Fel debat over gevaar plutonium in ruimte

WASHINGTON, 9 SEPT. Enkele weken voor de lancering van een ruimtemissie naar Saturnus is in de Verenigde Staten een fel debat opgelaaid over de risico's van het gebruik van kernenergie in de ruimte. Critici van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA dringen aan op het afblazen van de zogeheten Cassini-missie, een ruimtesonde met zo'n 33 kilo plutonium aan boord die in 2004 bij Saturnus moet aankomen.

Aanvankelijk had de Cassini op 6 oktober gelanceerd moeten worden. Maar nadat onlangs beschadigingen aan de beschermende buitenlaag van het ruimteschip waren ontdekt, besloot NASA tot uitstel van zeker een week. De critici van de missie zeggen dat de vertraging een nieuw bewijs is voor de kwetsbaarheid van de hele onderneming. Maar NASA ontkent met klem dat ze onverantwoorde risico's neemt.

Het felle debat draait om de zogenoemde plutoniumbatterijen van de Cassini. De critici van NASA, onder wie een voormalige veiligheidsdeskundige van de ruimte-organisatie, stellen dat een ongeluk met het ruimteschip grote gevaren oplevert voor vele duizenden en mogelijk zelfs honderdduizenden mensen. De NASA zou de kansen op een ernstig ongeluk, dat kan leiden tot verspreiding van het uiterst gevaarlijke plutonium in de atmosfeer, zwaar onderschatten. Niet alleen bij een mislukte lancering zou radio-actief materiaal kunnen vrijkomen en de gezondheid van miljoenen bedreigen, maar ook nog als het ruimteschip daarna in een baan om de aarde komt en voor een derde keer als het in 1999 de aarde nogmaals passeert.

Maar volgens woordvoerders van de ruimte-organisatie komt de kritiek voort uit onnozelheid en overdrijving. Er zou geen opeenvolging van gebeurtenissen denkbaar zijn die ervoor kan zorgen dat grote hoeveelheden plutonium vrijkomen. In het ernstigste geval zou een ongeluk 120 levens kunnen kosten, stelt NASA, een risico dat in vergelijking met andere activiteiten in de lucht- en ruimtevaart niet uitzonderlijk groot is.

De discussie richt zich vooral op de komende missie naar Saturnus, maar heeft een veel bredere draagwijdte, zoals beide partijen erkennen. NASA heeft een reeks missies op stapel staan naar donkere delen van het zonnestelsel waar te weinig zonlicht is om op zonnepanelen te kunnen vertrouwen voor de energievoorziening. De omstreden plutoniumbatterijen zijn volgens de NASA het enige realistische alternatief.

In het verleden zijn dergelijke batterijen al vaker gebruikt, onder meer met de Galileo naar Jupiter en de Ulysses in de richting van de zon. In het eerste geval werd één plutoniumbatterij gebruikt, in het tweede geval twee, en de Cassini zal met drie batterijen gelanceerd worden.

Van de tientallen nucleaire stroomgeneratoren die de afgelopen decennia de ruimte in zijn gestuurd, is er een aantal na ongelukken weer op aarde teruggevallen. Vorig jaar nog vielen vier kleine plutoniumcapsules in de Stille Oceaan na de mislukte lancering van de Russische Mars '96. NASA zou twee keer ongelukken hebben gehad met dergelijke miniatuur kernreactoren, maar nooit zou plutonium zijn vrijgekomen uit het hardmetalen beschermende omhulsel.

Volgens Alan M. Kohn, de voormalige NASA-employé die zich - na een loopbaan van dertig jaar bij de organisatie - achter de critici heeft geschaard, maakt het niet uit wie er gelijk heeft in de discussie over de Cassini-missie. “Cassini maakt deel uit van een reeks. En op den duur zal er eens een ongeluk gebeuren”, zei hij gisteren in The New York Times. “Dat is onvermijdelijk.”

Kohn zegt er met zijn medestanders niet alleen op uit te zijn de Cassini te stoppen, “maar het hele vervloekte plutonium-idee. Het is van een misdadige waanzin”.