VN mogen onderzoek in Congo vervolgen

KINSHASA, 8 SEPT. Het onderzoek van de Verenigde Naties naar moordpartijen onder Rwandese vluchtelingen in het oosten van Congo (voorheen Zaïre) kan, na een aanvankelijk verbod door de Congolese regering, alsnog doorgaan. Dat zei de minister van Buitenlandse Zaken van Congo, Bizima Karaha, zaterdag voor de staatstelevisie.

De officiële mededeling dat het VN-team, dat werkloos wachtte in de hoofdstad Kinshasa, zijn werkzaamheden kan hervatten, volgde een dag nadat de Veiligheidsraad van de VN had laten weten haar geduld te verliezen met de Congolese regering. De Amerikaanse raadsvoorzitter, Bill Richardson, zei vrijdag dat de Congolezen “tegenstrijdige signalen geven”. “Het wordt tijd dat zij opheldering verschaffen over hun bedoelingen met het onderzoek”, aldus Richardson.

Minister Karaha zei dat de secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, hem in een telefoongesprek een toelichting had gegeven over de doelen en methoden van de onderzoeksmissie en dat “wij, onder deze omstandigheden, zeggen dat het team kan doorgaan”. Hij waarschuwde echter dat “indien de leden van deze commissie alleen conclusies komen bevestigen die zij al in Genève of New York hebben getrokken, zij dezelfde vernedering zullen ondergaan als de heer Garreton”. Hij doelde op de Chileen Roberto Garreton, die in maart namens de VN-commissie voor de mensenrechten enige dagen onderzoek deed in het oosten van Congo - toen nog Zaïre - en daar massagraven aantrof. Volgens bronnen ter plaatse lagen er Rwandese Hutu's die door de opmarcherende rebellen van Laurent Kabila waren afgemaakt. Na de machtsovername van Kabila in Kinshasa werd Garreton de toegang tot Congo geweigerd. (AFP, Reuter)