'Faillissement Vie d'Or was niet terecht'

DEN HAAG, 9 SEPT. Het faillissement van de verzekeringsmaatschappij Vie d'Or in 1993 was “volkomen onterecht”. Voormalig directeur F. Maes presenteerde vanmorgen in Den Haag een rapport met nieuwe berekeningen.

Volgens Maes had de verlies- en winstrekening eind september een positief saldo van ruim 170 miljoen gulden. De bewindvoerder kwam uit op een tekort van 80 miljoen gulden; een verschil van ruim 250 miljoen gulden. “Aandeelhouders, polishouders en crediteuren zijn door de handelwijze van de Verzekeringskamer zwaar benadeeld”, aldus Maes. De Verzekeringskamer houdt namens het ministerie van Financiën toezicht op de verzekeringsmaatschappijen in Nederland.

Vie d'Or ging eind 1993 op de fles, waardoor zo'n 11.000 polishouders werden gedupeerd. Hun schade is na afloop becijferd op zo'n 180 miljoen gulden.

Begin dit jaar kwamen de Groningse hoogleraren mr. C. Brunner en mr. H. Scheltema ook tot de conclusie dat de Verzekeringskamer tekort is geschoten in het toezicht op Vie d'Or. Zij hebben zich overigens niet over de financiële positie van het bedrijf uitgelaten.

De Verzekeringskamer en de staat zijn volgens Brunner en Scheltema aansprakelijk voor de financiële schade van de gedupeerde polishouders. In opdracht van de Stichting Vie d'Or, die de belangen behartigt van de ex-polishouders, hebben de hoogleraren onderzoek gedaan naar het toezicht van de Verzekeringskamer bij het faillissement.

Volgens Maas heeft de Verzekeringskamer aangestuurd op “discontinuïteit en ontmanteling” van Vie d'Or. “Vie d'Or heeft geen reële kans gekregen voor de voortzetting van haar activiteiten.'

Gisteren werd bekend dat Justitie de Vie d'Or-zaak nog een keer gaat onderzoeken. Onlangs is daarvoor een speciaal team opgericht onder leding van procureur-generaal Van Kesteren uit Leeuwarden.

De creatie van het team is aan de orde gekomen tijdens het landelijk overleg van de procureurs-generaal. Om het onderzoek te bespoedigen wordt niet alles meer volledig onderzocht. Het team zal onder meer de accountantsrapporten van Stichting Vie d'Or gebruiken.

Het is de tweede keer dat het OM de zaak onderzoekt. Na de ondergang van de verzekeraar begon het parket in Den Bosch een vooronderzoek, maar uiteindelijk werd slechts een ondergeschikt persoon gedagvaard en veroordeeld wegens valsheid in geschrifte. De topmensen van Vie d'Or, onder wie Maes, kregen een schikking aangeboden. De Stichting Vie d'Or ging onmiddellijk in beroep. Het gerechtshof oordeelde eind december dat justitie haar huiswerk moest overdoen. Het vooronderzoek liet veel te wensen over, zo oordeelden de rechters. Volgens Maes zal uit het nieuwe onderzoek kunnen blijken dat Vie d'Or ten onrechte failliet is gegaan.