Robeco benoemt Angelien Kemna in topfunctie; 'Miljarden beleggen geen last'

Werken in teams, daar gelooft Angelien Kemna sterk in. De econometriste werd deze maand een van de topbeleggers bij miljardengigant Robeco.

ROTTERDAM, 8 SEPT. Angelien Kemna (39), moeder van twee kinderen, is sinds twee weken een van de machtige, zo niet de machtigste vrouw in de Nederlandse financiële wereld. Als groepshoofd aandelenbeleggingen bij vermogensbeheerder Robeco, die bijna 100 miljard gulden beheert van particuliere en professionele beleggers, zoals pensioenfondsen, zit zij wekelijks met drie mannen om tafel om het beleggingsbeleid van de geldgigant uit te stippelen.

De rappe mars naar de top in de financiële bedrijfstak, van oudsher een mannenbolwerk, doet Kemna naar eigen zeggen niets. “Gegeven mijn snelle groei was de organisatie blijkbaar gelukkig met me, maar dat ik als vrouw zo snel gestegen ben..?

“Ik heb een goed gevoel sinds mijn benoeming drie weken geleden intern is bekendgemaakt”, zegt zij. “Ik zie mij niet als de baas, maar als degene die de specialisten de ruimte geeft.” En de tientallen miljarden guldens die belegd moeten worden? “Dat is gevoelsmatig geen last. Een groot stuk daarvan wordt trouwens in teams beheerd.”

Team is een woord dat verschillende malen valt in het gesprek. “Ik geloof er sterk in. Elkaar uitdagen, de gezamenlijke inspanning belonen met een systeem voor groepsbonussen. Je behoedt elkaar voor verkeerde belissingen. En als je de anderen in je team niet kunt overtuigen van de perspectieven van een bepaald aandeel, hoe goed is het dan? Kun je het je klant dan wel uitleggen?”

Geld verdienen met beleggen doet Kemna inmiddels bijna twintig jaar, zo vertelt ze, sinds haar eerste baan op de Rotterdamse Erasmus Universiteit waar zij econometrie studeerde en haar man leerde kennen. Beleggen in opties: “Ik werd er niet rijk mee, maar het was genoeg om op vakantie te gaan. Het selecteren van de meestbelovende aandelen, stock picking, is erg belangrijk. Als van de tien beslissingen zes goed gaan, houd je per saldo geld over.”

Dat was in het begin van de jaren tachtig, toen grote banken serieus overwogen om hun effectenafdelingen maar te sluiten omdat op de effectenbeurs niemand nog droog brood verdiende. “In mijn geval zat de wetenschap, de vakgroep financiering en belegging, zo dicht op de praktijk dat een wetenschappelijk artikel alleen maar in de Amerikaanse vakbladen gepubliceerd kon worden als het relevant voor de praktijk was.”

Als student had zij geen beurs, maar verdiende het geld zelf: vier dagen werken, drie dagen studeren. “Wat Ritzen nu voorstelt, dat studenten naast hun studie een baan nemen, is misschien wat formeel, maar veel studenten realiseren zich niet dat werkervaring - en dan bedoel ik iets serieus, niet bollenpellen of zo - een betere start biedt voor leuk werk later. Om het cru te zeggen: wie zit er te wachten op afgestudeerde broekies van 22?” Die boodschap houdt zij ook haar studenten in Maastricht voor, waar zij sinds eind 1994 hoogleraar Financial Management en Financiële Markten is. “Die kijken mij dan bijzonder vreemd aan.”

Een vergelijkbaar verhaal geldt overigens voor docenten en hoogleraren, vindt Kemna. Die moeten veel directer in contact komen met de samenleving en bij voorkeur ook internationale ervaring opdoen. “Ik wilde weten hoe de beste academici in de optietheorie het deden. Dat kon alleen in Boston, op het MIT. Ik wilde van de besten profiteren. Als je een goeie reden hebt, een goed verhaal, dan krijg je een beurs en gaat het verder vanzelf.”

Zij lijkt nog steeds gecharmeerd van de Amerikaanse can do mentaliteit. Niet tijden broeden op een goed idee, zoals in Nederlandse academische wereld, en dat maanden of een jaar tegen het licht houden. Nee, direct op papier zetten, zodat iedereen weet jij het hebt bedacht, en dan de vakgenoten af om te zien of het stand houdt, wat er niet klopt, zodat de manco's opgevangen kunnen worden.

Na een jaartje bij de Belastingdienst - “dat was niks voor mij” - vond ze een baan op de Erasmus Universiteit. Een bewuste vorm van spreiding van risico's en profijt trekken van de overheid. “Mijn man nam een risicovolle baan, partner in een softwarebedrijf, ik een risicomijdende baan. En de secundaire arbeidsvooraarden in de vorm van een crèche, dat speelde wel degelijk een rol. Nu is het wat gebruikelijker dat vrouwen met kinderen werken, en zijn er wat meer faciliteiten.” Een strijder voor zulke faciliteiten bij Robeco blijkt Kemna niet te zijn. “Of Robeco die faciliteiten biedt? Ik ben daar niet meer zo mee bezig.”

De overstap, na negen jaar wetenschap, naar de financiële adviesfirma Iris, een samenwerking van de Robeco Groep en de Rabobank, Robeco's huidige partner, was een stap naar het management. Bij Iris bouwde zij onder meer geautomatiseerde systemen die aangeven welke risico's vermogensbeheerders lopen ten opzichte van de gestelde normen bij (wijzigingen in) wisselkoersen, rentestanden en de regionale spreiding van hun beleggingen. Deze risicobewaking is sinds enkele jaren een hot issue in de financiële wereld.

De ondergang van de Britse elitebank Barings, die ten gronde werd gericht door niet toegestane en onopgemerkte speculaties van een handelaar in Singapore, doet menig bankier nog het angstzweet uitbreken. Krachtig risicobeheer is nu zelfs een verkoopargument tegenover grote (potentiële) klanten, zoals pensioenfondsen en verzekeraars. Daarbij gaat het erom ervoor te zorgen “dat de beheerders van onze beleggingsfondsen en de mensen die de vermogens voor grote individuele klanten beleggen zich houden aan de risico's die zijn afgesproken met individuele klanten en die zijn verwerkt in het profiel van elk fonds”, legt Kemna uit.

“Op deze manier kunnen wij klanten ook duidelijk maken welke resultaten zij mogen verwachten. Ze willen graag een blik in de keuken. Je kunt wel afspraken maken over de verdeling van het geld over verschillende beleggingen, zoals aandelen, vastgoed en obligaties, en over landen en valuta's. Maar als je niet kunt garanderen dat het ook zo wordt uitgevoerd, en dat in die wisselwerking van zoveel beslissingen geen extra risico's sluipen, dan kunnen de uitkomsten sterk afwijken van waarop de klant had gerekend.”

Excessen als vorig jaar in Londen, waar een top fundmanager zijn bevoegdheden ver te buiten bleek te zijn gegaan zonder dat zijn firma of zijn bazen het hadden gemerkt, zijn “hier onmogelijk”, zegt Kemna.

De kracht van modelmatig denken en doen lijkt in schrille tegenstelling met het frequent optredende pandemonium op de financiële markten, waar het sentiment van de beleggende massa steeds meer een hoofdrol voor zich opeist. Het volkskapitalisme leeft. Koersen van aandelen vertonen nu soms dagelijks fluctuaties die tien jaar geleden nog niet in een jaar voorkwamen. “Wetenschappers dachten tot een jaar of vijf geleden dat het sentiment op de markten er niet toe deed. Dat beleggers altijd alle informatie hadden en dat de markt efficiënt was. Maar zij zijn het nu wel met de praktijkmensen eens dat markten helemaal niet zo efficiënt zijn en dat je daarvan kunt profiteren met systematisch hogere rendementen.” Kemna heeft daar bij Iris zelfs systemen voor gebouwd om te zien op welk moment welke aandelen zulke 'sentimentswinsten' kunnen boeken.

Dat de steeds massaler belangstelling van particuliere beleggers voor aandelen deze wisselende sentimenten voedt wil er bij Kemna niet in. “Ten opzichte van vijf jaar geleden is het beleggende publiek beter op de hoogte. Over de bewegingen die nu in de markt in Nederland te zien zijn heb ik geen cijfers en daarom aarzel ik een beetje om een oordeel te vellen, maar die fluctuaties worden meer veroorzaakt door buitenlandse partijen die zonder scrupules in en uit de markt stappen dan door particuliere beleggers. In februari en maart was het verhaal onder buitenlandse adviseurs: de Nederlandse markt is overgewaardeerd, maar de fluctuaties zijn gering, daarvan kun je als korte-termijnbelegger profiteren. Nu stappen die partijen massaal uit de markt met inmiddels veel grotere uitslagen in de koersen. De particuliere belegger is juist een stabiliserende factor. Dat is de belegger die bij elke dip van de koersen koopt.”

Zelf zit Kemna ook in het particuliere kamp. Zij is met haar man een paar jaar geleden, toen de gezinssituatie dat toeliet, weer een particuliere belegger geworden in aandelen en - bij voorkeur vijfjarige - opties. Gaat zij privé anders te werk dan op de zaak? “Ik blijf een sterk analytisch gedreven belegger. Geen nattevingerwerk. Maar ik mag zelf het risico bepalen, dat is het voordeel als het je eigen geld is.”