Vragen PvdA over wangedrag militairen

DEN HAAG, 8 SEPT. De PvdA-fractie in de Tweede Kamer wil weten waarom de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie in de zomer van 1994 niet op de hoogte zijn gebracht van een kritisch rapport van de Nederlandse ambassadeur in Luanda over wangedrag van Nederlandse VN-militairen in Angola. Fractielid G. Valk is van plan de regering daarover deze week opheldering te vragen.

De rapportage van de ambassadeur aan de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Kooijmans, dateert van 13 juli 1994. Valk verbaast zich erover dat de politieke leiding van Buitenlandse Zaken en Defensie geen weet hadden van het rapport. Volgens minister Voorhoeve (Defensie), die vrijdag een onderzoeksrapport over misdragingen van tien Nederlandse VN-militairen in de periode 1991-'97 naar de Kamer stuurde, wist ex-bevelhebber Couzy van de landmacht zomer 1994 van het wangedrag. Maar hij had geen maatregelen genomen en evenmin de toenmalige minister van Defensie, Ter Beek, ingelicht. Voorhoeve en premier Kok noemden dat vrijdag “zeer ernstig”.

In het onderzoeksrapport dat de inspecteur-generaal van de krijgsmacht op verzoek van Voorhoeve heeft gemaakt, worden getuigenverklaringen aangehaald waarin het heet dat enkele Nederlandse VN-militairen in Angola intieme of seksuele relaties hebben gehad met “lokale meisjes die er jonger uitzagen dan 16 jaar”. Daarbij wordt overigens aangetekend dat “lokale autoriteiten” in het land “soms zonder terughoudendheid lokale vrouwen aan VN-militairen aanboden” en dat “veel Angolese vrouwen” zelf pogingen deden relaties aan te gaan om dankzij hun geld te kunnen overleven. Ook was het “voor een westerling niet eenvoudig om een goede schatting te maken van de leeftijd van lokale jonge vrouwen”. Tot andere gesignaleerde vergrijpen behoorden: smokkel van drank, sigaretten en ivoren sieraden, zwarte handel in drank, overmatig drankgebruik en gebruik van militair materieel (auto's) voor privé-doeleinden.