Lidstaten IMF akkoord; Noodfondsen voor centrale banken verruimd

AMSTERDAM, 8 SEPT. De centrale banken van de bij het Internationale Monetaire Fonds (IMF) aangesloten landen krijgen de beschikking over meer financiële noodreserves. Dit zijn de lidstaten van het IMF volgens de Financial Times overeen gekomen.

Het akkoord volgt op onderhandelingen die al bijna drie jaar duurden. Onder de overeenkomst geeft het IMF 21,4 miljard extra 'bijzondere trekkingsrechten' (special drawing rights, sdr's) uit. Dat komt neer op een kleine 60 miljard gulden. Met die sdr's kunnen centrale banken van aangesloten landen harde valuta's lenen tegen een gunstige rente, bijvoorbeeld om acute betalingsbalansproblemen op te vangen. Zo kan worden voorkomen dat economisch schadelijker maatregelen moeten worden genomen om het betalingsbalanstekort te lijf te gaan (het afremmen van de binnenlandse vraag bijvoorbeeld).

De laatste uitbreiding van het aantal sdr's dateert van 1981. Sindsdien is de wereldeconomie fors gegroeid, evenals de grensoverschrijdende kapitaalstromen. Ook zijn 38 nieuwe leden, bijvoorbeeld landen uit het voormalige oostblok, tot het IMF toegetreden. Daardoor ontstond de noodzaak tot uitbreiding van het aantal sdr's.

IMF-leden beschikken over een quotum bij het IMF, financiële reserves die zij bij de organisatie hebben ingelegd en waaraan zij hun stemrecht ontlenen. Het compromis volgens de Britse financiële krant bestaat er uit dat landen tot 29,3 procent van hun bij het IMF ingelegde quotum aan sdr's mogen lenen. Dat is hoger dan het vorige plafond. Voor de nieuwe toetreders is het zelfs de eerste maal dat zij over sdr's beschikken.

De discussie over de uitbreiding van het aantal sdr's en de mate waarin dit moest gebeuren, werd voornamelijk gevoerd tussen de nieuwe toetreders en ontwikkelingslanden, die op uitbreiding aandrongen en de gevestigde grote industrielanden. Met name Duitsland was bang dat het scheppen van geld door middel van de uit te geven sdr's inflatoire gevolgen kon hebben in de wereldeconomie.

Tijdens de jaarvergadering van het IMF in Madrid, in 1994, stelde topman Camdessus voor 36 miljard srd's uit te geven, te verdelen over alle lidstaten. De grote industrielanden waren voor een selectieve toewijzing aan de nieuwe leden zonder sdr's. Afgelopen voorjaar naderden beide kampen elkaar dicht tijdens de halfjaarvergadering in Washington. De industrielanden wilden niet verder gaan dan 20 miljard sdr's, tegen een voorstel van 22,4 miljard van Camdessus. Nu is er een compromis over 21,4 miljard sdr's. Het nieuwe plafond van 29,3 procent van het quotum betekent dat landen die al ruim beschikken over sdr's er minder extra bijkrijgen, terwijl landen die er weinig of geen hadden er een bron van nood-deviezen bijkrijgen.

Onopgelost is de Amerikaanse wens om de quota zelf te verhogen. Daarover wordt weer gesproken op de IMF-jaarvergadering over twee weken in Hongkong. Door de recente financiële crisis in Zuid-Oost Azie, waarbij het IMF Thailand te hulp is geschoten, is de rol van het IMF als hoeder van monetaire stabiliteit weer actueel.