Een adellijke tijdbom

In het Lagerhuis zou de jonge Spencer zo'n kans nooit hebben gekregen, want duizend jaar parlementaire traditie zou zich tegen hem hebben gekeerd. En dan nog zou hij het zonder vrijstelling van het voorschrift 'to catch the Speaker's eye' niet hebben klaargespeeld. Dus moest hij het wel doen in zijn begrafenistoespraak in Westminster Abbey - voor een gehoor van 2 miljard televisiekijkers en niet gehinderd door fractiediscipline noch door goedkeuring vooraf noch door de onverbiddelijke Madame Speaker, die ongetwijfeld van haar bevoegdheid gebruik zou hebben gemaakt om hem 'over het hoofd te zien', zodat hij tot sint-juttemis op zijn beurt had moeten wachten.

Maar de kneveldoek van de Britse traditie was tegen deze buitenparlementaire kracht niet opgewassen.

Sinds het Buskruitcomplot van 1605 was er nooit meer zo'n krachtige tijdbom onder het traditionele Britse koningschap gelegd. Diana's broer scoorde in zijn eentje een punt dat 640 Lagerhuisleden met de zwarte kunsten van al hun spin doctors bij elkaar nog niet zouden hebben kunnen maken. Als de ovatie die de broer van de Prinses van het Volk van de toehoorders buiten de kerk kreeg een maatstaf is voor de mood of the nation, dan doet de regering-Blair er verstandig aan de modernisering van de monarchie niet op de lange baan te schuiven.

In de Britse pers wordt al geruime tijd openlijk over de saaiheid van de koninklijke familie geschreven ('the boring Windsors') maar nu ook de zwijgende meerderheid van Groot-Brittannië, blijkens tienduizenden reacties op phone-ins, over de benauwde conventies van het Britse koningschap begint te morren, moet Blair op zijn tellen passen.

Wat het belangrijkste motief van de toegejuichte lijkredenaar ook mag zijn geweest - oprechte liefde voor zijn koninklijke neefjes dan wel ultieme wraak voor de titulaire degradatie van zijn zuster - Blair zal beseffen dat hij nog niet van de familie Spencer af is. Niet omdat de plotseling beroemd geworden jonge graaf een televisiejournalist is met een axe to grind, maar omdat hij zich op zijn kruistocht voor een moderner koningschap gesteund weet door gemotiveerde democratische legers. Als hij volhardt in zijn plannen om de prinsen William en Harry uit de greep van de traditie te bevrijden, kan Spencer op constitutioneel terrein de Britse regering nog heel wat meer moeilijkheden bezorgen dan zij ooit van Diana zelf zou hebben ondervonden.

Uit zijn geïmproviseerde reactie blijkt dat Blair niet op de aanval van Spencer was voorbereid en dat de Labour-regering in het geheel geen blauwdruk voor een hervorming van de monarchie heeft. Blairs verzekering is een parafrase van de gangbare opvatting dat het zes eeuwen oude Engelse koningschap nooit verloren zal gaan, op grond van de historische wet dat het door aanpassing alle aanslagen heeft overleefd, zoals een rooms-katholieke kerk al eeuwenlang standhoudt door zich telkens aan nieuwe omstandigheden aan te passen. Blairs uitspraak over het aanpassingsvermogen van de Britse monarchie is niet meer dan een doekje voor het bloeden. Zijn verklaring “dat de monarchie zich zal aanpassen aan veranderende omstandigheden, zoals ze in het verleden steeds heeft gedaan”, is te flets om te overtuigen en te vaag om zelfs maar een richting te vermoeden. Zijn woorden waren slechts een zoethouder, in de eerste plaats bedoeld om de kou uit de lucht te halen en niet in de laatste plaats om tijd te winnen. De assertieve woordvoerder van de familie Spencer zullen ze in geen geval tevredenstellen en zeker niet apaiseren.

De onrust die vorige week weer de kop opstak over het lange stilzwijgen van de koninklijke familie na het overlijden van prinses Diana is geenszins nieuw. Ze bestaat al veel langer en heeft al verscheidene stadia van crises doorgemaakt. Er smeult al jarenlang een latente crisis onder de oppervlakte van de Britse samenleving, waarvan doorlopende opiniepeilingen regelmatig getuigen. De republikeinse stroming van de politicoloog professor Stephen Haseler - die sinds jaar en dag zijn ledenkring via de ingezonden brievenrubriek van de koningsgezinde Londense Times probeert te organiseren - is alleen nog lang geen massabeweging. Groeperingen als Greenpeace en de Vereniging ter Voorkoming van Dierenmishandeling tellen vooralsnog meer leden. Maar het aantal republikeinen groeit gestaag: met dezelfde constante cijfers als de aanhang van de monarchie afbrokkelt.

Het Lagerhuis heeft op de aanval van Spencer nog niet gereageerd en de Britse kranten zijn nog niet van de schrik bekomen maar zoveel is intussen wel duidelijk dat de eloquente Charlie Spencer niet alleen door nobele wraakzucht wordt gedreven maar ook door een flinke portie rancune tegenover de koninklijke familie. De Windsors hebben immers zijn zuster geëxcommuniceerd en daarmee de hele familie Spencer verstoten. Charlie Spencer lijkt er de man niet naar om die gebeurtenissen aan het historische noodlot toe te schrijven. De vastberaden toon die zijn toespraak in de Abbey kenmerkte - dezelfde toon waarop hij eerder in de week zijn oorlog aan de schandaalpers verklaarde - maakte duidelijk dat Spencer niet in abstracto sprak, maar de vroegere schoonfamilie van zijn zuster, de koninklijke familie dus, rechtstreeks en onverbloemd verantwoordelijk stelde voor de geestelijke dood die zijn zuster in haar huwelijk was gestorven. Het mag Blair niet verbazen wanneer de jonge Spencer dat punt verder uitwerkt in een publieke telastelegging waarin hij de Windsors medeplichtig verklaart aan de dood van zijn zuster, omdat haar huwelijk geen ander doel diende dan dynastieke belangen (troonopvolgers) en werd ondermijnd door een andere vrouw, die wèl de zegen van de familie had.