Begrafenis

Tijdens de regering van de ondoorgrondelijke keizer Tiberius schokte een plotseling sterfgeval binnen de keizerlijke familie heel het Romeinse rijk. Op 10 oktober van het jaar 19 overleed de populaire generaal Germanicus, 34 jaar oud.

Zijn dood kwam als een klap aan bij de bevolking van Rome, want velen hadden hun hoop op hem gevestigd. Tacitus beschrijft Germanicus als een innemende persoonlijkheid. Ook zijn uiterlijk voorkomen maakte hem tot idool van talloze Romeinen.

Er werd beweerd dat hij in opdracht van keizer Tiberius zelf om het leven was gebracht. Was Germanicus inderdaad niet uit jaloezie door Tiberius naar het verre Syrië gestuurd, waar hij overleden was? Voor de keizer was een familielid met een democratische inslag natuurlijk een gruwel.

Het verdriet was dan ook groot en de tekenen van rouw namen ongekende proporties aan. Germanicus' lichaam werd na zijn dood gecremeerd in Antiochië. Zijn vrouw en twee van zijn zes kinderen brachten de urn naar Italië. Toen het schip aanlegde in Brindisi stond de kade afgeladen met een zwijgende mensenmassa. De hele stoet trok naar naar Rome, onderweg overal omstuwd door huilende mensen.

Tacitus schrijft: “Iedereen, ook consuls en senatoren, liet zijn verdriet de vrije loop. De keizer en de keizerin verschenen niet in het openbaar. Misschien vonden zij het beneden hun waardigheid in het openbaar te rouwen. Of misschien was het uit angst dat men de onoprechtheid van hun gezichten zou kunnen aflezen.”

Op de dag van de begrafenis werden kreten gehoord als: 'Het is afgelopen met de staat' en 'Alle hoop is vervlogen'. Er was veel kritiek op de buitengewone terughoudendheid van de keizer bij het openbare verdriet en op de geringe eer die officieel aan Germanicus gegund werd. Om deze kritiek tegen te gaan, liet keizer Tiberius in een verklaring bekend maken, dat niemand ooit zo betreurd was als Germanicus. Maar dat een groot volk als het Romeinse en een groot man als de keizer van Rome zich nu eenmaal niet konden permitteren zich geheel te verliezen in hun verdriet. Dat het van grootheid getuigde maat te houden, ook in zijn verdriet. Dat men zich nu, na de periode van rouw, moest vermannen en een voorbeeld moest nemen aan de grote Augustus, toen die zijn enige dochter en beide kleinzoons had verloren. De leiders zijn sterfelijk, maar de staat is eeuwig.