Focus helpt Van Ommeren aan groei

De keuze die Van Ommeren heeft gemaakt voor tankopslag en scheepvaart, en tegelijk voor het afstoten van handelsactiviteiten, werpt vruchten af. “Wanneer je een speler op wereldschaal wilt zijn, moet je je niet laten afleiden door andere dingen”, zegt bestuursvoorzitter Van den Driest.

ROTTERDAM, 9 SEPT. Van Ommeren (tankopslag, scheepvaart en transport) heeft zich aangesloten bij de stoet internationaal opererende Nederlandse bedrijven waarvoor het in toenemende mate moeilijker wordt talentvol personeel naar het buitenland uit te zenden. Want ook voor een deel van de ruim 3000 medewerkers van Van Ommeren is het perspectief van een buitenlandse loopbaan gezien de gezinssituatie of de loopbaan van de partner vaak niet zo aanlokkelijk meer als voorheen. Anderzijds illustreert dit luxe-probleem de snelle internationale expansie van Van Ommeren, dat het afgelopen jaar in hoog tempo elf landen aan het netwerk van tankterminals op vijf continenten heeft toegevoegd.

Van Ommeren is met het Amerikaanse GATX en Pakhoed een van de drie grootste onafhankelijke tankopslagbedrijven ter wereld. Eind vorig jaar bedroeg Van Ommerens capaciteit in de tankopslag 14 miljoen kubieke meter. Het bedrijf biedt verder faciliteiten voor overslag van minerale oliën, chemicaliën, gassen en plantaardige oliën en vetten. Bestuursvoorzitter C. van den Driest verklaart het succes voor een deel door de “typische nuchtere Rotterdamse mentaliteit van 'niet zeuren maar doen'. Zo zijn we er in geslaagd van de wereld ons werkterrein te maken”, aldus Van den Driest.

Een van de pijlers waarop het bedrijf aan de Maas al meer dan honderd jaar rust is de scheepvaart. De tankvaartactiviteiten van Van Ommeren omvatten zeevaart, kustvaart en binnenvaart (140 schepen actief in de Rijndelta, Duitsland en Zwitserland). In de zeevaart heeft Iver Ships een vloot van 23 schepen, in de kustvaart is United Tankers met twintig schepen een belangrijke speler. Verder heeft Van Ommeren nog een belang in een droge-ladingrederij en zware-ladingrederij.

“We zijn zuinig op onze herkomst”, zegt Van den Driest over die maritieme activiteiten. “Van Ommeren verdient al meer dan een eeuw op een leuke manier aan de scheepvaart, met inbegrip van boekwinsten bij verkoop. Maar wat misschien nog belangrijker is, is dat door die scheepvaart altijd iets van de koopmansgeest is blijven hangen die dit bedrijf kenmerkt. We hebben agenturen in de belangrijkste zeehavens van Noordwest-Europa. Mensen van Van Ommeren die in die sector van het bedrijf zijn begonnen - met het afhandelen van schepen in de haven - blijken later vaak ook uitstekend geschikt te zijn voor andere functies in het bedrijf. Ze zijn vaak veelzijdig en hebben leren kijken met de ogen van een kapitein.”

De gedachte van 'wij zijn de handelaren onder de reders' leidde bij Van Ommeren in de jaren tachtig tot de foute beslissing een handelspoot toe te voegen aan de kernactiviteiten tankopslag en scheepvaart. Eerst werd toenadering gezocht tot handelshuis Hagemeyer. Toen dat mislukte, bouwde Van Ommeren zelf een handelspoot op en fuseerde later met handelshuis Ceteco. Het nieuwe bedrijf werd omgedoopt tot VOC en had inderdaad wel iets weg van zijn illustere voorganger uit de zeventiende eeuw. Ook de VOC van de 21ste eeuw combineerde opslagruimte, een zeegaande vloot en Hollandse koopmansgeest.

Maar Van Ommeren had zich moeten realiseren dat ook toen al een op de drie huwelijken op de klippen liep. Qua cultuur pasten beide bedrijven totaal niet bij elkaar. Van den Driest, die in 1991 W. Brouwer als bestuursvoorzitter bij Van Ommeren opvolgde, begon met zijn financiële man R. Hendriks aan een omwenteling. Daarbij ontdeed Van Ommeren zich van Ceteco en koos het definitief voor tankopslag en scheepvaart. Dat legde de basis voor het huidige succes. “We hebben natuurlijk de tijd en conjunctuur meegehad”, blikt Van den Driest terug. Hij beklemtoont dat de situatie met name in de tankopslag niet te vergelijken valt met pakweg vijftien jaar geleden. “Toen bouwde je een terminal en dacht je: 'de handel komt wel langs'. Dat leverde soms fantastische jaren op, maar ook heel slechte perioden. Dat jo-jo-gedrag in ons bedrijf is nu verdwenen. Als een klant zegt: 'dat is een mooie lokatie voor een terminal', is onze vraag: 'waar zijn de contracten?' Anders bouwen we niet.”

Ten opzichte van zijn grote concurrenten Pakhoed en GATX is Van Ommeren in de tankopslag geografisch het sterkst gepositioneerd. De drie marktleiders in de tankopslag zijn op een aantal lokaties joint-ventures met elkaar aangegaan. De vele lokaties waar Van Ommeren haar diensten kan aanbieden maakt het voor grote oliemaatschappijen en de chemische industrie aantrekkelijk zaken te doen met het bedrijf uit Rotterdam. “We hebben wat dat betreft zeker geprofiteerd van grote Duitse chemische bedrijven die hun heil gingen zoeken in Azië omdat daar nu eenmaal de lonen lager liggen dan in Duitsland”, zegt Van den Driest. “We zijn in het kielzog van die industrie meegegaan.”

Binnen enkele jaren wil Van Ommeren een nieuwe investering van 500 miljoen gulden hebben gedaan in uitbreiding van tankcapaciteit. Nog eens 100 miljoen nieuw kapitaal wordt geïnvesteerd in de scheepvaart. “Wanneer je een speler op wereldschaal wilt zijn, moet je je niet laten afleiden door andere dingen”, zegt Van den Driest. “Onze klanten weten welke kant we opgaan. Tankopslag is de grote kernactiviteit, maar scheepvaart speelt daar een belangrijke rol in. In het vervoer van chemicaliën over zee zijn er twee grote Noorse spelers, Storli en Stolt. Die kijken op hun beurt weer naar de tankopslag. In Houston hebben ze al een chemieterminal gebouwd. Meer bedrijven hanteren deze aanpak, waar wij vanuit Rotterdam de toon voor hebben gezet. Wij proberen nu een product te perfectioneren waar we altijd al sterk in zijn geweest.” Vorig jaar maakte Van Ommeren een nettowinst van 94,4 miljoen gulden op een omzet van 755 miljoen. Het eigen vermogen bedroeg ruim 665 miljoen. “We houden het geld goed in de gaten”, aldus Van den Driest. “Dat willen we ook zo snel mogelijk beschikbaar kunnen hebben als zich mogelijkheden voor nieuwe investeringen voordoen. Die financieren we het liefst zelf.”

Een van de mogelijkheden om nog meer geld vrij te maken voor de tankopslag en scheepvaart is het afstoten van het belang van 49 procent in Intexo, de verzamelnaam waaronder distributiecentra worden geëxploiteerd in Nederland en verschillende landen van West-Europa.

Van den Driest: “Wanneer we een jaar verder zijn, hebben we Intexo misschien al niet meer. Daarmee vertel ik niets nieuws. Dat is drie jaar geleden al overeengekomen.”