Zwakke roeiprestaties vragen om meer training

De Nederlandse ploeg stelde afgelopen week zwaar teleur bij het wereldkampioenschap roeien in Frankrijk. Dankzij de lichte vrouwen dubbelvier won Nederland op de slotdag één bronzen medaille.

LAC D'AIGUEBELETTE, 8 SEPT. De fles champagne die Sigrid Winkelhuis vasthoudt is bijna leeg. Ze viert haar feestje uitbundig en is lyrisch over het moment waarop ze op het erevlot de bronzen medaille om haar nek kreeg gehangen. “Wauw man, dat was te gek.”

De sombere stemming die dagenlang de Nederlandse roeikolonie aan de rand van het Meer van Aiguebelette in zijn greep had, werd dankzij een kwartet snelle blondines heel even naar de achtergrond gedrongen. Maar het brons van Winkelhuis, Brechje en Floortje van Eijck en Hedi Poot kon de gebrekkige prestaties van het Nederlandse roeien niet verhullen. Bovendien is de waarde van het brons relatief, aangezien niet meer dan zeven landen een vrouwen dubbelvier naar het WK in de Franse Savoie hadden gestuurd. Dat de Nederlanders daar niet veel medailles zouden behalen, was vooraf al duidelijk. Na de Olympische Spelen in Atlanta zijn veel roeiers gestopt of overgestapt naar een andere boot. Maar niemand had verwacht dat de oogst aan mondiaal eremetaal zo pover zou zijn.

Omdat bondscoach Jan Klerks zich uitsluitend op papier verantwoordelijk acht voor de ploeg die de enige medaille won, weigert hij felicitaties in ontvangst te nemen. Alle eer komt volgens hem toe aan de coach van de vier vrouwen, Max Laoh. “Ik heb alleen maar gezegd dat ze naar het WK moesten.”

Klerks ging er vooraf vanuit dat twee van zijn ploegen een medaille zouden behalen: de mannen dubbelvier (Diederik Simon, Joris Loefs, Michiel Bartman en Gerritjan Eggenkamp) en de lichtgewicht skiffeur Pepijn Aardewijn. Maar de vier plaatste wist zich vrijdag onverwachts niet te plaatsen voor de finale. Aardewijn werd zaterdag in zijn finale kansloos zesde en laatste. Klerks was zo teleurgesteld dat hij met de gedachte speelde een punt te zetten achter zijn lange en indrukwekkende carrière als bondstrainer. Hij was de man achter het succes van Nico Rienks en Ronald Florijn, die in Seoel 1988 in de dubbeltwee olympisch goud wonnen.

Van de dertien Nederlandse roeiploegen die de afgelopen week het Meer van Aiguebelette op gingen, drongen slechts drie teams door tot de finale. Alleen bij de vrouwen dubbeltwee ging het om een olympisch nummer. Eeke van Nes en Pieta van Dishoeck werden zaterdag vierde.

Pepijn Aardewijn, vorig jaar met Maarten van der Linden winnaar van olympisch zilver in de lichte dubbeltwee, was naar Frankrijk gekomen om het nog één keer als lichte skiffeur te proberen. Zilver en brons had hij op dat nummer al behaald bij WK's, in 1992 en 1993. Goud was nu zijn doel. Het was zijn laatste kans: volgend jaar stapt hij weer met Van der Linden in de lichte dubbeltwee. Na de kansloos verloren wedstrijd trok Aardewijn zich zwaar teleurgesteld terug in zijn hotel. “Misschien ben ik niet meer gek genoeg voor de skiff, te volwassen, te gesetteld”, aldus de 27-jarige roeier later op de dag in het gezelschap van zijn vrouw. “Als skiffeur moet je inderdaad een verschrikkelijke egoïst zijn”, zegt Klerks, die de zesde plaats van Aardewijn als de grootste teleurstelling ervaart. “Pepijn is juist heel sociaal en een vreselijk aardige vent.”

Michiel Bartman, die zaterdag met de dubbelvier als zevende eindigde, stelt vast dat er volgend jaar op alle fronten “snoeihard” zal moeten worden getraind. Als dat niet gebeurt, vreest hij een onoverbrugbare afstand met andere ploegen op weg naar de Spelen in Sydney. “In het buitenland wordt net iets professioneler getraind. Daar moeten wij ook naar toe. Doen we dat niet, dan zijn die paar tienden van seconden die we hier tekortkomen straks een paar seconden.” Bartman legt wat geld opzij om komende winter op eigen houtje te gaan trainen in een warm land waar geen ijs ligt. “Als je net als afgelopen winter drie maanden op de ergometer moet zitten word je daar knettergek van omdat het dodelijk saai is. Bovendien gaat je roeitechniek achteruit. Je blijft een roeier, je wilt in een bootje.”

Eerder beginnen met het samenstellen van de bemanning is volgens Bartman nodig om het Nederlandse roeien op topniveau te brengen. “Dit jaar zaten we pas eind mei voor het eerst samen in de dubbelvier. Eigenlijk hadden we toen al anderhalve maand achterstand op de Duitsers en dat is misschien net het verschil tussen een medaille en geen medaille op de WK.”

Bartman vindt ook dat de verenigingen moeten beseffen dat het roeien pas op een hoger plan kan komen als ze hun terughoudendheid laten varen om roeiers af te staan aan de nationale ploeg. Dat is met name bondscoach Kris Korzeniowski een doorn in het oog. De Poolse Amerikaan formeerde noodgedwongen laat dit jaar een splinternieuwe acht. Hij zag zijn ploeg net niet naar de finale gaan, maar zaterdag wel de B-finale winnen, goed voor een zevende plaats. “Je moet de toppers bij elkaar brengen”, zegt Bartman. “Die jutten elkaar op en zo kom je op een hoger niveau.”

Het WK roeien werd in het slotweekeinde gekenmerkt door de nagedachtenis aan prinses Diana. Alle Britse teamleden droegen een rouwlint. Op initiatief van de Britse, Canadese en Australische ploegen zou zaterdagmiddag om 12.45 uur een moment stilte in acht worden genomen, tegelijk met het einde van de dienst voor Lady Di in Westminster Abbey. Maar een paar minuten voor dat tijdstip ging de finale van de vrouwen dubbeltwee van start voor een race die bijna zeven minuten zou duren. Het Britse Dream Team lag al in het water voor de race van 13.05 uur en besloot om kwart voor één een minuut stilte in acht te nemen. Op hetzelfde moment kwamen de Engelse vrouwen dubbeltwee voorbij. In die race wonnen Gillian Lindsay en Miriam Batten zilver voor Engeland. De speaker verzocht om 12.55 om tien seconden stilte. De Britse vier zonder onderging de huldiging op het erevlot even later op een indrukwekkende manier. Een bestuurder van de wereldroeifederatie hing hun de gouden medailles om. Terwijl de Union Jack halfstok werd geheven en God save the Queen klonk, hielden de vier roeiers hun hoofden gebogen, de ogen gesloten en de handen op de rug. “Zo goed als dat mogelijk was hebben we onze eer betoond”, aldus Steven Redgrave, die zijn zevende wereldtitel won.