voor dat wij de binnenlandse stabiliteit moeten bewaren. Dat is ook in het belang van Europa. Anders komt het hier tot reacties, waarvoor ik me diep schaam.”