Alleen een strikte geboortestop kan het milieu redden

De aanhoudende economische groei die een historisch lage rente ons in de schoot werpt is verblijdend. Aan de andere kant beklemt en bedrukt ons steeds meer de prijs van die groei, het onherstelbare verlies van kostbaarheden die niet in geld zijn uit te drukken. De materiële welvaart schrokt de laatste restjes stilte en ongeschonden landschap op.

Onze groeiende rijkdom gaat gepaard met een nog sneller groeiende andersoortige armoede - tenzij we China's voorbeeld volgen en bevolkingspolitiek gaan voeren.

De wil is er wel, we brengen ons glas naar de glasbak, de kranten naar de krantenbak, we scheiden ons huisvuil, we slepen de asbest bloembakken en de verfresten naar het chemisch inzamelpunt. We zuiveren het rioolwater, ontloden de benzine, ontzuren de mest, ontzwavelen de rookgassen. We hebben een Ecologische Hoofdstructuur en onze beleggingen zijn zo groen als gras. In het plannenmaken voor een schoner milieu loopt Nederland voorop. Elk jaar geven we meer geld uit aan verbetering, inmiddels een slordige 20 miljard gulden, bijna 3 procent van het Bruto Nationaal Product.

Maar tegelijkertijd scheuren we met jetski's op de laatste vingerhoed open water terwijl in de polderlucht nog niet helemaal uitgestorven gierzwaluwen het afleggen tegen reklamebaniers. Nederland is een doos met een deksel erop. We bouwen, rijden, varen, vliegen. We hebben een dubbeldeks motorboot met radar om in file over de Waver cruisen, waterskies voor op het Noordhollandsche Kanaaltje, blasters met salsamuziek voor als we op de laatste graspol elektrisch zitten te vissen. En een vliegbrevet natuurlijk, want er gaat niks boven het Groene Hart van boven.

Het valt niet mee economie en milieu te verzoenen.

Oppervlakkig gezien is het de schuld van de ontstuimige economische groei. Maar onder de oppervlakte schuilt het griezelige inzicht dat de techniek ons niet kan redden, ook niet als we het kalmer aan doen. Je kunt helaas niet economisch groeien en blijvend de vervuiling terugdringen. Op den duur zit er aan de reductie van vervuiling een ondergrens en die ligt boven nul. Een gesloten ecologische kringloop is zoiets als een vierkante cirkel, het kan niet bestaan, de hoofdwetten van de thermodynamica verbieden het. Tijdelijk is het wel mogelijk, maar alleen in theorie. In de praktijk lukt het niet.

Krimpen zou kunnen. Maar een markt-economie drijft op concurrentie en concurrentie leidt tot groei. Groei geeft schaalvoordeel en schaalvoordeel geeft lagere prijzen, het is de kern van het kapitalistisch systeem. Het kan altijd schoner, maar het kan niet zonder groei. Krimp of nulgroei, zoals de milieubeweging aanbeveelt, is onverenigbaar met een markteconomie.

Daarbuiten loopt de weg dood. De snelle vooruitgang in (milieu)techniek die we zoeken komt buiten de markt niet tot stand. Tenzij we alle materiële verworvenheden overboord zetten is de markt-economie een gegeven. Afgezien van vlaagjes tegenwind zullen we groeien tot de jongste dag.

Maar er is een andere 'krimp' die heel goed in ons systeem past. Nulgroei of krimp van de bevolking is wel een begaanbare weg naar schone groei. Van de vier instrumenten van het milieubeleid - regulering, techniek, belasting en bevolking - is bevolking de sleutelvariabele. Er is een evenredig verband tussen vervuiling en bevolkingsgroei en omgekeerd is er niets dat het milieu zozeer ontlast als een verkleining van de bevolking. De andere drie instrumenten schieten structureel tekort.

Ondanks groeiende financiële inspanning schuiven we een steeds zwaardere, voor onszelf onbeheersbare milieulast door naar volgende generaties, een ongedekte wissel op de toekomst. Natuurlijk zijn er genoeg mensen nodig om de vergrijzing op te vangen, maar hier komen het CBS en het Centraal Planbureau in hun gezamenlijke studie Bevolking en Arbeidsaanbod tot verrassende conclusies. In de eerste plaats vergrijst Nederland minder sterk dan vergelijkbare westerse landen. We ontlenen daaraan zelfs een concurrentievoordeel. Bovendien zou ons arbeidsaanbod tussen 1995 en 2020 niet af- maar toenemen. Die opmerkelijke uitkomst berust op de veronderstelling dat de participatie van vrouwen en ouderen zal stijgen tot het niveau van vergelijkbare landen. Om de vergrijzing hoeven we een bevolkingspolitiek dus niet achterwege te laten.

Het is vreemd dat er met dit inzicht niets gebeurt. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, dat jaarlijks in opdracht van VROM de Milieubalans opstelt, noemt bevolkingsgroei een van de hoofdoorzaken voor de groeiende milieulast. Maar VROM heeft dat nooit in beleidsopties vertaald.

Onlangs werd opnieuw een kans gemist, toen minister De Boer aan alle inwoners van het land de prikkelende vraag voorlegde: 'In welk Nederland wilt u leven?'In de bijbehorende discussienota Nederland 2030, die dit najaar een nationaal debat over de ruimte moet inleiden, wordt de keuze versmald tot de vraag of we naast of op elkaar willen leven.

Bij ongewijzigd beleid zal Nederland tot 2020 tussen 700.000 en de 2,2 miljoen mensen erbij krijgen, zo is de prognose in Bevolking en Arbeidsaanbod. VROM beschouwt dat als gegeven. Van beheersing of verlichting van het toenemende ruimtegebrek wordt afgezien, niet alleen in deze nota maar in het algemeen. Variabele nummer één voor het milieubeleid blijft in de kast.

Minister De Boer speelt viool terwijl Rome brandt. Natuurlijk, het Malthusiaanse argument ligt gevoelig. Bovendien zal rond 2020 volgens het CBS vrijwel de hele bevolkingsaanwas van immigranten komen en dat ligt nog gevoeliger. Dat neemt niet weg dat geen enkel excuus goed genoeg is om de toekomst van volgende generaties op het spel te zetten. De hardhandige manier waarop de Chinezen hun bevolkingspolitiek gestalte geven is misschien niet aantrekkelijk, maar hun bedoeling is realistisch en berust niet op vrome verwachtingen.

Onze bevolking is hoger opgeleid dan de Chinezen: misschien is het al genoeg als iemand ons periodiek voorrekent wat de 'duurzame' gezinsomvang is. Bij voorkeur geen dwang, maar wel beleid. Rijk worden is fijn, maar rijk worden op de manier van Koning Midas, bij wie alles wat hij aanraakte in goud veranderde, is dat niet. Ook zijn voedsel werd goud en hij verhongerde.