In de voetsporen van Newcombe

Voor de vierde keer dit jaar bereikte een ongeplaatste tennisser de finale van een grandslamtoernooi, al moest Greg Rusedski vannacht zijn meerdere erkennen in Patrick Rafter. Steeds sneller maakt de gevestigde orde plaats voor nieuwe sterren.

Met historisch besef had Patrick Rafter in het Arthur Ashe Stadium een box gereserveerd, waarin hij het glorieuze verleden van het Australische tennis had verzameld. Drieëntwintig jaar nadat Ken Rosewall de US Open won en tien jaar na de triomf van Pat Cash op Wimbledon veroverde een erflater van het klassieke service-volleyspel uit Australië zijn eerste grandslamtitel. Als een nieuwe ster wenst Rafter zichzelf nog niet te betitelen. Maar na Gustavo Kuerten doorbrak ook hij de lange tijd zo strikte hiërarchie in het tennis.

Zaterdag had Rafter de basis gelegd voor zijn kunststuk door de als tweede geplaatste Michael Chang in drie sets (6-3, 6-3 en 6-4) van een loden last te bevrijden. De kleine Amerikaan bezweek uiteindelijk onder de druk van zijn favorietenrol en steeds geringer wordt de kans dat hij zich als erkende vedette nog kan mengen in de dans om grandslamtitels. Gisteravond zag ook Greg Rusedski zijn onverwachte zegetocht op Flushing Meadow beëindigd worden, al dwong de Britse nummer een Rafter nog wel een vierde set af: 6-3, 6-2, 4-6 en 7-5.

Op de dag dat de roos van Engeland werd begraven, vierde Rusedski zijn 24ste verjaardag met een knappe zege op Jonas Björkman, de ook al ongeplaatste Zweed die een 2-1 voorsprong in sets moest prijsgeven. Rusedski wist zich duidelijk geen raad met zijn positie. “Elke tennispartij is uiteraard totaal onbelangrijk in vergelijking met deze tragedie”, vertelde Rusedski nadat hij de indrukwekkende uitvaart van Lady Diana op televisie had gevolgd. Zo was het ook, al had hij de cup voor de winnaar graag mee naar huis genomen. “Voor een glimlach bij het volk tussen de tranen door.”

Maar ook Rusedski had geen antwoord op het sublieme spel van Rafter, die vooral imponeerde met zijn volley's en zijn tweede service, waarmee hij na Agassi ook Chang in de halve finales tot wanhoop had gedreven. Rusedski mocht het wereldrecord hard serveren overnemen van Mark Philippousis, de landgenoot van Rafter die het record met 142,3 mijl in handen had. Rusedski vuurde een kogel af met een snelheid van 143 mijl, ruim 230 kilometer per uur. Bijna had hij die duizelingwekkende snelheid nog opgevoerd tot 146 mijl, maar de bal viel net buiten het service-vak. Rafter kent zijn klassieken en dus hij vreesde hij na het verlies van de derde set - na een werkelijk schitterende backhand-passing van Rusedski - even dat Fred Perry na zestig jaar eindelijk een opvolger zou krijgen.

De organisatoren van de US Open probeerden vorig jaar al in te spelen op de tendens dat steeds meer onbekende tennissers de gevestigde orde openlijk uitdagen. Woedend verliet Jevgeni Kafelnikov destijds New York, hoewel de eerste loting onder druk van de topspelers werd gewijzigd. Voor volgend jaar denkt de USTA serieus na over de suggestie van Brad Gilbert, de coach van Andre Agassi, niet langer zestien maar tweeëndertig spelers te plaatsen. De 'diepte' van het mannentennis roept wellicht heimwee op naar de tijden, waarin grote namen als Sampras, Becker, Agassi, Edberg, McEnroe en Lendl bijna automatisch waren vertegenwoordigd in de eindfase van een grandslamtoernooi.

Maar het tennis gaat niet nog lang niet dood, zoals het Amerikaanse blad Sports Illustrated twee jaar geleden voorspelde, wanneer de sport nieuwe idolen voortbrengt als Kuerten en Rafter. Ook The Economist luidde de noodklok over het tennis, daarbij verwijzend naar het inderdaad absurde prijzengeld - 200.000 gulden voor een titel in het ook door de deelnemers zelf nauwelijks serieus genomen mixed-dubbelspel - en het dubieuze ranking-systeem, waarbij slechts de beste veertien toernooien worden meegeteld.

Maar de onvoorspelbaarheid is tevens de grootste charme geworden van het tennis. In Melbourne verscheen Carlos Moya tot ieders verrassing in de finale tegen Pete Sampras, de enige topper die ondanks zijn vroegtijdige uitschakeling op Flushing Meadow nog ver boven de rest is verheven. Op Roland Garros zette zelfs de nederige Belg Filip Dewulf in het spoor van Kuerten de wereld op zijn kop, op Wimbledon spotte Cedric Pioline met de traditioneel eigenzinnige procedure van het Britse plaatsingscomité en in New York was het al niet anders.

Wie een gokje waagde op een finale Rusedski-Rafter moet nu schatrijk zijn. Vergeten werd dat Rafter dit jaar al vijf keer de finale van een ATP-toernooi had bereikt, zonder overigens een evenement te winnen. Rusedski profiteerde optimaal van de val van Sampras en hij toonde onder anderen Krajicek dat intensieve trainingsstages nog immer lonend zijn. Al zou een 'gemaakte' tennisser als Rusedski, die zijn racket wel heel nadrukkelijk als mitrailleur hanteert, hebben misstaan in het rijtje US Open-winnaars.

Rafter moet echter als een verrijking worden beschouwd in de elite van de toptien, die allang niet meer zo besloten is als vroeger. De nachtmerrie tijdens de Australian Open in 1994, toen hij onder de ogen van miljoenen landgenoten door Agassi werd vernederd, heeft hem hooguit in zijn ontwikkeling geremd. Vorig jaar worstelde Rafter met blessures, maar hij laat zich omringen door een keur van oud-topspelers bij wie het service-volleyspel op het Australische gras met de paplepel is ingegoten.

Davis Cup-captain John Newcombe gaf Rafter het vertrouwen dat hij zelf ontbeerde na zijn snelle aftocht op de Australian Open door hem begin dit jaar voor het nationale team te selecteren. Een zwaarbevochten zege op Pioline was het begin van de victorie, al kon zelfs zijn privé-coach Tony Roche hem maar niet overtuigen van zijn kwaliteiten. “Newcombe en Roche hielden me voor dat ik slechts tien procent van een grandslamzege was verwijderd. Ik kon ze echter niet geloven”, stamelde Rafter, met de US Open-bokaal voor zijn neus.

Pat Cash is immer zijn voorbeeld geweest en ook dubbelspel-specialist John Fitzgerald, Darren Cahill en zijn vriend Mark Philippousis hebben het broze zelfvertrouwen van Rafter geschraagd. Twee jaar lang vertoefde Rafter in de schaduw van het service-kanon Philippousis, in New York slechts een plaats lager (dertien om veertien) ingeschaald dan zijn dubbelspel-partner. Die rollen zijn nu definitief omgedraaid, al weigert Rafter na zijn doorbraak een kunstmatig imago te creëren. “Ik ben liever gelukkig als de nummer vijftig van de wereld dan een pain in the ass voor mijn omgeving als de nummer een”, is zijn motto.

Of Rafter zover kan komen, werd Rusedski gevraagd. “Nou, hij is al behoorlijk dicht in de buurt”, grapte de Brit, die woensdag op het toernooi van Bournemouth ongetwijfeld warm wordt onthaald als de nummer elf van de ATP-ranking. Rafter marcheert echter als een tank de toptien binnen. Na zijn machtsgreep in New York stijgt de 24-jarige Australiër van veertien naar drie, vlak achter Chang en krijgt hij zelfs Pete Sampras in het vizier. “Ik voel me nog onwennig in dit exclusieve gezelschap”, sprak Rafter deemoedig.

Die bescheidenheid mag hij snel van zich afwerpen, want zijn krachtenslopende spel was een lust voor het oog. “Een acrobaat aan het net”, noemde Rusedski zijn bedwinger en daar voegt Rafter bovendien nog een verbluffende coördinatie aan toe. Als geen ander anticipeerde de Australische atleet tijdens de US Open op de slagen van zijn tegenstanders en met Gustavo Kuerten heeft Rafter het in zich om de weemoed van afzwaaiende vedetten als Boris Becker snel te doen vergeten.