Mobutu Sese Seko (1930 - 1997); Dictator Zaïre gold als 'de schande van Afrika'

NAIROBI, 8 SEPT. Zijn imposante lichaam leek gekrompen en er stond pijn op zijn gezicht, maar de uitstraling was er nog steeds. Het was enkele weken vóór zijn vlucht uit Zaïre. Op het terras bij zijn villa in Kinshasa tuurde Mobutu naar de stroomversnellingen in de rivier, trots en schijnbaar onberoerd door de wereld die om hem heen ineenstortte. Als vanouds benaderde zijn laatste premier, generaal Likulia Bolongo, hem met knikkende knieën en gebogen rug. Als het Zaïrese luipaard zijn magische staf in de hoogte stak, zweeg iedereen.

De schande van Afrika, noemden intellectuelen de Zaïrese president. Woede wekte hij op in Zaïres buurlanden, die hij systematisch destabiliseerde en aan het einde van zijn bijna 32 jaar oude bewind was hij voor de meesten van zijn onderdanen voorwerp van diepe haat. Met de erosie van zijn macht was zijn aanzien verminderd. Hij genoot weinig respect meer in zijn nadagen, zijn invloed op de Zaïrezen bestond nog slechts uit angst. Enkele uren na zijn vlucht naar Marokko in mei zei een inwoner van Kinshasa: “We zijn bang. Onderschat niet wat voor magische invloed Mobutu jarenlang op ons heeft uitgeoefend. Velen kunnen zich geen Zaïre meer voorstellen zonder Mobutu. We willen eerst een officiële verklaring zien dat hij echt nooit meer terugkomt”.

De volgende dag was de magische ban definitief verbroken. De verzetsstrijders van Laurent Kabila waren samen met Angolese en Rwandese troepen de hoofdstad binnengetrokken. Een plunderende menigte wierp zich op Mobutu's verlaten villa. Stapels luiers voor zijn prostaatkanker gingen onder groot gejuich de lucht in en versierden als graffiti de oprijlaan, jongeren vertrapten zijn meubels en urineerden op zijn zetel. De volgende dag verdwenen de gehate symbolen van de muren en de straten: het zwarte luipaard bij de elektriciteitscentrale, het metershoge schilderij aan de muur van de Centrale Bank en de zwart-witte foto uit zijn jonge jaren op de nationale luchthaven. “Rust in chaos”, schreven dansende jongeren op een voor de gevluchte president gemaakte grafsteen. De charme van de 66-jarige Mobutu was uitgewerkt.

Het was eens anders. Zijn militaire staatsgreep in 1965 maakte een einde aan een gewelddadige periode van anarchie. De jonge Mobutu kon toen op aanzienlijke steun onder de bevolking rekenen, hoewel linkse Afrikanen hem altijd bleven verafschuwen wegens zijn rol bij de moord op de revolutionaire eerste premier van het land, Patrice Lumumba. Mobutu creëerde met dure campagnes een magische cultus rond zichzelf. In de traditie van het alleenheersende Afrikaanse stamhoofd begon hij in de jaren zeventig een campagne voor 'authenticiteit': bedrijven werden genationaliseerd en de eigen Afrikaanse cultuur opgewaardeerd. Het gevolg was economische chaos en nog meer centralisatie van de macht rond het staatshoofd.

In de jaren tachtig vond hij in moeilijke tijden steun bij het Westen, als tegenprestatie voor zijn steun aan guerrilla-bewegingen die vochten tegen regimes in de regio die nauwe banden hadden met de Sovjet-Unie. Ronald Reagan ontving hem in het Witte Huis en prees hem als een groot Afrikaans leider. De Amerikaanse regering, het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank beschikten al langer over lijvige rapporten betreffende de kolossale bedragen die Mobutu van de staat had gestolen, maar zij gingen door met het verstrekken van al even kolossale leningen en schenkingen aan het kleptocratische regime in Kinshasa.

Een fortuin van naar schatting vijf miljard dollar bouwde Mobutu op, hoewel hiervan naar verluidt de laatste maanden veel opging aan doktersrekeningen en betaling van huurlingen. De Koude Oorlog hield Mobutu aan de macht toen zijn binnenlandse krediet al lang was verdwenen. Pas na 1990 zag Mobutu zich geconfronteerd met een vijandig Amerika, Frankrijk bleef hem zelfs tot het allerlaatste moment steunen.

De bebrilde Mobutu had charme. Hij maakte zich bij de Amerikaanse zwarte bevolking populair door in 1975 wereldkampioen Mohamed Ali naar Kinshasa uit te nodigen voor een bokspartij met George Foreman. Hij liet zich omringen met populaire musici of bevlogen predikers en ook tijdens het bezoek van de paus aan Zaïre trad hij op charmante wijze voor het voetlicht.

Mobutu bleef ondanks zijn onmiskenbare kwaliteiten als macchiavellistische politicus, een militair in hart en nieren. Zijn faam in militaire kringen ging terug naar 1971 toen hij in Oost-Zaire grote moed toonde tijdens een veldslag met rebellen rond Kamayola. In de greep van de angst, zo wil de overlevering, waren zijn soldaten weggevlucht voor de rebellen die magische middelen inzetten. Mobutu liet zich niet in de war brengen, hij reorganiseerde zijn manschappen, ging onbevreesd zijn troepen voor en behaalde de overwinning. Het is dan ook geen toeval dat Kabila's troepen hun eerste grote confrontatie met Mobutu's leger eind vorig jaar aangingen bij hetzelfde Kamayola, als om Mobutu's betovering te verbreken. Na zijn vlucht in mei van dit jaar werd in zijn leeggeroofde woning in Kinshasa een grote verzameling fetisj-beeldjes gevonden.

Diepe afschuw toonde Mobutu voor laffe militairen. Toen drie hoge generaals en legerleider Mahele hem kwamen opzoeken, vertelden dat Kabila en zijn troepen aan de poorten van Kinshasa stonden en Mobutu maanden te vertrekken, ontstak het zieke luipaard in woede: “Als U een ware militair bent, vlucht U niet.” Mobutu wilde niet opgeven, hij wilde zijn eerdere dreigement - “Na mij de zondvloed” - in de praktijk brengen. Volgens zijn medewerkers wilde hij op het slagveld in Kinshasa sterven. Die kans werd Mobutu niet geboden, zijn gecorrumpeerde en hopeloos ongedisciplineerde leger wilde niet meer vechten. Als een dief in de nacht is Mobutu uiteindelijk uit Kishasa vertrokken. Manschappen van Mobutu's zoon Kongolo namen wraak en vermoordden legerleider Mahele twaalf uur na het vertrek van de president.

Mobutu wil naar verluidt worden gecremeerd in zijn ballingsoord Marokko. Als de tijd er rijp voor is, moet zijn zoon Kongolo zijn as naar Mobutu's vaderland terugbrengen.