Een dinosaurus-baby voor boven de machines

Bijna veertig jaar verzamelt de Peter Stuyvesant Stichting kunstwerken.Ter stimulering en verrijking van de werknemers hangen die boven de machines bij sigarettenfabrikant Rothmans. Wim Beeren treedt sinds vier jaar op als adviseur.

De Collectie Peter Stuyvesant: nieuwe aanwinsten. Rothmans International Europe b.v., Drentestraat 21 (hoek De Boelelaan), Amsterdam-Buitenveldert. T/m 16 okt. Geopend ma t/m vrij 9-17u, za en zo 13-17u.

AMSTERDAM, 9 SEPT. De schilderijen zijn nu nog, voor de duur van de tentoonstelling, te zien in het Amsterdamse kantoor van sigarettenfabrikant Rothmans. Direct bij binnenkomst stuit de bezoeker op een expressief doek van een Dinosaurus-baby, van de hand van de vorig jaar overleden Duitse schilder Martin Kippenberger. Straks vinden deze kunstwerken hun eigenlijke bestemming, en hangen ze in de fabriek te Zevenaar aan grote panelen boven luid ronkende machines. Wim Beeren, voormalig directeur van het Stedelijk Museum, treedt sinds vier jaar op als adviseur van de Peter Stuyvesant Stichting (onderdeel van Rothmans) en bracht de 34 werken in de expositie aan. De Peter Stuyvesant Stichting is verantwoordelijk voor de opbouw en het beheer van een kunstcollectie die inmiddels ruim duizend werken van 525 hedendaagse kunstenaars uit veertig landen omvat, inclusief een grafiekverzameling.

De collectie was eind jaren vijftig een initatief van Alexander Orlow, destijds president-directeur van het sigarettenbedrijf. Orlow was een man van hooggestemde idealen. Hij wilde kunstwerken een plaats geven midden in de productieruimten, ter stimulering en verrijking van de werknemers. Hij liet zich hierbij adviseren door Willem Sandberg (directeur van het Stedelijk Museum) met wie hij een grote bewondering voor Karel Appel deelde, en later door onder anderen Renilde Hammacher, hoofdconservator van Museum Boijmans Van Beuningen. De collectie rouleert permanent langs de vestigingen van Rothmans in Parijs en Zürich.

“Bij deze collectie zijn twee dingen belangrijk”, zegt Beeren. “We zoeken naar werken die wat betreft kleurgebruik en compositie sterk genoeg zijn om zichtbaar te blijven boven al die machines. En verder wil de Peter Stuyvesant Stichting de actuele ontwikkelingen in de beeldende kunst volgen, zowel nationaal als internationaal. Dit betekent dat ik let op het werk van jongeren, en dat ik daarnaast ongeveer één keer per jaar een belangrijk werk aankoop van een prominente, gevestigde kunstenaar. Een stijlvoorkeur heb ik niet; de kunst is zo divers op het ogenblik dat kwesties van stijl niet doorslaggevend zijn. Er zit een duidelijk figuratieve tendens in de collectie, met Cobra en Pop Art en later bijvoorbeeld de Nieuwe Wilden en andere figuratieve schilderkunst uit de jaren tachtig, verzameld door mevrouw Hammacher; maar de abstractie blijft belangrijk. Mijn belangrijkste aankopen zijn de schilderijen van de Amerikanen Peter Halley en van Jonathan Lasker, en die zijn beide abstract.”

Het werk van Halley is een groot doek van 295 x 310 cm, getiteld The outer limit. Het heeft een zeer fysieke aanwezigheid door de sterke, fluoriserende kleuren, binnen een geometrisch netwerk van zwarte lijnen die naar de randen van het doek worden gedrongen. Ook het werk van Lasker, The Power of weakness, is voor Nederlandse begrippen groot, 274 x 335 cm. Halley en Lasker hangen in de vergaderzaal, met andere werken die Beeren beschouwt als centrale aankopen. Het zijn allemaal krachtige, kleurrijke schilderijen, onder anderen van Mike Kelley en Rob Scholte, met als enige grote uitzondering een simpel kleurloos dakjesreliëf van Jan Schoonhoven. Andere aankopen van Nederlanders zijn van onder anderen Jan Cremer, Ab van Hanegem, Berend Strik, Ger van Elk, Hans Broek, Martin van Vreden, en, een grote favoriet van Beeren, Erik van Lieshout.

In opdracht van Peter Stuyvesant reist Beeren langs de internationale manifestaties in de kunst. “Op de Biënnale van S Paulo vond ik het familieportret van de Chinees Xiaogang, en een rondgang langs galeries in Johannesburg leverde de ontmoeting op met het werk van een heel bijzondere kunstenares, Penny Siopis. Ook ging ik met dit doel naar de Biennale van Venetië en naar de Documenta - maar dat heeft niet veel opgeleverd moet ik zeggen. Nul komma nul, om precies te zijn.” Het schilderij van Siopis, een vrouwenportret dat geënt is op de zeventiende-eeuwse Hollandse schilderkunst, en het werk van Xiaogang, zijn te zien in wat Beeren 'de politieke hoek' noemt. Op een schilderij van de Rus Erik Bulatov springt Clint Eastwood over een rode balk van West naar Oost, rode verf bedekt zijn gezicht en een punt van zijn schoen.