Windsors moeten van fouten leren

De dood van Lady Diana heeft de aandacht afgeleid van iets dat net zo belangrijk kan zijn voor de toekomst van Groot-Brittannië: de naderende referenda in Schotland en Wales over de invoering van een aparte parlementen. In een federatieve staat zal de monarchie de enige band zijn tussen de verschillende regio's. Als het koningshuis verstandig is, kan het van een staats-sieraad veranderen in een machtsinstrument, meent Jonathan Eyal.

Voor de Britse koninklijke familie leverde de begrafenis van Diana, prinses van Wales, vreemd genoeg nog de minste problemen op. Het geredetwist over het hoe en wat van de ceremonie was weliswaar gênant, maar het zinkt in het niet bij de keuzen waarvoor het koningshuis de komende jaren staat.

De overstelpende rouw waarin de Britse natie na Diana's dood is gedompeld kan worden uitgelegd als een bewijs dat de monarchie de Britse samenleving nog stevig in haar greep heeft: zonder haar vroegere koninklijke titel zou Diana niet over de hele wereld bekend zijn geraakt. Toch is vermoedelijk het tegendeel waar. Diana sprak tot de publieke verbeelding juist omdat ze zowel tot de koninklijke familie hoorde als ertegen rebelleerde. Ze was geen heilige, en evenmin 'een gewone burger'. Ze was geboren als telg uit een van de meest aristocratische Britse geslachten en getrouwd met iemand uit de 'hoogste' familie. Maar zij was degene met wie de mensen zich konden identificeren: ze was mode-idool, popster, kampioen der armen en politiek dier tegelijk. Het is frappant dat velen van hen die urenlang bij het paleis hebben staan wachten om het condoleanceregister te tekenen, of die overal in Londen met bloemen rondliepen, jonge mensen waren of behoorden tot etnische minderheden. Burgers die geen bijzondere affiniteit voelden voor andere koninklijke personen en die oprecht geloofden dat de prinses eigenlijk 'een van hen' was. Vreemd genoeg is het publieke rouwbetoon van de Britten dus een indirecte kat aan het adres van de koninklijke familie, en geen teken van steun.

De Britse politici hebben dat begrepen zodra Diana was overleden. De reactie van premier Tony Blair, die naar het vliegveld toog om er op de terugkeer van het stoffelijk overschot te wachten, en de snelheid waarmee Blair Diana de 'prinses van het volk' noemde, gaven al aan dat de kwestie een belangrijke politieke dimensie had waarop de premier een ferme greep wenste te behouden.

De koninklijke familie zat uiteraard in een lastiger parket. Als Diana met volledige staatseer zou worden begraven, zou de familie zich het verwijt van hypocrisie op de hals hebben gehaald: dezelfde familie had immers geëist dat ze bij de scheiding haar titels zou afleggen, en er vervolgens alles aan gedaan om Diana te isoleren. Maar tegelijkertijd besefte iedereen dat ze ook geen besloten begrafenis kon krijgen.

In plaats van naar een oplossing te zoeken, verschanste het hof zich op typerende wijze achter hol protocol en officieel stilzwijgen. De ochtend na Diana's dood woonde de familie een kerkdienst bij maar de naam van de prinses werd tijdens de dienst niet eens genoemd. Bij elke officiële instantie in Groot-Brittannië hing de hele week de vlag halfstok; bij Buckingham Palace niet, want, zo werd verklaard, de koninklijke vlag mag alleen van het paleis wapperen wanneer de koningin er resideert, en dan nog niet halfstok. Miljoenen stroomden samen in Londen om hun verdriet te uiten, maar de koninklijke familie zonderde zich af in haar Schotse zomerverblijf. Van regeringsleiders tot modeontwerpers in de hele wereld - iedereen sprak persoonlijke woorden van rouw; de Britse koninklijke familie echter liet haar geschoktheid door een woordvoerder kenbaar maken. En tot slot: hoewel alles erop wees dat er nog eens miljoenen naar de begrafenis zouden komen, overwoog het hof aanvankelijk een korte route voor de processie, tot het door druk vanuit de bevolking gedwongen werd die te verlengen.

En niemand dacht eraan de mensen die uren stonden te wachten om de condoleanceregisters ten paleize te tekenen beschutting tegen de regen of thee aan te bieden. Uiteindelijk werden beide ter beschikking gesteld door het warenhuis Harrods, eigendom van de familie van Dodi Al-Fayed die samen met de prinses om het leven kwam.

Elke familie reageert weer anders op de dood van een familielid. De koningin staat echter niet alleen aan het hoofd van een familie, maar ook van een staat. Teruggetrokken blijven zwijgen in een oord dat het publiek associeert met zomervakanties was duidelijk niet wat het volk wilde. De koninklijke familie had de afgelopen week niet anders kunnen doen dan het Britse publiek ervan te overtuigen dat ze deelde in het algemene verdriet, hoe hysterisch de reactie van het publiek ook was. Niet alleen heeft de familie die plicht verzaakt, ze heeft daarbij nog het beeld van een koningshuis dat het contact met het volk kwijt is, verder versterkt. Dit beeld zullen velen niet snel vergeten, ondanks het feit dat de koningin op advies van de premier heeft getracht deze fouten stuk voor stuk te herstellen.

Het meest direct slachtoffer van de repercussies is natuurlijk prins Charles. Diana kan niet meer oud worden of nieuwe fouten begaan, maar Charles zal beide gegarandeerd en in even grote mate doen. Hij zal zijn leven niet opnieuw kunnen opbouwen: de komende jaren wordt van hem verwacht dat hij zijn plichten als vader vervult, zonder veel genade in de ogen van een publiek dat hem, hoe onterecht ook, ziet als medeverantwoordelijk voor de tragedie die zijn ex-vrouw is overkomen.

Zeker, er is altijd nog prins William, die het voordeel heeft dat hij ten eerste jong is en ten tweede sprekend op zijn moeder lijkt. Maar hoe meer William in de openbaarheid treedt, hoe meer twijfel er zal rijzen aan Charles' aanspraken op de troon. Noch in het leven noch in de dood kan Charles van Diana scheiden. De briljantste schrijver van romantische boeken had niet zo'n gecompliceerde intrige kunnen verzinnen. Het merkwaardige is dat terwijl enerzijds het oordeelsvermogen van het koningshuis aan de kaak wordt gesteld, er anderzijds vergevorderde plannen zijn om de constitutionele rol van de monarchie te versterken. De dood van Diana heeft iets anders overschaduwd dat deze week in Groot-Brittannië speelt en dat van enorm politiek belang is: in Schotland wordt een referendum gehouden over de invoering van een apart Schots parlement, over korte tijd gevolgd door een soortgelijk referendum in Wales. Als de bevolking van deze beide landen vóór de voorstellen stemt, begint het Verenigd Koninkrijk aan een ingrijpende staatkundige verandering die uiteindelijk kan leiden tot de vorming van een echt federatieve staat.

De landspolitici proberen nu te voldoen aan het Schotse verlangen naar meer autonomie, om zo het uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk te voorkomen - een contradictoir proces. Maar over de benodigde wetgeving is nog niet eens gedebatteerd. Niemand weet hoe autonoom Schotland uiteindelijk gaat worden. Maar één ding staat vast: de monarchie zal het enige instituut zijn dat nog een permanente band tussen alle regio's vormt; het zal van een staats-sieraad veranderen in een essentieel machtsinstrument.

De reactie in Schotland op de dood van Diana - identiek aan die in Engeland en Wales en trouwens ook die van beide gemeenschappen in Noord-Ierland - geeft al aan hoe krachtig de kroon in potentie nog is. Bovendien kent de koningin haar rol hier maar al te goed: ze vervult die al tientallen jaren in Canada, waar ze eveneens staatshoofd is.

Wil de overgang naar een nieuw stelsel efficiënt geschieden, dan zullen de leden van het Britse koningshuis moeten bewijzen dat ze iets hebben geleerd van wat er de afgelopen week is gebeurd. Ze zullen een nieuwe relatie met de pers moeten opbouwen in plaats van zich te verschansen achter het verwijt dat de media hen qualitate qua oneerlijk behandelen. Ze zullen gevoeliger moeten worden voor de sentimenten van het volk, en kunnen niet meer aankomen met het simpele verweer dat ze doen wat ze al honderden jaren doen. Ten slotte zullen ze moeten accepteren dat loyaliteit niet langer een kwestie van historische tradities is, maar iets dat men van dag tot dag moet verdienen.

Iedere monarch op aarde staat voor een soortgelijke uitdaging. Maar voor het Huis van Windsor, dat zich graag liet kennen als de meest protserige soap-opera ter wereld, is het probleem nu acuter dan ooit.